Column

Is het wel zo erg, Brexit?

Weer een Brexit-week voorbij. De Britse permanente vertegenwoordiger, Tim Barrow, zette woensdag welgeteld 342 stappen van zijn eigen kantoor naar dat van Donald Tusk, om de fameuze Artikel 50-brief af te leveren. Althans, dat berekende iemand van de nieuwssite Politico, die alvast Barrows parcours aflegde en zelfs beschreef wat de man onderweg allemaal zou zien (helaas, Barrow nam uiteindelijk de auto en dus een andere route). De Europese onderhandelaar, Michel Barnier, beloofde op zijn beurt volledige ‘transparantie’. Onmogelijk, natuurlijk, in complexe onderhandelingen tussen 28 landen: compromissen sluit je niet op het dorpsplein terwijl iedereen meeluistert (de eerste de beste in het stadsbestuur van Utrecht of Den Haag kan dit beamen – en daar hebben ze ‘maar’ met vijf partijen te maken). Dan was er nog de baas van Ryanair, die beweerde dat er „na Brexit misschien geen vluchten van en naar Europa meer zijn”. Whoa!

Brexit is vermaak geworden. Showtime. Met zijn eigen royalty, feestdagen en kroonjuwelen. Woensdag, op ‘trigger day’, maakte zelfs de oerdegelijke Zwitserse krant NZZ een clip over het ‘Brexit drama’, met Theresa May als De Vechter, Donald Tusk als De Verlatene, David Davis als EU-tegenstander, Michel Barnier als De Onderhandelaar, Nicola Sturgeon als De Pessimist, de Ierse minister Michael Noonan als De Econoom (?) en prins William als De Optimist. Een paar pakkende quotes, en dit alles ritmisch getoonzet op het soort dreigende strijkmuziek dat ze ook gebruikten als ze in Dallas of Dynasty een Beslissend Moment naderden.

Met de werkelijkheid heeft dit allemaal weinig van doen. Op seminars over de toekomst van Europa is Brexit niet eens een agendapunt meer. Het zijn vooral de Britten zelf die denken dat Brexit Het Thema is. Toch zit er een goede kant aan die hele poppenkast: misschien helpt het bij het banaliseren van iets dat al jaren onvermijdelijk is. Weinigen vragen het zich dezer dagen af, maar stel je voor dat de Britten erin waren gebleven? Stel dat die krappe meerderheid van de Britten niet voor Brexit had gestemd, maar voor Bremain? Dit was een ramp geweest. Voor hen, maar vooral voor ons.

Bijna eenderde van de Britten heeft niet gestemd. Die krappe meerderheid was dus onder alle kiesgerechtigden een minderheid geweest. Dit was de regering bij elke bocht in de weg ingepeperd. Sterker, binnen de regerende Tory-partij was een opstand uitgebroken. Veel Tories zijn vurige Brexiteers. Om hen te pacificeren en de partij bijeen te houden had de premier, wie het ook geweest was, in Brussel geen enkele concessie kunnen doen. Nul. Op geen enkel terrein. Dat had de EU lamgelegd op een moment dat de hele wereld verandert en zij mee moet veranderen.

Wat dit betekent, weten ze in andere hoofdsteden vrij goed. Jarenlang eisten Britten de ene uitzonderingsregeling na de andere. Geen lid van de bankenunie, wel een veto eisen. Weigeren om de EU-ambassadeur namens jou te laten spreken, terwijl het Lissabonverdrag dit vereist. Hoeveel nachten is er niet vergaderd omdat de Britten overal buiten wensten te blijven, solo optraden in gemeenschappelijk kwesties of de zoveelste financiële korting eisten? Oud-europarlementariër Andrew Duff, een van de weinigen in het groeiende legioen Brexit-experts die exact weet waar hij het over heeft, merkt in een stuk voor het European Policy Center fijntjes op: „Remainers moeten weten dat er veel mensen in de EU zijn die vinden dat er in het verleden te veel concessies zijn gedaan aan de Britten.”

En zo is dat. Het is goed dat dit afgelopen is. En dat het ook niet terugkomt. Dan kan de rest van Europa tenminste door.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa