De gele kleur van de ijsbeervacht is roest

Waarom is de vacht van ijsberen gelig en niet wit? Dat vroeg Mees van Rhijn zich af na een reis naar Spitsbergen. Hij ging aan de slag met ijsbeerharen.

Foto jack kauw

IJsberen zijn helemaal niet wit. Kijk maar naar deze foto: de ijsbeer is gelig. Jonge ijsbeertjes zijn wél spierwit. Hoe komt dat? Mees van Rhijn (17 jaar) uit Wormer heeft het onderzocht, als eindwerkstuk voor school. Hij deed allerlei proefjes met ijsbeerharen. Dat had nog nooit iemand gedaan. De gele kleur, ontdekte hij, is roest.

Mees begon over gelige ijsberen na te denken tijdens zijn schoolreis naar Spitsbergen. Jouw school gaat misschien naar de Efteling, maar Jack, de scheikundeleraar van Mees, houdt meer van het poolgebied. Daarom kampeert hij elk jaar met leerlingen op Spitsbergen. Prachtig vond Mees het daar. Hij moest ’s nachts berenwacht lopen, best spannend. Hij heeft geen ijsbeer gezien; wel sporen in de sneeuw.

Voor zijn onderzoek gebruikte Mees een stukje echte ijsbeervacht. Gele én witte haren zaten erin. Die gele waren de lange, buitenste haren; de witte de fijne onderhaartjes. Eerst testte Mees of de gele haren misschien vettig waren, bijvoorbeeld door gemorst zeehondenvet. Hij doopte ze in een middel dat vet oplost. Ze waren daarna nog steeds gelig. Vet was dus niet de verklaring.

Toen doopte hij een gele haar in zwavelzuur, dat allerlei stoffen oplost. Daar werd de haar wit van. Maar wat was er dan opgelost, en van de haar verdwenen? Met een chemisch trucje ontdekte Mees dat het roest was. Op witte haren vond hij geen roest.

Maar waarom roest een beer dan? Er zit veel ijzer opgelost in meertjes, en ook een beetje in de zee. De beer krijgt dus ijzer op zijn vacht als hij gaat zwemmen, denkt Mees. Bacteriën maken daar roest van.