Ajax of Feyenoord: wie kan zich nog het meest pijn doen?

Zondag is Ajax – Feyenoord, een Klassieker op de limiet. NRC sprak Ajax-coach Peter Bosz en Feyenoords fysieke trainer Arno Philips over de staat van hun ploegen. „Je moet met tweehonderd door de bocht om te leren sturen.”

Bertrand Traore in duel met Mateo Cassierra (L). Ajax traint in de Arena voorafgaand aan de klassieker tussen Ajax en Feyenoord. Foto Olaf Kraak/ANP

Als een huisarts tijdens een spreekuur – zo voelt Peter Bosz zich dan. Slaap je wel goed? Wanneer ga je naar bed? Wat doe je ’s avonds voor het slapen? Wat eet je? Hoe gaat het thuis? Zit je wel lekker in je vel? En je vrouw?

Kijken, vragen, nog een keer vragen. Nog een keer kijken. Deduceren, patronen herkennen. Op basis van gevoel, zijn waarnemingen, eerdere ervaringen. Kloppen die met de beschikbare data? Niet, dan ingrijpen. Deze week nog hoorde hij van de teammanager van Ajax dat een speler worstelt met zijn slaapritme. De nieuwe Braziliaan David Neres? „Nee.” Bosz grijnst. Het is vrijdag na de ochtendtraining, twee dagen voor de Klassieker Ajax-Feyenoord. „Maar je bent wel warm.”

Ajax-coach Peter Bosz vrijdag tijdens de training in aanloop naar het duel tegen Feyenoord van zondag. Foto Olaf Kraak//ANP

Bosz wil maar zeggen: vaak is het niet zo eenduidig waarom een speler niet tot het uiterste kan gaan. Hij noemt Bertrand Traoré, die onder hem speelt bij Ajax en eerder ook bij Vitesse. Via de Omegawave-test, die hersengolven en hartritmes analyseert, zagen ze op Papendal bij Vitesse dat zijn slaappatroon niet klopte. „Vroegen we hem: Bertrand, slaap jij wel goed jongen? ‘Ja, ja, trainer, als ik thuis kom om twee uur ’s middags, ga ik meteen slapen’. En hoe laat zet je de wekker dan? ‘Ik zet geen wekker.’ Werd ie zeven uur ’s avonds pas weer wakker. Dan moest hij nog eten. Vind je het gek dat ie dan ’s nachts niet in slaap kon komen?”

Of die keer dat hij bij Vitesse voor het raadsel stond van vier Chelsea-huurlingen die diep in het rood zaten, nog voordat de trainingsweek begon. Bosz: „Ik wil echt wel geloven dat ze niet tot laat in de stad hangen” Maar net die vier jonge jongens uit Londen kwamen uit de metingen naar boven als minst belastbaar in training. Wat bleek: de nieuwe FIFA was die week uitgekomen. Zaten ze tot middernacht achter de Playstation. Zij zagen er geen kwaad in, maar het is wel een belasting voor het centrale zenuwstelsel aldus Bosz. Zeker als je avonden doorhaalt. „Je valt niet meer zo snel in slaap. En de volgende ochtend vraag ik wel maximale concentratie van ze.”

De limiet: erop, erover en gas terug

Arbeidsrustverhouding, ‘periodiseren’, de grenzen zoeken – het zijn onderwerpen die spelen in het Nederlands voetbal, in de zoektocht naar fysieke topprestaties. De limiet: erop, erover, en dan weer gas terug. Hoe doe je dat? Hoe meet je dat? Voorafgaand aan Ajax-Feyenoord praten we erover bij de twee clubs die nog verwikkeld zijn in de titelstrijd. Ajax schuift de hoofdtrainer naar voren, bij Feyenoord stond de afspraak met fysieke trainer Arno Philips al enige weken.

Het is april, het seizoen nadert zijn ontknoping. Ajax, nu 44 officiële duels, heeft het zwaarder met een ‘dubbel’ programma en dreigt te bezwijken onder de hoge frequentie van wedstrijden. De ploeg van Bosz bereikte de kwartfinale van de Europa League, dat alles met een jonge spelersgroep. Feyenoord, nu 38 officiële duels, lijkt topfit. De ploeg van Giovanni van Bronckhorst scoort ongeveer een derde van de goals in het laatste kwartier. De gemiddelde leeftijd van de vaste spelerskern is ruim 27 jaar. Al het hele jaar staat Feyenoord aan kop in de eredivisie.

