Verveling, tsja. Maar we zijn echt niet in de Bronx

Noord

De laatste jaren ging het wat beter in Banne Buiksloot. Maar pas nog werden twee criminele broers opgepakt, hun huis dichtgetimmerd. Wat zegt dat?

Wie aan de Noorderbreedte woont, woont aan de ring. De snelweg ligt hier in Amsterdam-Noord op nog geen vijftig meter van de straat. Vanuit elk huis kijk je naar de vrachtwagens – daarachter Waterland. De geluidoverlast is beperkt: door grijze wallen wordt dit deel van de Banne relatief goed beschermd. Ergens heeft de Noorderbreedte iets weg van een rustig hofje, helemaal aan de rand van de stad. Wie hier niet hoeft te zijn, komt er niet. En toch haalde dit hoekje van de stad twee weken geleden de voorpagina van Het Parool.

De politie zette er een gezin uit huis. Er werden grote hoeveelheden cocaïne, heroïne en een geladen vuurwapen gevonden. De flat is dichtgetimmerd; moeder en de twee jongste kinderen vertrokken naar Turkije.

De twee oudste zoons zijn gearresteerd. Ze behoren volgens het Openbaar Ministerie (OM) tot een groep hangjongeren, genoemd naar de Parijse voorsteden, de banlieues: ‘Banne-Cité.

Vorig jaar kwam de wijk door Banne-Cité vaker in het nieuws. De groep zou ernstige overlast veroorzaken. Vooral oudere bewoners durfden in sommige delen van de wijk hun huis niet meer uit. Wie met de krant praatte, kon rekenen op een steen door de ruit. Inbraken waren schering en inslag. 44 jongeren zouden de buurt in hun greep houden. Treiteren. Terroriseren.

Een half jaar geleden greep de gemeente hard in. Er werden camera’s in de wijk geplaatst en gebieds- en samenscholingsverboden opgelegd. Politie en OM startten een onderzoek naar de gepleegde misdaden. Hoe is de situatie inmiddels in de Banne? Werkt de aanpak van de gemeente?

De Banne verpaupert

Banne Buiksloot is een typische jarenzestigwijk. Lage sociale woningbouw, portiekflatjes, strekt zich hier uit tot het einde van de stad. Ooit een heel modern ontwerp. Rondom winkelcentrum de Banne worden vervoerstromen gescheiden: fietsers beneden, autoverkeer op een verhoging. Een concept dat werd gezien als dé toekomst.

Maar in de decennia na de bouw gaat het er minder goed. De eerste bewoners vertrekken en de wijk vult zich met lagere-inkomensgroepen. De Banne verpaupert. Relatief veel bewoners zijn laaggeletterd en hebben geen werk.

Banne Buiksloot stond vorig jaar op nummer vier in de toptien van Amsterdamse wijken met jeugdige verdachten. Dat blijkt uit Criminaliteitsbeeld 2016, de veiligheidsrapportage van de gemeente Amsterdam.

Enkele jaren geleden wordt besloten daar wat aan te doen. De gemeente begint met stedelijke vernieuwing, waarbij een groot deel van de oorspronkelijke gebouwen wordt gesloopt of opgeknapt. Wie nu door de Banne loopt, ziet de sporen daarvan: de ene straat Vinexwijk-achtig, een blok verder jarenzeventigstijl.

De Klipperstraat is nog duidelijk uit de jaren zeventig. Hier bereikte de overlast vorig jaar een dieptepunt. Er vlogen stenen door de ruiten van een bewoonster. Ook werd de autoruiten van deze vrouw ingeslagen. Op de bestuurdersstoel lieten de daders een dreigbriefje voor de ‘verraadster’ achter. Ondertekend: Banne-Cité.

Yvonne van Waar (56) kan zich die dagen nog goed herinneren. De vijftiger wijst naar het rijtje flatwoningen op de begane grond: „Bij slechts twee woningen is niet ingebroken.” De truc was altijd hetzelfde. Steevast kwam de indringer binnen via het slaapkamerraampje. „De zwakke plek.” Geen toeval. De inbreker – een jongen uit de buurt – liep stage bij woningbouwvereniging Rochdale, zegt Van Waar; hij kende de woningen als zijn broekzak.

Ook bij verzorgingstehuis Eduard Douwes Dekker, in het zuidwesten van de wijk, was het vorig jaar vaak raak. Jongeren hingen rond in de plantsoentjes. Ze intimideerden. Bewoners durfden amper de deur uit. Een medewerker van het verzorgingstehuis sprak op een webblog van een bestuurscommissielid over „het bewaken van een fort”.

Nergens last van

Inmiddels is het weer rustig op beide plekken. Op de straathoeken staan lange palen met daarop camera’s. Straatcoaches zijn ingezet. Politieagenten lopen frequenter door de straat en vragen de jongeren uit de buurt zich te legitimeren.

Van Waar ziet de overlastgevers nog regelmatig lopen. Ze is niet bang. En ze doen haar niks: „Ik groet ze gewoon.” Buurtbewoner Gino Montenoor (35): „Ik heb nergens meer last van.”

