Uber City

Het was laat op de avond en het begon te regenen. Ik wilde naar huis. Dus: even op mijn Uber-icoontje tikken om te zien of er een taxi in de buurt was. Op de plek waar ik liep, het Leidseplein, was de kans daarop natuurlijk groot. Maar van een vorig ritje met Uber wist ik dat je nooit op het Leidseplein moet instappen: de prijzen zijn daar relatief hoog. „Uber vindt het niet fijn als ik dit bekendmaak”, had de chauffeur gezegd, „maar zo is het wel.” Ik ontweek de voor mij ongunstige werking van vraag en aanbod en vroeg pas om een taxi toen ik verderop bij de Stadhouderskade stond.

Waar van ontwijken geen sprake was. Vraag & Aanbod hadden mij ook hier gevonden. De Uber-app in mijn smartphone meldde een tariefsverhoging met de factor 2.4. Of ik daarmee akkoord ging. Bij ‘ja’ had ik evengoed een dure TCA-taxi kunnen nemen. Bij ‘nee’ zou ik later thuis zijn. Links en rechts zag ik wanhopige voetgangers die droog naar huis wilden. Wat nu?

Ik drukte op ‘ja’. Even later verscheen de foto van een zekere Tinus op mijn display.

Na drie minuten reed Tinus voor in een wagen van… TCA.

„Klopt dit wel?”, vroeg ik.

„Ja hoor”, grijnsde hij, „stap maar in.”

En daar zaten wij: Tinus en ik, twee calculerende burgers in het zzp-tijdperk. Ondanks het TCA-licht op zijn dak is Tinus zelfstandig ondernemer. „Bij TCA worden ze natuurlijk niet zo vrolijk als ik schnabbel bij Uber”, zei hij. „Toch is dit toegestaan.”

Door de regen en het late tijdstip was de vraag naar taxi’s plotseling hoog boven het aanbod uitgestegen. Bij TCA leidde dat tot lange wachtrijen; bij Uber tot acuut verhoogde prijzen. Take it or leave it.

„Ik had geen zin meer om ritjes te maken”, zei Tinus, „maar toen ik zag dat Uber de factor 2.4 beloofde, besloot ik in te loggen en me aan te bieden.”

Zo belichaamden Tinus en ik het ondernemerschap van Travis Kalanick. Acht jaar geleden kon Kalanick in de regen van Parijs geen taxi vinden. Uit ergernis daarover startte hij zijn app, die inmiddels een omzet genereert van 68 miljard dollar in vijfhonderd steden. Bijeen geschnabbeld door lone wolfs als Tinus.

Tinus profiteerde nu van mijn nood, zoals ik op andere momenten profiteer van de opportunistische leegte die app-bedrijven als Uber kenmerkt. Tinus hield zijn goedgemutstheid moeiteloos vast tot ik thuis was. Moest ook wel, de rating die ik zou gaan geven zou medebepalend zijn voor zijn toekomst als taxiwolf. Zo gaat dat in Uber City Amsterdam, waar het internationale hoofdkantoor van de start-up uit San Francisco almaar meer mensen werk biedt. Dat dan weer wel: Uber vindt Amsterdam een belangrijke Europese ‘tech-hub’.

Tinus werkt niet op kantoor, hij wordt door niemand beschermd en zeker niet door opperwolf Kalanick. Hij moet zijn klanten tevreden houden. Ik boog voor de winnaar van het moment, en gaf hem vijf sterren.

Auke Kok is schrijver en journalist.