Het is nu rustig rond het azc in Beverwaard

Asielzoekerscentrum

Na de opstand van buurtbewoners is het nu rustig op en rond azc Beverwaard. „Het is me heel erg meegevallen.”

Het azc Beverwaard, eerder deze week. Terwijl de meeste kinderen naar school zijn, doden volwassenen de tijd.

De barakken van het asielzoekerscentrum (azc) in de Rotterdamse wijk Beverwaard staan er onaangetast bij. Het wit van de muren van de tijdelijke woningen steekt schel af bij de strakblauwe lucht.

Het contrast had niet groter kunnen zijn. Anderhalf jaar geleden, toen het stadsbestuur aankondigde dat het azc gebouwd zou worden om er zeshonderd vluchtelingen te huisvesten leek het wel een slagveld. Tijdens een voorlichtingsbijeenkomst in een tent op het toen nog braakliggende terrein aan de Edo Bergsmaweg, schreeuwden boze Beverwaarders dat ze het azc niet wilden, dat de nieuwkomers een gevaar zouden vormen voor hun kinderen en dat de gemeente niets voor hen als Beverwaarders deed maar wel voor de vluchtelingen. Die moesten toen nog komen.

Inmiddels draait het centrum zes maanden, en niets van de angst van toen is vooralsnog bewaarheid. Slechts elf incidenten waarbij de politie ingeschakeld moest worden zijn er geweest, zegt locatiemanager Ali Honar. Een aantal daarvan werd veroorzaakt door Beverwaarders zelf. Ze bekladden het azc met graffiti.

Andere incidenten waren een vechtpartij tussen een illegale bezoeker en een bewoner van het azc en diefstallen in winkels, zoals in winkelcentrum Beverwaard dat op een kwartiertje lopen ligt.

„Niks om je zorgen over te maken”, zegt Honar, die zelf ooit als vluchteling van Iran naar Nederland kwam en sinds 1993 voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) werkt. „Vergeleken met wat er in de rest van Rotterdam gebeurt, valt dat mee.”

Het terrein is omzoomd door een sloot en hekken. De toegang is afgezet met prikkeldraad en een bord waarop staat dat het grondgebied daarbinnen beveiligd is. De wegen zijn brandschoon. En leeg.

Scheiding

Hoewel het een doordeweekse dag is en tien uur in de ochtend, is er niemand te zien. De kinderen zitten op school, er wonen er zo’n 180 in totaal. Hun ouders doen boodschappen of zitten ondanks de zon die het terrein opwarmt binnen. „Veel is er niet te doen”, zegt azc-bewoner Petros (50). Hij zit in de huiskamer van zijn tijdelijke woning, een ruimte van zo’n drie bij vier meter met twee zwarte tweezitbankjes en een koffietafel. Daarachter staat een aanrecht met fornuis.

Maar dat vindt hij niet erg: hij doet boodschappen voor zijn twee dochters, en kookt voor hen. ‘s Avonds helpt hij bewoners in de ‘computer room’, met internetten bijvoorbeeld. Twee keer per week gaat hij naar Nederlandse les, in het azc, twee uur per keer. Hoewel ze al anderhalf jaar in Nederland zijn spreekt hij nog geen Nederlands. Zijn dochter van elf daarentegen spreekt het vloeiend. Ze heeft dat op school geleerd, vertelt zij, en als het nodig is vertaalt ze alles in het Nederlands voor haar vader. Zo ook tijdens het gesprek met de krant.

Hoe vindt Petros het in Nederland? „Leuk”, vertaalt zij. En is hij van plan terug te keren naar Syrië zodra het rustig wordt, aangezien de verblijfsvergunning die ze gekregen hebben maar vijf jaar geldig is? „Nee”, zegt Petros via zijn dochter, „want ik denk niet dat het snel rustig wordt.”

Petros is christelijk, en voor hem en zijn familie is Syrië te gevaarlijk omdat de terreurorganisatie Islamitische Staat in het land tekeergaat. Hij ziet hun toekomst in Nederland, waar hij weer een juwelierszaak wil beginnen zoals hij die in Damascus had. „Maar eerst moet ik een huis hebben”, zegt hij. Daarop zit hij te wachten. „Dan pas kan ik gaan nadenken over een nieuwe zaak.”

Wie de mensen in het azc spreekt, kan moeilijk inzien waarvoor de buurtbewoners nu eigenlijk bang geweest zijn. De mensen in azc Beverwaard zijn in meerderheid gezinnen met kinderen die vaak een barre tocht achter de rug hebben op zoek naar een veilig heenkomen.

Toch is de weerstand tegen de komst van het azc die in oktober 2015 bezit nam van de Beverwaard begrijpelijk, vindt Honar. Beverwaard is daarin niet uniek. Hij begrijpt de oproer die er toen was – een groep Beverwaarders groef stoeptegels uit en bekogelde de Mobiele Eenheid terwijl burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) de Beverwaarders in de tent toesprak.

