Cultuur

Interview

Interview

Carla van Baalen: „Vier partijen met secondanten plus de informateur en twee ambtenaren: een volle tafel.”

‘Ik weet zeker dat vrouwen iets toevoegen bij de formatie’

Carla van Baalen

Wie ‘kabinetsformatie’ zegt, zegt Carla van Baalen. De directeur van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis weet al precies hoe deze gaat verlopen.

Wat zou zij het graag willen, een dag of twee bij de kabinetsformatie zitten. Niet áán de onderhandelingstafel, maar een beetje op afstand. En dan? „Te werk gaan als een antropoloog. Met een open blik: zitten, kijken, luisteren en denken: wat gebeurt hier”, zegt ze met een twinkeling in haar ogen.

Het zijn hoogtijdagen voor Carla van Baalen, hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. Wie ‘kabinetsformatie’ zegt, zegt Carla van Baalen. Ze weet alles van het schimmige spel dat deze week met de gesprekken tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks is begonnen. Een spel met ongeschreven regels, die desondanks een vast patroon kennen.

De kabinetsformatie in vijftig stappen heet het boek dat zij vijf jaar geleden samen met de aan haar Centrum verbonden onderzoeker Alexander van Kessel schreef. Daarin wordt stap voor stap het hele formatieproces – waarover dus niets formeel is geregeld – doorlopen. Zij noemt het zelf in de inleiding „een speurtocht naar de conventies en de herkomst ervan”. De opdracht kwam van het ministerie van Algemene Zaken en de Raad van State, die het nuttig achtten in elk geval iets van het ongeregelde proces op schrift te zetten. De speurtocht leidde tot 47 stappen, waar de auteurs voor het gemak maar 50 van hebben gemaakt.

Het verschijnsel kabinetsformatie fascineert Van Baalen al sinds zij in 1977 op haar achttiende voor het eerst mocht stemmen. Nederland was vier jaar geregeerd door het roemruchte kabinet Den Uyl. Met de tien zetels winst die de PvdA bij de daaropvolgende verkiezingen won, leek de komst van het tweede kabinet Den Uyl verzekerd. Maar dat gedoodverfde kabinet kwam er uiteindelijk niet, zou zeven maanden na de verkiezingen blijken.

Van Baalen: „Ik vond het zo merkwaardig. Die formatie ging maar door en door. Waarom duurde het zo ontzettend lang? Ik ging toen geschiedenis in Leiden studeren en merkte om mij heen dat erover werd geklaagd. Eerst hadden we een verkiezingscampagne gehad met levendige debatten en na de verkiezingen werd er door een aantal heren binenskamers, soms lekkend naar de pers, eindeloos gesproken en gesteggeld om na zes maanden de conclusie te trekken dat ze er toch niet uit waren gekomen.”

Die verwondering bleek de basis voor wat 26 jaar later Van Baalens oratie zou worden bij haar benoeming als hoogleraar in Nijmegen. Klagen over kabinetsformaties was de titel van haar rede. Trotse ouders in de zaal. „Geweldig vonden ze het”, zegt ze.

De politiek had ze een beetje van huis meegekregen. Ze groeide op in een Westlands tuindersgezin, haar vader was raadslid voor de Christelijk-Historische Unie in ’s Gravezande, haar grootvader was voor dezelfde partij in dezelfde plaats wethouder en locoburgemeester geweest. Zelf richtte ze in de zesde klas van de lagere school in het kader van een lesproject een eigen politieke partij op: L’71’, Leerlingen’71. „Toen vond ik politiek al interessant. Als 13-jarige schreef ik over politiek in mijn dagboek. Bijvoorbeeld over de discussie rond de Drie van Breda. Moesten die worden vrijgelaten of niet. Daarover schreef ik mijn opvatting dan neer.”

Nu houdt ze weer een dagboek bij. Over de formatie. In een bureau agenda, een paar regeltjes per dag met persoonlijke waarnemingen „om het overzicht te kunnen houden”.

Er zijn mensen in Den Haag die de kabinetsformatie een prachtig spel vinden.

„Daar herken ik wel wat in. Er worden aan het begin, als de verkiezingen voorbij zijn, maatstaven aangelegd voor wie er met elkaar moeten gaan praten. De grootste winnaar, de grootste partij, maar dat wil nog niet zeggen dat die partijen ook in het kabinet komen. Men gaat op zoek. Kunnen we het eens worden. Over een programma, maar ook samen. Is er voldoende vertrouwen.”

Je zou er haast een psycholoog bij zetten.

„Ja, eigenlijk wel. Want wat gebeurt daar? Wat is de dynamiek die op gang komt rond de tafel? Vroeger had je alleen een paar fractievoorzitters die onder leiding van een informateur met elkaar spraken. Op een gegeven moment is het fenomeen van de secondant ontstaan. Bij de formatie van 2003 nam de PvdA-fractieleider telkens iemand anders mee. Dat werkte totaal niet om vertrouwen op te bouwen. Vandaar dat tegenwoordig gewerkt wordt met vaste secondanten. Maar nu zitten er vier partijen met allemaal een secondant plus de informateur en de twee ambtenaren van het ministerie van Algemene Zaken. Het is een volle tafel.”

