Niks oer-Hollands: ons Marjanneke is Duits

Vorige week kwam hier het oude Nederlandse kinderliedje ‘Hop Marjanneke, stroop in het kannetje, laat de poppetjes dansen’ ter sprake. Er werd een poging gedaan om de oerversie van het liedje te vinden en er is gefilosofeerd over de vraag of het misschien van oorsprong een ‘signaalrijm’ was, een geïmproviseerd rijmpje dat als het ware een militair trompetsignaal nabootst. Het vrolijke, snelle wijsje wekte die indruk. Signaalrijmen dienden als geheugensteuntje.

De Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut presenteert een hele reeks verschillende versies van ‘Marjanneke’. De oudste gaan terug tot ongeveer 1815 en lijken in de verste verte niet op het korte liedje dat de meeste Nederlanders paraat hebben (dat is, na het ‘dansen’: ‘Eertijds was de Pruis in ’t land en nu de kale Fransen’). Het oudste vers voert een man op die het huishouden doet en zijn vrouw laat dansen. Verwarrend is dat er ook versies zijn waarin niet een Pruis maar een Prins genoemd wordt (dat is dan stadhouder Willem V), en versies waarin niet een vrouwtje danst maar een hondje. Een militaire context is nooit ergens zichtbaar.

Vandaag gaan we verder met het liedje, want lang en systematisch googlen, ook bij Google Books, bracht veel mooie onbekende feiten naar boven. Zoals de Liederenbank al noteerde is de melodie van Marjanneke waarschijnlijk overgenomen van een oud Frans kinderliedje dat ‘Trempe ton pain, Marie’ heet. (Doop je brood in de saus, doop je brood in de wijn, enzovoort.) Dit versje is nog steeds populair. Google Books voert op aanvraag twee Franse theaterstukken uit 1811 aan waarin het zó terloops genoemd wordt dat het kennelijk toen al een klassieker was. Tekst en melodie zijn bovendien, en volkomen ongewijzigd, in Quebec terechtgekomen. Op YouTube is een opname uit 1918 (!) te vinden van de Canadese mezzosopraan Eva Gauthier die onder veel andere Franse kinderliedjes ook ‘Tremp’ton pain’ ten gehore brengt. In de Elzas wordt nog dagelijks op de melodie gevolksdanst, ook daarvan doet YouTube verslag. De dans, een ‘polka piquée’, heet Hopp Mariannele, of Hop Marianele, of simpelweg: Marianele. Mariannele staat ook op het Duitse volksdansrepertoire, met precies hetzelfde deuntje.

Maar in Wallonië, in de streek rond Namen, werd ‘Marie trempe ton pain’ een mars voor tamboers en pijpers! Hier duikt opeens de militaire context op die vorige week onvindbaar bleef. Onvindbaar? Wie eenmaal weet dat ons Marjanneke in Duitsland rondgaat als ‘Hopp Marianchen, hopp Marianchen, Lass die Püppchen tanzen’ ontdekt dat het daar de hele negentiende eeuw een uiterst populair soldatenliedje was, een mars die de moed erin hield. In Soldaten-, Kriegs- und Lager-Leben (1838) beschrijft ene J.C. Kretzschmer hoe hij al in 1814 onder de tonen van Marianchen vrolijk langs de Rijn marcheerde.

Ook in de Elzas zijn sporen van een militaire context te vinden. Halverwege de negentiende eeuw circuleerde daar een tekst op de wijs van ‘Trempe ton pain, Marie’ die begint met ‘Hopp, Marianele, Hopp, Marianele, kommer welle danza’ en die dan in dit regionale dialect verder zegt: neem een stukje kaas en brood, stop dat in je ransel, van de ransel in de zak, geef me een beetje snuiftabak. Veel van dit soort teksten zijn bijeengebracht door de Elzasser componist Jean-Baptiste Weckerlin. In Duitse verzamelingen zijn veel teksten van gelijke strekking, maar met kleine variaties, terug te vinden.

Maar nog veel algemener is daar de tekst die wij als de oudste Nederlandse tekst beschouwen, de tekst waarin die man wordt beschreven die de vloer veegt, het vuur stookt, de pap kookt en het kindje wiegt. Al of niet met een vrouwtje (maar nooit een hondje) dat danst. Het is een goede en brave ‘Mann von Compläsanzen’ die ‘riecht nach Pomeranzen’.

Je weet het niet, je moet uitkijken voor snelle conclusies, maar je zou zweren dat het een spotliedje op de Fransen is. Duitse soldaten keken neer op Fransen. Zie het oude liedje: Ramplamplam, Papier argent, Kein lumpiger Geld als Assignat. Qu’est-ce qu’il dit hat Hosen an, Parlez-vous hat Strümpfe’. En zo zijn er meer.

Het was een vreemde gewaarwording om op internet zoveel Duitse variaties te vinden op de tekst van een kinderliedje dat wij als Nederlands beschouwen. Toen ten slotte in het Zeitschrift des Aachener Geschichtsvereins (1887) de strofe ‘Gestern waren die Preussen hier, Heute sinds die Franzen’ opdook viel opeens alles op zijn plaats. Ons Marjanneke is Duits, het is een oud Duits soldatenliedje dat aan het begin van de negentiende eeuw nagenoeg letterlijk in het Nederlands is omgezet.

Aan de zin ‘Laat de poppetjes dansen’ hoeft niet, zoals veelvuldig is gedaan, een bijzondere betekenis te worden toegekend. ‘Lass die Puppen tanzen’ betekent gewoon: zet de bloemetjes buiten. De Prins die zum kotzen in ons Marjanneke werd opgevoerd is een bedenksel van oranjevlijers, het hondje moest de schande van een dansend vrouwtje wegnemen. Het ergste is natuurlijk dat de poppetjes, de Prins en de Fransen niets met de Nederlandse geschiedenis te maken hebben. Vergeet Goejanverwellesluis.