We bespreken de keuzes die gemaakt zijn gedurende dit seizoen en de methodes die gehanteerd zijn. De fitheid van Ajax is op viervijfde van de competitie een item geworden na het gelijkspel (1-1) tegen Excelsior twee weken geleden. Toen wilde Bosz de Europese inspanningen niet aanvoeren als factor voor de wanprestatie die Ajax twee hele dure punten in de titelrace kostte. „Dan nog moet je winnen van Excelsior.”

Nog steeds zegt Bosz: „Je moet gewoon winnen van Excelsior.” Maar: „Feit is dat we met twee dagen rust naar Excelsior moesten.” Hij verwijst naar een studie waar 27.000 wedstrijden zijn onderzocht van teams die met maar twee dagen rust na een Europese wedstrijd in de binnenlandse competitie moesten spelen. Bosz: „ Manchester United ging van 2,5 punt in de competitiewedstrijd naar 1,8. Een waanzinnig groot verschil. Je ziet bij andere voetbalbonden dat daar inmiddels rekening mee gehouden wordt.” Geërgerd: „Bij de KNVB kunnen ze hele rapporten schrijven over ‘Winnaars van Morgen’, maar iets simpels regelen als voetballen op maandag voor Europese deelnemers lukt hier niet eens.”

Geen borstklopperij

Rotterdam-Zuid, drie dagen eerder. Arno Philips neemt plaats in een businessunit in de Kuip, met zicht op het veld waar coach Giovanni van Bronckhorst deze middag een clinic geeft aan een groep sponsors. Philips is precies zoals je een fysieke trainer voor je ziet – geblokt lichaam, trainingspak, drinkend uit een flesje water. In de gang is een brandslanghaspel van het merk Ajax beplakt met een sticker van Feyenoord. Voetbalhumor.

Hij maakt meteen duidelijk: dit moet geen borstklopperijverhaal worden over de fitheid van Feyenoord. De fysieke trainer – geboren in Amsterdam, lang werkzaam geweest bij PSV – treedt niet graag op de voorgrond. Zijn werk speelt zich af in de luwte, op trainingscomplex Varkenoord, in de gym of achter zijn laptop, met het analyseren van de data van spelers. Als hij na een uur interview de kroegvraag krijgt of Feyenoord het volhoudt dit seizoen, schampert hij: „Dat is van zoveel dingen afhankelijk.”

Hij weet hoe betrekkelijk de positieve commentaren zijn. Zondag wacht Ajax in Amsterdam, evident duel in de titelstrijd. Philips: „Win je van Ajax met 3-0 is het: topfit! Verlies je 2-0, dan is het: niet goed. Dat is het moeilijke van een interview hierover.” Neem de beslissende goal tegen PSV, toegekend na consultatie van de doellijntechnologie. „Als Zoet die bal niet over de lijn trekt, zijn we minder fit. Zo zwart-wit is het vaak.”

Philips – 41 jaar, behoedzaam formulerend – is een van de meest ervaren fysieke trainers in de eredivisie. Hij is van oorsprong fysiotherapeut, liep ooit stage bij Ajax. Guus Hiddink is een bepalende factor in zijn carrière. Als Hiddink een nieuwe baan had, belde hij Philips. En die pakte dan zijn koffers: Zuid-Korea, Australië, PSV, Rusland, Turkije, Anzji, Oranje. Lang cv in het kort: vijf nationale teams, zes eindrondes, waarvan de laatste drie met Oranje, vier clubs.

Hij zit nu in zijn derde seizoen bij Feyenoord. De man achter misschien wel de fitste ploeg dit seizoen – al is dat objectief niet vast te stellen. Feit: 22 van de 68 goals werden gemaakt in het slotkwartier – inclusief extra tijd. Feit: in zes van de 27 competitieduels werd in de laatste vijftien minuten een zege (waaronder twee op PSV) of gelijkspel (onder meer tegen Ajax) gerealiseerd. Feit: tegenstanders zeggen regelmatig dat ze fysiek en conditioneel kapot werden gespeeld.

Inzicht in de data wil Philips niet geven. Maar de ploeg is nu, na 38 officiële duels, nog fris en fit, verzekert hij. Tegen sc Heerenveen twee weken terug was Feyenoords power voelbaar in de tweede helft: na 1-0 achter een 2-1 overwinning. Niet voor het eerst bij Feyenoord. Spelers vlogen over het veld. „Toen scoorden we veel hogere waarden dan in de eerste helft, waarin de waarden misschien te laag waren.” Daarmee bedoelt hij: de uitgevochten duels. En: de sprintjes, ofwel het aantal ‘intensieve meters’. Belangrijke indicatoren in het bepalen van de fitheid.

