Niet meer roken in de rij voor de Python

Na treinen, werkplekken en restaurants geldt nu ook in wachtrijen van attractieparken een rookverbod. Bezoekers van de Efteling snappen dat wel. Maar het moet niet zo zijn dat de roker nergens meer heen kan.

Roken in wachtrijen is in 22 attractieparken vanaf dit weekend verboden. Fotografie Roos Pierson

In het sprookjesbos staan drie rokerspaaltjes. Ze zijn net aangelegd, het zand ligt er nog naast. Langs de paden staan nu voor niets houten waarschuwingsborden met kunstige letters: een vonk van pijp of sigaretten, kan bos in vuur en vlam zetten. Maar ja, zegt een Efteling-medewerker met een prikker in zijn hand („véél peukies”): die bordjes dragen wel bij aan de gezellige sfeer van het bos. „Die halen we niet zomaar weg.”

Vanaf dit weekend geldt in de meeste Nederlandse pretparken en dierentuinen een rookverbod in de wachtrijen voor attracties. Vereniging de Club van Elf, waarbij gek genoeg 22 attractieparken zijn aangesloten, maakte dat dinsdag bekend. Daarmee heeft de roker weer een deel van zijn rookruimte moeten inleveren. De roker was al verbannen uit trein, werkplek en café, en voor hem of haar is nu ook al de wachtrij van het pretpark taboe.

„Twintig jaar geleden kon je hier nog sigaretten uit de automaat halen”, zegt Willem Groeneveld (38), een fervent Eftelingbezoeker − drie keer per maand − terwijl hij bekijkt hoe zijn kinderen een waterattractie betreden. „Tegenwoordig is hier geen aansteker meer te krijgen.”

Tineke de Wilde (45) en Corina Verkooijen (44) staan in het zonnetje bij de ingang een sigaretje te roken. Ze zijn niet van die „wildrokers”, zeggen ze. De tijdsgeest verandert. „In het restaurant waar ik vroeger werkte”, zegt Verkooijen, „stonden altijd asbakken op tafel. Dat was toen heel normaal. Tegenwoordig word je als roker anders aangekeken. Maar zo gaat dat nou eenmaal: vroeger zaten we ook zonder gordel in de auto.”

Ze vinden het dus prima om niet in de rij te roken. Maar gelukkig is er geen algeheel rookverbod: „Dat je het tot 18 uur uit moet zingen voordat je weer mag!” Zo’n verbod in een kinderpark vinden ze wel weer van een andere orde dan het rookverbod in cafés. „Je merkt dat mensen dan maar op straat gaan roken”, zegt De Wilde. „Dat levert allerlei gezeur op. En voor de kroegbaas lijkt me dat ook niet voordelig. Binnen, op mijn dooie gemakkie met een pilsje erbij, vind ik het toch wel leuker roken.”

Hans Slot (62) en André van Leijden (73) zitten op een terras bij het schommelschip – Hans met een sigaar in de hand. Ze hebben een familiereünie. „In die rijen sta je zo dicht op elkaar gepropt”, zegt Slot over het nieuwe verbod, „met kinderen erbij, dan is roken niks.” Maar het kan ook te ver gaan, waarschuwt Leijden. „Dat rokers nergens meer heen mogen. Soms zie je werknemers buiten op zo’n bedrijventerrein staan roken. Dat ziet er toch niet uit. Je moet het niet overdrijven.”

Rookvrije samenleving

Uiteindelijk, denkt Niels van Rooij (22), zullen we naar een rookvrije samenleving toegaan. Dat vindt hij ergens wel logisch. „Het gaat toch om je gezondheid”, zegt hij terwijl hij een sigaretje staat te roken, zwaaiend naar zijn gillende vrienden in achtbaan De Baron. In de wachtrij roken, of binnen, deed Van Rooij al nooit. Je moet een beetje medeleven tonen aan de niet-rokende medemens.

Niet-rokend is ook de overgrote meerderheid, op deze zonnige zaterdag. Niemand te zien bij de rokerspaaltjes in het sprookjesbos. Er zijn meer mobieltjes in de hand dan sigaretten. De rijen zijn kort, sowieso te kort om er een op te steken, zegt een medewerker bij de achtbaan Joris en de Draak. Mocht dat toch gebeuren, is hij geïnstrueerd daar vanaf vandaag wat van te zeggen. „Op een normale, vriendelijke manier.”

Kim Peerlings (18) uit Helmond is de zeldzame die het rookverbod onzin vindt. „Ze gaan dat toch nooit volhouden, hoeveel procent rookt wel niet? In de trein snap ik het wel, maar hier sta je buiten.” Ze is net in wildwaterbaan Piraña geweest, de rij duurde dik een half uur. „Ik heb wel gerookt. Er stonden mensen van de Efteling maar die zeiden er niks van. Die zullen ook wel roken.”