Column

Arib

Onder alle afzichtelijke meuk die Kamervoorzitter Khadija Arib de afgelopen jaren over zich heen heeft gekregen, bleef ze altijd beschaafd glimlachen. Ze is een voorbeeld voor alle Nederlanders, vindt Bas Heijne.

De verkiezing, met grote meerderheid van stemmen, van Khadija Arib tot voorzitter van de Tweede Kamer deze week deed niet veel stof opwaaien – en juist dat was geweldig interessant. Toen Arib eind 2015 won van PVV-kamerlid Martin Bosma noemde Geert Wilders dat een zwarte dag voor de parlementaire democratie, omdat Nederland het enige „Europese land is met een Marokkaan als voorzitter van het parlement.”

Verder was het, zei hij, niet persoonlijk bedoeld.

Inmiddels, ruim een jaar later, geldt Arib als een uitstekende voorzitter. Volgens de PVV’er Dion Graus is ze zelfs de beste Kamervoorzitter sinds mensenheugenis – dus daar sta je met je sleetse litanie van dubbele loyaliteit, horigheid aan de Marokkaanse koning en je sharia.

En toch probeerde de PVV het deze week gewoon weer. Volgens Kamerlid Fleur Agema dient Arib vanwege haar twee paspoorten de Marokkaanse wet te volgen, wat haar – ze gaf maar een voorbeeld – in de problemen zou brengen wanneer zij verliefd zou worden op een vrouw. Wat overigens niet ging gebeuren, maar toch. En daar had je de sharia weer.

Verder was het niet persoonlijk bedoeld.

Bovendien was er sprake van een cordon sanitaire tegen hun meer dan geniale kandidaat Martin Bosma omdat hij van de PVV was. Die had zich weliswaar helemaal niet verkiesbaar gesteld, maar toch.

Het was allemaal voor de bühne. De PVV vindt Arib een geweldige voorzitter; privé is Wilders de beste maatjes met haar. En toch klinkt vanaf Aribs eerste poging om gekozen te worden, in 2012, dezelfde kwalijke riedel (toen uit de mond van Louis Bontes) – een Marokkaanse Nederlander is niet te vertrouwen, dubbel paspoort, dubbele loyaliteit. Vijf jaar lang dus heeft Arib steeds dezelfde, gratuite verdachtmakingen en beschimpingen moeten ondergaan, tegen de klippen op moeten bewijzen dat ze heus geschikt is. Wat doet dat met iemand? En nu ze het bewezen heeft, gaat het gewoon door, omdat de achterban erom vraagt.

Toch klonk de argumentatie van Agema behoorlijk plichtmatig. De nieuwe lijn van de PVV is vooral die van het permanente slachtofferschap – cordon sanitaire, uitsluiting – zelfs Snoetje en Pluisje, Wilders’ nieuwe katten met een eigen Twitter-account, zijn op een schandalige manier van de nieuwssite van het AD gehaald! Dat je jarenlang uit zuiver cynische motieven een hetze bedrijft tegen iemand op basis van zijn afkomst en vervolgens roept dat je daardoor dezelfde baan misloopt – een gotspe.

Het wordt nog interessanter. Ook de driemansfractie van Denk had felle kritiek op het voorzitterschap van Arib. Voorman Kuzu noemde haar „het toonbeeld van geslaagde integratie”. Vanuit die hoek is dat bedoeld als belediging – de opportunistische Bounty die zijn eigen achtergrond en achterban verloochent om zich in te likken bij het witte establishment en zijn eigen culturele eigenheid op een fatale manier verraadt. Denk heeft daar in korte tijd een specialiteit van gemaakt, inspelen op dat aloude, geniepige verwijt van verkazen. Wie het goed doet, wie slaagt, is volgens die denktrant geen voorbeeld, maar een overloper.

Lees ook het hoofdredactioneel commentaar over Khadija Arib: Keuze Kamervoorzitter is ook een uitspraak over Nederlandse identiteit

Daarom richt Denk zijn insinuerende knip- en plakwerk steeds op Kamerleden met een migrantenachtergrond. In het geval van Arib zal het patroon ook de komende jaren zijn – insinueren dat zij zich geliefd wil maken door Denk te bashen en tijdens debatten af te kappen. Miskenning en uitsluiting is voor Denk, net als voor de PVV, een electorale troef. Volgens Kuzu mag Arib dan wel Kamervoorzitter zijn, maar daar heeft „Khadija uit de Schilderswijk” niets aan: „Zij heeft geen behoefte aan vergoelijkende voorbeelden.”

Dat laatste kun je je afvragen. Ik zou zeggen dat Khadija Arib wel degelijk een voorbeeldfunctie heeft, en dan vooral als iemand die beschaafd glimlachend overeind is gebleven onder alle afzichtelijke meuk die ze de afgelopen jaren over zich heen heeft gekregen.

Zowel de PVV als Denk zijn er om zuiver politieke redenen op gebrand om haar verdacht te maken – en verdacht te houden. Volgens de ene partij zal zij nooit Nederlander zijn, volgens de andere is ze juist te veel Nederlander. Verder is het niet persoonlijk bedoeld.

Dat de verkiezing met een ruime meerderheid van Arib verder geen stof deed opwaaien, lijkt me een stap vooruit. Ze is een voorbeeld voor alle Nederlanders.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plek.