Weerstand tegen de komst va een azc zie je in veel gemeentes, zegt Honar, omdat de omwonenden niet weten wat ze kunnen verwachten. „Ze denken allerlei dingen die niet kloppen. Een mevrouw dacht dat de vluchtelingen in het azc gratis ov-kaartjes krijgen, en een hele grote ijskast. Dat is natuurlijk niet zo.”

Tijdens een van de rondleidingen in het azc voor buurtbewoners zei een van de meest kritische buurvrouwen dat ze zich afvroeg hoe acht mensen in zo’n kleine wooneenheid kunnen leven. Dat vond Honar mooi om te zien. De vrouw was weliswaar nog steeds tegen de komst van het azc, zegt hij, maar ze begon zich wel een beetje in te leven in hun situatie. „Haar houding veranderde.”

In de straten dichtbij de Edo Bergsmaweg waaraan het azc ligt zijn de buren ook rustiger geworden. Rakri (54) liep mee in de protestmars tegen de komst van het azc, maar zegt nu dat ze nooit last heeft van de vluchtelingen die er wonen. „Het is me heel erg meegevallen.”

De buurvrouw van Rakri, een 32-jarige moeder, wilde destijds ook niet dat het azc er kwam, maar zegt nu dat de buurt er zelfs op vooruitgegaan is omdat de gemeente in ruil voor de komst van het azc beloofde meer in de buitenruimte te investeren. „We hebben meer parkeerplaatsen gekregen, en een nieuwe speeltuin voor de kinderen”, zegt ze terwijl haar dochter daar aan het spelen is.

Boodschappen

De buurt is bijgetrokken maar de realiteit achter de hekken van het azc is hard. In een van de woonunits woont Shahinaz uit het Syrische Aleppo. Ze is 30 jaar en heeft vier kinderen. Naar Nederlandse les kan ze niet, zegt ze, omdat ze haar baby daar niet mee naartoe mag nemen. Voor de rest is ze bezig met de andere kinderen naar school te brengen en het koken van eten. Haar man, Hamud, zit in een ander azc, in het Friese Sint Annaparochie. Hij leeft gescheiden van haar na een ruzie. Blijven slapen mag niet, want bezoek moet om 22.00 uur weg, zegt Hamud. Hij is vandaag op bezoek bij zijn vrouw en kinderen en overnacht bij een vriend in Rotterdam.

Het liefste wil weer hij bij zijn vrouw en kinderen intrekken, maar tot nu toe heeft hij dat niet voor elkaar gekregen. Dat frustreert hem. „Ze laten me praten met jonge onervaren medewerkers van het COA. Zij begrijpen niet wat ik doormaak. Ik wil praten met iemand die ouder en meer ervaren is om uit te leggen wat er aan de hand was.”

Dat was eigenlijk iets onbenulligs, zegt hij. Shahinaz had een sms-berichtje van hem gelezen waarin hij met een vriend grappen maakte over een vrouw die ze in een café hadden ontmoet. Daarop was Shahinaz uit haar vel gesprongen en had tegen een COA-medewerker gezegd dat Hamud maar ergens anders moest gaan wonen. Die ruzie stelde niks voor, zegt Shahinaz. Maar nu kan Hamud niet meer terug.

Ondertussen verstrijkt de tijd. Hun tijdelijke verblijfsvergunning is ingegaan op de datum van de asielaanvraag, al twee jaar geleden, zegt Hamud. Hij was voetballer voor de nationale ploeg van Syrië voordat IS er oprukte en zit nu voor zijn gevoel zijn tijd te verdoen met wachten. „We kunnen pas Nederlands leren en gaan inburgeren als we een huis hebben. Maar we weten nog niet eens wanneer we dat krijgen!”

Dat de buurt zich aanvankelijk tegen de komst van het azc verzette, ergert eigenaresse Fikriye van bladenwinkel Vivant in het winkelcentrum even verderop. „Wat is er mis met ze?” vraagt ze zich af. Haar man spreekt Arabisch en praat met hen. Zij zelf helpt azc-bewoners met printen en het versturen en ontvangen van postpakketjes. Sommige van hen heeft ze een beetje leren kennen omdat ze zo vaak langskomen. Enkele vluchtelingen spreken Engels.

Ook andere winkeliers in Beverwaard, zoals een assistent van de manager van supermarkt Hoogvliet zijn positief: „Ze spreken geen woord Nederlands. Daaraan herken je ze. Maar met handen en voeten komen we er wel uit.” Dat er in haar supermarkt iets door een vluchteling werd gestolen, baart haar geen zorgen. „We hebben hier twintig winkeldiefstallen per dag, allemaal door Rotterdammers. Dus als er een keer iets door een vluchteling gepakt is, is dat weinig.”