„We zien in onze modellen dat we geen verval hebben, we kunnen het nog steeds negentig minuten volhouden”, zegt Philips. Een verklaring kan gezocht worden in de trainingsmethode, die anders is dit seizoen. De grenzen zijn verder opgezocht. Philips: „Als ik kijk hoe wij dit seizoen trainen, dan is het veel meer fysiek. De intensiteit ligt een stuk hoger. En worden mensen op hun eigen niveau veel meer uitgedaagd dan vorig seizoen. We zitten er veel meer bovenop.”

Feyenoord-back Rick Karsdorp.Foto Kay in ’t Veen/ANP

Voorbeeld van de conditionele slag die Feyenoord heeft gemaakt is rechtsback Rick Karsdorp, een revelatie dit seizoen. Aan het begin van het seizoen is per speler een planning gemaakt met doelen waarin hij zich moet verbeteren. Karsdorp had vorig seizoen vaak kramp. Philips: „Hij stopt er zoveel energie erin. Op een gegeven moment is de tank leeg. Hij hoeft niet sneller, hij is al snel. Zijn tank moest groter worden om het langer vol te kunnen houden.”

Karsdorps basisconditie is dit seizoen verhoogd. Trainen met de juiste intensiteit is daarin van belang. Philips: „Je moet parallellen trekken tussen de wedstrijd en de trainingen. Kortom: als je het langer vol wilt houden op de intensiteit die de wedstrijd vraagt dan moet je diezelfde intensiteit tijdens de trainingen nabootsen. Zoals een autocoureur: die leert niet goed sturen door met zestig kilometer per uur de bocht door te gaan. Je moet met tweehonderd door de bocht.”

Vakantie voor Litmanen

Maar als de auto uit elkaar valt is er weinig te sturen. De knellende speelkalender heeft inmiddels bij Ajax zijn tol geëist. Afgelopen maand stuurde Bosz eerst spits Kasper Dolberg vier dagen naar Denemarken, daarna gaf hij middenvelder Hakim Ziyech rust in het eerste achtste finale-duel in de Europa League tegen Kopenhagen. Bosz sprak er laatst Jari Litmanen over, de spelmaker in het Ajax dat in 1995 de Champions League won onder Louis van Gaal. „Louis zei middenin het seizoen tegen Jari: je oogt moe, je moet op vakantie. Toen heeft hij hem op vakantie gebeld: je blijft nog maar een week langer weg.”

Twee weken Litmanen middenin het seizoen op vakantie sturen: nu is dat ondenkbaar. Bosz deed het bij Dolberg, maar een korte periode, waarin ze twee van de vier dagen toch al vrij waren. Je conditie neemt niet af als je vier dagen eruit bent, zegt Bosz. „Maar hij komt wel in zijn hoofd lekker fris terug. Heeft er zin in, is blij. Dat is de frisheid waar ik altijd naar zoek. Ik kreeg hem aan de lijn en ik zag hem bij wijze spreken door de telefoon smilen.”

De nu 19-jarige Deen werd deze zomer vanuit de jeugd gebombardeerd tot eerste spits van Ajax. „Ik vind dat ik hem nog te weinig in bescherming kan nemen”, zegt Bosz. Want hij heeft Dolberg – topscorer van Ajax met 13 goals – keihard nodig. De terugval in het voorjaar is zo logisch als wat: hoger niveau, hoger ritme, weinig rust. Bosz: „Het zou raar zijn als spelers dat niet voelen.”

Het overkwam ook spelmaker Ziyech. „Ik herstelde gewoon niet meer”, zei hij afgelopen maand nadat hij wat rust had gekregen. Waar voel je dat? In je benen? Ziyech: „Overal.” Hij liep bij zijn vorige club FC Twente gemiddeld zo’n acht kilometer per wedstrijd en was vrijwel verschoond van verdedigende arbeid. Dat is nu anders. In plaats van zich slechts aanspeelbaar te maken in balbezit of diep te gaan om de bal te krijgen, moet hij nu sprints trekken juist als Ajax balverlies heeft geleden. Dit heet in Bosz’ trainersjargon de vijf-seconden-regel: fel en kort afjagen voordat de tegenstander gevaarlijk wordt.

