Column

De irrelevantie van tekenen

Columnist Rosanne Hertzberger las deze week dat kinderen in 1996 mooier tekenden dan kinderen nu. Er dreigt een nieuwe golf van techno-pessimisme in het onderwijs.

Afgelopen donderdag was het een heerlijke zonnige dag om even te somberen over de jeugd. „In 1996 tekenden kinderen mooier dan nu,” kopte de NOS. In een rapport van de Onderwijsinspectie waren de tekeningen van twaalfjarigen vergeleken met die van hun leeftijdgenoten in 1996 en de resultaten waren ronduit schokkend: 70 procent van de tekeningen van de huidige jeugd vielen in de laagste twee beoordelingscategorieën, ver onder het gemiddelde van 20 jaar geleden. De tekeningen waren schematischer, streperiger. Details en omgeving ontbraken. Had de digitale revolutie de creatieve talenten van onze kinderen vernietigd?

Ik was twaalf jaar oud in 1996 en ik verzeker u dat ik het tekenniveau van mijn generatie aanzienlijk naar beneden haalde. Ik was niet helemaal het type van binnen de lijntjes kleuren en ik had ook geen meisjeshandschrift. Knutselen was niet mijn fort, een grote handicap als kind. Ik herinner me de basisschool als een aaneenschakeling van handwerkjes, kleurplaten en knutselclubs. Kastanjes moesten op satéprikkers worden gespiesd, gekleurd papier moest in kartonnen bekertjes geplakt, ballonen in papier-maché ingepakt. Elke Moeder- en Vaderdag kwamen de schorten weer uit de kast en moest er weer iets met wascokrijt gebeuren of brooddeeg of gips of ecoline of kraaltjes. Mijn schrijfsels moesten grote ronde krullen hebben en ze moesten precies de lijntjes raken. Om een of andere onduidelijke reden was het essentieel dat we goed konden figuurzagen. De boeken moesten gekaft worden. Ik moest arceren en verf mengen en rechte lijnen tekenen zonder liniaal. Waarom? Daarom, was het antwoord. Ik heb altijd een sterk vermoeden gehad dat het bezigheidstherapie was.

Een creatief lichtpuntje was de computer die we thuis kregen. Daar zat Windows 3.1 op, met het programma Paintbrush, later werd het kortweg ‘Paint’. Doodeenvoudige software, ik leerde het gebruiken met een boek van Addo Stuur, Windows voor kinderen en een oefendiskette die ik voor mijn verjaardag kreeg. Kaarsrechte lijnen kon je tekenen door de shift-knop ingedrukt te houden. Je kon knippen en plakken en buigen en inkleuren en sprayen en gummen. Ik heb nooit zoveel over kleur geleerd als daar, in mijn eentje in de studeerkamer achter de computer. De regenboog bleek gewoon te programmeren. Nu was creativiteit niet meer gebonden aan de inktpotten, scharen en Pritt stiften in mijn bibberende handjes. Ik hoefde geen schort voor, ik was van niemand afhankelijk en met Ctrl-Z kon elke uitschieter ongedaan worden gemaakt. Wat een rijkdom!

In het rapport concludeert de Onderwijsinspectie zelf ook dat er nieuwe beoordelingscriteria nodig zijn om de tekeningen van de huidige generatie te beoordelen. Kinderen tekenen niet slechter, maar gewoon anders. En er zijn tegenwoordig ook minder vakdocenten voor de zogeheten ‘kunstzinnige oriëntatie’ beschikbaar.

Er is nog een derde verklaring mogelijk. Dat kinderen slechter zijn gaan tekenen, komt omdat het ze gewoon niet bijster veel interesseert. Er zijn spannender dingen op de wereld dan het maken van een 2D-tekening met een potlood. En dat is niet erg. Net als dat het niet uitmaakt dat hun handschriften verslechteren en dat ze niet meer met een telraam kunnen rekenen.

Er dreigt een nieuwe golf van techno-pessimisme in het onderwijs. Computers leiden maar af en bieden makkelijke antwoorden, concludeerden OESO-onderzoekers in 2015. Uit hun data was gebleken dat in landen waar ze op scholen vaker computers gebruikten, de prestaties niet verder omhoog gingen en soms zelfs daalden. Voer voor de mensen die geloven dat kinderen vooral buiten met houten speelgoed moeten spelen, en zo lang mogelijk technologievrij door het leven moeten gaan. Gaan scholen zich nu echt weer op 2D-tekeningen met de hand storten? Kalligrafie oefenen? Het zou jammer zijn. Ik leerde mezelf twintig jaar geleden een aantal essentiële computervaardigheden aan, terwijl ze op school aan het figuurzagen waren. Volgens mij kun je als school je het gewoonweg niet permitteren om in je eigen parallelle werkelijkheid te blijven leven. Dan maak je jezelf op een gegeven moment irrelevant.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.