Niet echt bevorderlijk voor de onderhandelingen.

„Nee, dat zou je denken.”

Maakt het uit dat de informateur een vrouw is?

„Dat gaan we zien. We hebben in alle jaren in totaal 68 informateurs gehad. Het is voor het eerst dat een vrouw in haar eentje deze gewichtige rol heeft. Els Borst is ook informateur geweest, maar die deed het samen met twee mannen. Ik heb me er wel over verwonderd dat vrouwen nooit een rol hebben gespeeld. Een informateur moet goed luisteren, verbinden, iedereen tot zijn recht laten komen. Dat zijn toch niet bepaald eigenschappen die niet bij het feminiene zouden horen. Een vrouw zou dat misschien júist heel goed kunnen. Waarom is daar tot nu toe nooit voor gekozen? Komen die mannen niet eens op het idee? Uit wat ik gehoord heb over Edith Schippers in haar rol als verkenner, begreep ik dat ze het heel goed gedaan heeft. ”

De vrouwelijke factor kan functioneel zijn?

„Zeker. Ik ben ervan overtuigd dat vrouwen iets kunnen toevoegen. Maar het is lastig om te zeggen wat precies.”

Wat zijn de typisch mannelijke trekken aan zo’n onderhandelingstafel?

„Haantjesgedrag, grote ego’s die per se dingen willen binnenhalen. Maar het zit hem ook vaak in subtiliteiten waardoor een gemengd gezelschap anders functioneert dan een gezelschap van alleen mannen. Met vrouwen wordt er veel breder met dingen rekening gehouden.”

Verloopt de formatie tot nu toe volgens de bekende patronen?

„Ja. Een belangrijk uitgangspunt is dat in eerste instantie de grootste partij en de grote winnaars erbij betrokken worden. Dat is het geval.”

En nu moeten die partijen bekijken of ze echt met elkaar samen willen?

„Vertrouwen en hoe daar aan te werken is heel erg belangrijk. Neem Sybrand Buma. Hij heeft fors oppositie gevoerd tegen Rutte. Die twee moeten het nu met elkaar eens zien te worden.”

Maar waarom moet dat zo lang duren. Die mensen maken elkaar haast dagelijks mee. Kennen elkaars programma’s. Die zouden aan een half woord genoeg moeten hebben.

„Het is nu eenmaal gebruikelijk dat er een regeerakkoord komt. In dat akkoord staat een programma waar men het toch over eens moet worden. Zo’n regeerakkoord wordt wel ‘gestold wantrouwen’ genoemd. Zeker kleinere coalitiepartners vinden het een veilig idee dat veel wordt opgeschreven.”

Hoe meer partijen in een coalitie, hoe belangrijker goede afspraken?

„Klopt. Of als er meerderheden dreigen tussen één van de coalitiepartijen en andere partijen in de Kamer die niet in het kabinet zitten. Dat was de angst van de VVD in 1998, toen het tweede paarse kabinet gevormd werd. Er was toen op één zetel na een linkse meerderheid. Daarom wilde de VVD zoveel mogelijk vastgelegd zien. Het heeft met 90 pagina’s geleid tot het dikste regeerakkoord uit de geschiedenis.”

Na de vraag hoe lang deze formatie volgens haar gaat duren staat Carla van Baalen op om het verslag van verkenner Schippers erbij te pakken. „Kijk”, zegt zij, terwijl ze door de uitgeprinte velletjes bladert. „Ja, ja, ja. Hier staat het”. In de tekst heeft zij met dun potlood het woord ‘thans’ omcirkelt. De hele zin in het verslag luidt: „De enige meerderheidscombinatie die thans onderzocht kan worden bestaat uit partijen uit het midden, links en rechts.”

Carla van Baalen: „Heel belangrijk. Je zou er haast overheen lezen maar dat woordje ‘thans’ gebruikte Piet Hein Donner in 2003 ook in zijn verslag als informateur toen hij een combinatie van CDA en PvdA onderzocht. Het wil zeggen dat er dús ook andere mogelijkheden zijn. De gesprekken onder leiding van Donner en Leijnse in 2003 mislukten na twee maanden en het CDA ging met VVD en D66 regeren.’’

Hoe loopt deze formatie af?

„Ik heb direct de dag na de verkiezingen fris van de lever gezegd dat men begint met het motorblok van VVD, CDA en D66 plus GroenLinks. Die zijn een hele tijd bezig en dan gaat het mis. Dan gaat het motorblok met de ChristenUnie praten en wordt men het eens. We zijn dan vier maanden verder.”