Recensie

Een Fiat die gretigheid mist

De Fiat 124 heeft Japanse techniek en Italiaanse looks. Hij is wel wat zwakjes, zegt .

De Fiat 124 Spider, gefotografeerd bij Zeeuw Automotive Foto Peter de Krom

Eerst een sfeerbedervende voorspelling; het leren meubilair van de Fiat 124 Spider krijgt een slopend leven. De derrières van inzittenden schuiven bij het instappen door een fataal gebrek aan manoeuvreer-ruimte glijbaanachtig neerwaarts langs de wangen van de rugleuning. Daar gaan die ruig gestikte jeans met beritste kontzakken straks als schuursponzen overheen. Ik adviseer vrouwen zijden jurken en druk beide seksen op het hart goed op de lijn te letten. Zijn krapte maakt het Spidertje tot meedogenloze BMI-verklikker.

Maar wat zie ik daar, als ik ten slotte best goed zit? Het dashboard van de niet hoog genoeg te prijzen Mazda MX5! Zelfde klokken, zelfde knopjes op hetzelfde stuur, zelfde infotainmentscherm, hetzelfde versnellingspookje. Identiek daarnaast het mechaniek waarmee de stoffen kap in één klik sluit en opent – het betere jatwerk, want dat systeem is top.

Het is dan ook dezelfde auto. Onderstel, interieur, de achterwielaandrijving: Fiat nam de boedel bijna één op één van de Japanse partner over. Ze bedachten en ontwikkelden hem samen, kreeg ik mee, maar Mazda had duidelijk het voortouw. De motor is wel Italiaans, de viercilinder turbo met 140 pk die je in veel Fiats voor gewone mensen aantreft. Het vermogen lijkt misschien wat mager voor een sportwagen, de auto weegt met 1.025 kilo bijna niks, zodat je toch nog in 7,5 seconden op de honderd zit. Alfamannetjes kunnen uitwijken naar de 124 Abarth, de Spaanse peper-variant met 170 pk en hondse bruluitlaten.

Vuilnisbakkenras

Badge engineering, zo heet het als je een bestaand model van een ander merk onder eigen vlag uitbrengt, is in de auto-industrie een geliefde besparingsstrategie. Bekendste casus is de Toyota Aygo, die het Franse PSA-concern verkoopt als Peugeot 108 en Citroën C1. Geen klant die over gezichtsverlies of branchevervaging klaagt, het vuilnisbakkenras gaat van de hand als warme brood.

In de nichemarkt voor de kleine roadster ligt de copy-paste-methode gevoeliger. Zijn dubbelganger-status zou de nekslag kunnen worden voor de exclusiviteit die labelfetisjisten van hun cabrio verwachten. Zo’n eigenheimerig pleziervoertuigje is de tempel van de vrije wil, het moet speciaal zijn. Nu is de Mazda MX5 dat ook, dat neemt de pijn misschien een beetje weg. Wat des Mazda’s aan de Fiat is zou hem bovendien a priori tot voordeel moeten strekken, de MX5 stuurt namelijk briljant. Maar Fiat heeft van de rebranding behalve aan de buitenkant vrij weinig werk gemaakt en het turboblok uit eigen huis valt tegen, hoewel het redelijk presteert en dapper gromt bij hoge toerentallen. Het mist de gretigheid van de tweeliter in de snelste MX5. Waar de Mazda je voortdurend uitdaagt hard te rijden, houd je in de 124 even automatisch maat.

Zo zingt hij en marge toch zijn eigen lied, niet heel tekstvast overigens. Het pookje met de korte schakelwegen is een pré, maar bij de transplantatie naar de Spider is de bij Mazda optimale wisselwerking tussen motor en versnellingsbak verstoord geraakt. De bak werkt minder soeverein dan in de Mazda. Probeer bij filesnelheden niet op te trekken in z’n twee, dat wordt door de techniek niet gewaardeerd. De omgang met het koppelingspedaal is een leerprocesje. Bij ongeoefend inparkeren gaat de motor sputteren of slaat hij af.

Fiat verhult de plagiaatsmetten met zuidelijke looks. Mazda heeft de techniek, Italië de esthetische traditie. Fiat had al een open toerauto toen de MX5-techneuten nog geboren moesten worden. Van 1966 tot 1985 diende een eerdere 124 Sport Spider het middenkader van de cabriogemeenschap. Naar zijn evenbeeld heeft Fiat de spaghetti-MX5 herschapen. De geronde koplampen, de grille, de rechthoekige achterlichten flirten trouwhartig retro met de naamgenoot. Hier citeert de fabrikant tenminste nog uit eigen werk en de verjongingsoperatie heeft geen botoxtronie opgeleverd.

Bij de onderstelafstemming hebben de Fiat-ingenieurs iets ruimhartiger hun eigen plan getrokken, wat voor het marktbereik niet onverstandig is geweest. Nu de voorheen voor iedereen hanteerbare MX5 een echt, zelfs vrij uitdagend vechtmachientje is geworden, kan Fiat een leemte vullen met het meer op recreatierijders toegesneden afgietsel. De 124 is de zachtere auto van de twee, in bochten minder tricky dan de Mazda. Maar zie zijn lieve oogjes en je bent verzoend met zijn gebreken.