Ook de locatiemanager van Eduard Douwes Dekker, Paula van Hove, is positief: „Een paar weken geleden kwamen zelfs jongeren uit de buurt langs. Die hebben hier gekookt.”

Dat gebeurde op initiatief van jeugdwerkorganisatie DOCK, in samenwerking met het verzorgingshuis. In de ‘huiskamer’ van DOCK komen jongeren uit de buurt voor een potje tafelvoetbal of voorlichting over volwassen worden. Welke keuzes komen er kijken bij het leven?

Als ze er zijn, kunnen ze terloops bewust worden gemaakt van de impact die hun aanwezigheid op de buurt heeft – bijvoorbeeld op de mensen in het verzorgingshuis. Volgens afdelingsleider Sabine Koenders hebben veel jongeren niet door dat ze overlast veroorzaken: „Ze denken: wij zijn hier gewoon met vrienden.”

Zijn alle problemen hiermee opgelost? Volgens PvdA-raadslid Sofyan Mbarki niet. Maar het is een stap in de goede richting. Zijn punt: camera’s, samenscholingsverboden, gebiedsverboden en huisuitzettingen zijn keiharde maatregelen en hebben alleen op korte termijn echt effect. Ze kunnen zelfs riskant zijn. Hard straffen en „geen perspectief bieden” creëert een „verhardingscultuur”. Het frustreert. „Dan willen jongens zich extra bewijzen.” Zijn devies is simpel: investeer ook in de „sociale infrastructuur”.

Foto’s Olivier Middendorp

Tegelijk weet Mbarki hoe lastig dat is. Te vaak kijken ouders van hangjongeren weg. Ze doen of hun neus bloedt, en komen ermee weg. Je zou die ouders thuis moeten bezoeken, een gesprek beginnen.

En dan zijn er te veel voortijdig schoolverlaters. Jongeren die in de schoolbanken horen te zitten, maar liever op pleintjes rondhangen. Die moet je meer achter de broek zitten, en perspectief bieden. Mbarki: „Zit ze op de hielen.”

Gebrek aan activiteiten in de wijk is een ander probleem. Buurthuizen sluiten vroeg, om acht uur ’s avonds worden jongeren weer de straat opgestuurd. Alternatieven voor vrijetijdsbesteding zijn er nauwelijks in de Banne. Populaire voetbalveldjes in de wijk zijn opgedoekt. Verveling ligt op de loer. Of erger: overlast.

Volgens Heffender Kolf valt dat wel mee. Hij woonde jaren aan het Bezaanjachtplein in deze wijk en is nu even terug. Vroeger organiseerde hij hier deejay-lessen. Er werd met de hele buurt gevoetbald. Het was gezellig. Nu is er niks meer te doen, dat ziet hij ook. En het winkelcentrum is ongezellig. Gevolg: jongeren gaan uit verveling irritant doen. Maar overlast? Bedreigingen? Kolf: „We zijn niet in de Bronx.”

In de criminele Top600

Toch behoort een klein deel van die jongeren tot de Top600, de zeshonderd criminelen die de meeste onveiligheid in de stad veroorzaken. Groepen die veel overlast in de wijk gaven zijn uiteengedreven, maar deze jongeren hebben hun criminele activiteiten – drugshandel, inbraak, geweldsmisdrijven – gewoon voortgezet. Hun misdrijven zijn minder zichtbaar in de buurt, ze opereren onder de radar.

Dat verklaart mogelijk waarom buurtbewoners niets zeggen te weten van de gevonden partijen drugs in het huis aan de Noorderbreedte, of van de criminele broers, de huisuitzetting en de dichtgespijkerde woning. De standaardreflex: verbaasde gezichten en opgehaalde schouders.

Zo ook meneer Teunissen – „geen voornaam, ik wil geen contact meer met mijn kinderen” – die sinds 1977 in de wijk woont: „Hier in de straat?” Ook twee buren van elkaar, een man en een vrouw die voor het eerst sinds twee maanden een praatje maken, hebben geen benul. Wat vijftig meter verder op de Noorderbreedte gebeurt, is een andere wereld. Over de ontruiming van een wietplantage in je eigen flat hoor je via stadsomroep AT5. De buurman – „geen naam, die noemen we hier nooit” – stelt vast: „Er is weinig onderling contact.”

Dat de lokale overheid zich niet tevreden stelt met de verminderde overlast, maar ook de minder opvallende criminaliteit in de gaten houdt, spreekt uit de huisuitzetting. Het onderzoek van politie en justitie naar de Banne-Cité is met de arrestaties van de broers uit de Noorderbreedte niet afgerond. Mogelijk volgen meer van dit soort acties, zegt het Openbaar Ministerie. „Woningcorporaties en de gemeente kunnen besluiten meer mensen uit huis te zetten als zij daar reden toe zien.”

De bewoners van de Banne zijn in ieder geval blij dat een situatie als in 2016 voorbij lijkt. Gino Montenoor dompelt zijn spons in het emmertje water, zijn zilvergrijze Ford glimt weer als nieuw. „Ik woon nu tien jaar in deze buurt. We willen, denk ik, een huis kopen.”