James Rosenquist: pop-artkunstenaar tegen wil en dank

1933-2017

Pop-artschilder James Rosenquist mixte de statuur van high art met de directheid van low art.

EPA/WOLFGANG WEIHS GERMANY OUT

Van de Amerikaanse pop-artkunstenaars uit de jaren zestig was het James Rosenquist (1933-2017) die de beweging zijn meest epische historieschilderij schonk, het heden met schilderkundige tradities verbindend.

Bijna dertig meter breed toont F-111 (1964-65) een gevechtsvliegtuig dat omlaag duikt in een wereld van cake, autobanden en spaghetti. pop-art in Amerika was vaak vol blijheid, maar hier ging de American Dream onderuit.

F-111 is het bekendste werk van Rosenquist, die omwille van zijn schilderkunstige aspiraties naar New York reisde – met de Sixtijnse Kapel als hoogste schilderkundige droom in het achterhoofd. F-111 werd zíjn Sixtijnse Kapel, een schilderij dat niet los is te zien van de tijd van ontstaan: Vietnamoorlog, media en massaconsumptie.

REUTERS/Stefan Wermuth/File Photo

James Rosenquist werd geboren in Noord-Dakota. Zijn vader had baantjes als vliegtuigmonteur waarvoor hij veel moest reizen, waarbij de jonge James soms alleen in een hotel achterbleef en daar urenlang tekeningen van oorlogstaferelen zat te maken. Zijn moeder, amateurpiloot en schilder, steunde zijn liefde voor kunst.

350 dollar

Rosenquist studeerde in Minneapolis en Minnesota en verhuisde in 1955 met naar eigen zeggen 350 dollar op zak, naar New York. Dat werd het internationale epicentrum van de nieuwste kunst – vooral pop-art. Maar eerst heerste nog het Abstract Expressionisme. En ook Rosenquist schilderde in de avond abstract, terwijl hij overdag zijn geld verdienende met het schilderen van commerciële billboards. Juist die bijverdienste zou van beslissende invloed blijken.

In 1960 vielen twee collega’s van een steiger. Ze verongelukten, en Rosenquist nam ontslag. Datzelfde jaar huurde hij een studio in een ateliergebouw in Lower Manhattan waar hij Jasper Johns, Robert Indiana en Ellsworth Kelly ontmoette. Mede onder hun invloed én geïnspireerd door zijn billboardervaring, begon hij een figuratieve fase. In collage-achtige schilderijen blies hij de glanzende verleiding van reclames op tot billboardformaten („Ik ben degene die de kunst steroïden gaf”) – alles fotorealistisch geschilderd. Zo mengde hij de statuur van high art met de directheid van low art.

Solotentoonstelling

Zijn eerste solotentoonstelling in 1962 in de Green Gallery raakte geheel uitverkocht. Daarna ging het hard. Rosenquist kwam terecht in de ‘stal’ van pop-artgalerist Leo Castelli, grote musea in Amerika en daarbuiten zouden hem tentoonstellingen aanbieden en zo kwam zijn naam ook te staan in de kunstgeschiedenisboeken. Maar het waren anderen die hem bij als pop-art bestempelden, zelf stribbelde hij wat tegen. Want inderdaad is zijn glanzende schilderkunst niet zo grafisch als dat van Lichtenstein, niet zo machinaal als dat van Warhol. Hij bouwde zijn werk op uit sluiers en lagen, in collageachtige montages, assemblages, soms gecombineerd met ruimtelijke objecten. Het is fotorealistisch en tegelijk afstandelijk. In latere jaren werd zijn werk weer meer abstract, maar het bleef een samenspel tussen verschillende werkelijkheden

Retrospectief

Na een halve eeuw wende Rosenquist aan het pop-art-stempel: „En toch weet ik nog steeds niet wat pop-art betekent, om je de waarheid te vertellen.” Afgelopen vrijdag stierf Rosenquist, 83 jaar oud. Zijn tweede vrouw, Mimi Thompson, meldde The New York Times dat hij thuis overleed na een lange ziekte. Dat maakt van zijn eerste tentoonstelling in Museum Ludwig in Keulen later dit jaar een postuum retrospectief.

James Rosenquist, 'F-111' (1964-65, 3,05 x 26,2 meter, 23 panelen olieverf op doek met aluminium)