Deze krant bekeek data van het bedrijf InStat, dat samenwerkt met FC Twente en Feyenoord. Gegevens van die twee clubs mag het bedrijf niet geven, wel van de tegenstander die ze ook analyseren. Ajax dus in dit geval. Vlak voor de winterstop liep Ajax in Enschede tegen een (late) 1-0 nederlaag aan. Afgelopen maand in Amsterdam walste Ajax in de tweede helft over de Tukkers heen: 3-0.

Beide wedstrijden liep Ziyech ongeveer 11 kilometer. Je ziet het spelbeeld grofweg terug in zijn defensieve en offensieve sprints. Uit tegen FC Twente rende hij 575 meter intensief (boven de 20 kilometer per uur): 338 verdedigend en 237 aanvallend. FC Twente thuis (3-0 voor Ajax) wordt al een heel ander verhaal. Dit is net nadat Ziyech tegen Kopenhagen rust heeft gehad. De zondag erna oogde hij als herboren. Hij rende tegen FC Twente nu 893 meter op hoge snelheid: 330 verdedigend tegenover liefst 563 meter offensief.

Ajax-middenvelder Hakim Ziyech. Foto Kay in ’t Veen/ANP

Bosz hoort het aan, kijkt op verzoek mee. En zegt dan: „Het interpreteren van data is gevaarlijk. Je moet dan ook weten of dit altijd zo is in alle thuiswedstrijden, of uitwedstrijden? Het is een momentopname. Daarom: het oog van de trainer blijft bepalend, data zijn ondersteunend. Als je bij mij op het middenveld wilt spelen, vraagt dat iets van je. Ik vind dat hij daar zo goed mee om is gegaan. Je moet het maar doen: drie kilometer meer lopen in een wedstrijd en dan herstellen. En weer, weer. Het hele seizoen door. Dat hij dat op kan brengen vind ik heel knap.”

Uit trainingsdata van Ajax, die de club niet vrij wil geven, bleek volgens Bosz dat Ziyech weliswaar het aantal kilometers keurig volhield, maar in hoge-intensiteits sprintwerk niet meer mee kon. „Hakim kwam op een gegeven moment bij mij. Hij zei: ‘Trainer, ik ben gewoon heel moe.’ Dan ga ik met hem zitten, hoe komt dat? ik weet het niet, zei hij. Slaap je goed? komt dat omdat we twee wedstrijden in de week spelen? Komt dat omdat je anders moet spelen? Zo kom je uiteindelijk tot de conclusie: even rust.” Waarom niet ook op vakantie? „Heel eerlijk gezegd kon dat niet, omdat de wedstrijden zich op dat moment zo snel opvolgden.”

Krachtmens Dirk Kuijt

Terug naar Feyenoord. Arno Philips vertelt dat zij dit seizoen meer aandacht hebben voor maatwerk, met individuele trainingsprogramma’s. „We zijn het veel specifieker gaan invullen, veel meer gaan differentiëren, vorig jaar was het algemener.” Voorbeeld: krachtmens Dirk Kuijt (36) behoeft een ander programma dan, zeg, talent Mohamed El Hankouri (19), wiens lichaam nog in ontwikkeling is.

Intensiever trainen, differentiëren: veranderingen die na het wisselende vorig seizoen werden doorgevoerd. Philips: „Omdat je als staf kritisch naar elkaar kijkt: waar wil je naartoe? Wat zie je om je heen gebeuren? Wat maakt het verschil tussen top en subtop? Waar moeten we aan werken? Daar kwam dit als een van de accenten op fysiek gebied naar voren.”

Tussen de regels door hoor je: er zijn stappen gemaakt in de (fysieke) begeleiding. Feyenoord werd door voormalige coaches Ronald Koeman en Fred Rutten soms een gebrek aan professionalisme verweten, daar lijkt in het tijdperk Van Bronckhorst mee te worden afgerekend.

Voorbeeld: spelersdata. Een onderdeel waarin Feyenoord ver achterliep. Vorig seizoen werd Inmotio in gebruik genomen, een systeem waar bij trainingen de looplijnen, snelheden, acceleraties, deceleraties, hartslag en afstanden worden ge monitord. Kosten: een paar ton, geld dat door de verbeterde financiële situatie van de club nu geïnvesteerd kon worden. PSV en Ajax werken al langer met Inmotio.

