Beenderen en stukjes schedel onder plein Zuiderkerk

Onder het pleintje naast de Zuiderkerk blijken nog altijd menselijke botten te liggen. „Ik kan ze toch moeilijk in de vuilnisbak gooien.”

Foto Getty Images

Het Zuiderkerkhof, het pleintje aan de voet van de Zuiderkerk, is nog steeds een kerkhof. Het zand onder de tegels herbergt ook nu nog de stoffelijke resten van mensen die daar ooit zijn begraven, precies zoals de met doodshoofden en botten versierde toegangspoort van het pleintje aankondigt. Dat hebben werknemers van Waternet de afgelopen weken ondervonden bij werkzaamheden aan de riolering. Tijdens het graven stuitten ze op beenderen, wervels, stukjes schedel, heup, rib en kaak.

De rioolwerkers hebben de knekels overhandigd aan Gerrit Key, die vanuit zijn kantoortje op het plein de verhuur van de kerk organiseert. Key verzamelt de botten en de werklui voorzien hem telkens van nieuwe vondsten – een flinke doos vol inmiddels. De exploitant van de kerk nam contact op met Bureau Monumenten en Archeologie, maar kreeg te horen dat men er geen belangstelling voor heeft, tenzij er een compleet skelet zou worden gevonden.

Stadsarcheoloog Jerzy Gawronski licht het desgevraagd nader toe: „Losse botten van een dergelijk verstoorde, maar historisch bekende begraafplaats bevatten geen samenhangende informatie. Omdat informatie over de herkomst of de ligging in de bodem ontbreekt zijn ze niet dateerbaar of aan elkaar te koppelen.”

Vanaf de opening van de kerk begin zeventiende eeuw zijn er mensen begraven op het Zuiderkerkhof, ook wel Sint Janskerkhof. In 1866 werd de begraafplaats buiten dienst gesteld en zijn de graven geruimd. Erg grondig is men daarbij kennelijk niet te werk gegaan. Overigens is de kans groot dat de nu gevonden beenderen ook in de jaren zeventig van de vorige eeuw, tijdens de aanleg van de metro onder het plein, al eens bovengronds zijn gekomen.

Zuiderkerk-exploitant Gerrit Key gaat door met het verzamelen van botten tot Waternet klaar is met de werkzaamheden aan het riool. Hij heeft nog niet besloten wat hij ermee gaat doen. „Ik kan ze toch moeilijk in de vuilnisbak gooien”, zegt Key, terwijl hij met een mengeling van fascinatie en eerbied de beenderen door zijn handen laat gaan. „Ik heb al contact gehad met begraafplaats De Nieuwe Ooster. Als ik ze daar afgeef, worden ze begraven in een zogeheten knekelkuil.” Peinzend: „Ik zou de mensen van Waternet ook kunnen vragen de botten weer in het zand van het Zuiderkerkhof te begraven. Met een briefje erbij. In zo’n Tupperware-bakje. Misschien dat men er in de toekomst nog iets aan heeft.”