Om de gegevens te analyseren is de jonge bewegingswetenschapper David van Maurik aangetrokken, specialist op dit gebied. Hij is overgekomen van Ajax en is naast Feyenoord ook werkzaam bij Oranje. Tijdens de trainingen worden de parameters realtime getoond. Philips: „Spelers willen dat zien, dan kijken ze op de tablet naar de grafieken. Zo kunnen we desgewenst tussentijds ingrijpen.”

Philips ziet in de data terug dat er tijdens trainingen het „maximale uit wordt gehaald”. Dat heeft volgens hem ook te maken met de „groepsdynamiek” – met routiniers als Kuijt en Karim El Ahmadi. De grootste verandering dit seizoen, volgens Philips: „De bewustwording dat als je mee wil doen, de intensiteit hoog moet en we met z’n allen de kar moeten trekken. Zat er van dag één in.”

Philips werkte veel in het buitenland, hij begon bij het nationale team van Zuid-Korea met Hiddink in aanloop naar het WK van 2002. „Qua werkethiek waren de Zuid-Koreanen zo gedreven, bijna soldaten.” Hij werkte ook in Duitsland bij Schalke 04. „Daar zie je dat er een andere werkethiek is. Gaat een speler na een tweede training bij wijze van spreken ook nog even uitlopen, een intensieve duurloop van 45 minuten. Dat is anders dan hier. In Nederland streven we te weinig na om het maximale uit iemand te halen.”

Bij Feyenoord maakte hij in 2015 aan het eind van het seizoen de neergang mee onder coach Fred Rutten, die voortijdig vertrok. Dat gebeurde vaker bij teams van Rutten. De kritiek kwam van onder meer van inspanningsfysioloog Raymond Verheijen, die bij Feyenoord in de jeugdopleiding de basis heeft gelegd met zijn ‘periodisering’ van trainingsarbeid. Rutten zou te veel en te intensief trainen. Philips nuanceert dat: „Dat is te kort door de bocht. Makkelijk scoren. We hebben ook destijds wel degelijk een norm gesteld, alleen kon die door meerdere factoren niet worden volgehouden.” Zo had Feyenoord toen een jongere groep, die Europees overwinterde en dus meer belast werd.

Philips kent Verheijen goed. Ze gaven samen cursussen en werkten samen bij Zuid-Korea en Rusland. Ze spraken in Rusland avondenlang over de verschillende methodes. „Goede, felle discussies.” Met assistent Jean-Paul van Gastel zit een adept van Verheijen in de technische staf van Feyenoord. Hoe laveert Philips daartussen? „Laveren is niet aan de orde. Wij periodiseren ook binnen Feyenoord, maken ook gebruik van micro-macro principes: korte termijn, lange termijn. We brengen jonge spelers geleidelijk in, die krijgen niet de maximale load. Oudere spelers knijpen hier en daar wat.”

Het is niet zwart-wit, voor of tegen, maar vooral: accenten leggen. Philips: „Daarin krijg ik alle vrijheid. Want ik stel wel echt fysieke doelstellingen, in plaats van die gedachte dat je – heel gechargeerd gezegd – moet voetballen en door alleen te voetballen fitter wordt.”

Ballen uit je broek rennen

Het was begin juli, de tweede dag van het prille seizoen. De pas aangetreden Bosz zag met verbazing hoe Dolberg met Hendrie Krüzen [assistent-trainer] achteraan liep in de bosloop door het Amsterdamse Bos. „Een pikkie van achttien. Mag bij Ajax 1 trainen, ik zou zorgen dat ik vooraan loop. Een paar dagen later op trainingskamp in Oostenrijk krijg ik zijn data te zien. Stond ie ook bij de ondersten.”

Bosz riep de jonge Deen bij zich. „Kasper, ik snap het niet: jij bent een jonge speler, jij moet bij de bovenste zitten. Maar je staat bij alle waarden bij de ondersten, bij alles.” De high intensity runs: boven de 22 per uur, tussen 17-22 per uur. Het leek, zegt Bosz, nergens op. „Wil je niet? Kun je niet? Is het te zwaar? Hij zegt: nee, nee, nee. Ik zeg: Zo heb ik niks aan je, dan stuur ik je gewoon naar huis. Jij mag met Ajax 1 meetrainen, dan moet je toch de ballen uit je broek rennen man?”

En wat het dan was? Bosz weet het nog steeds niet. „Misschien is hij een jongen die zich niet wil uitsloven meteen. Ik heb het hem laten zien: dit wordt gevraagd bij Ajax, puur om hem te pushen. Hij schrok. Hij had dat zetje nodig, denk ik. En vervolgens zat hij iedere dag bij de besten.”