Zwemles? Ankara blijft waakzaam

Gülenlijsten

Turkse diplomaten wisselen lijsten uit van organisaties waar Gülenisten samenkomen, tot zwemclubjes toe. De gevolgen van het stigma zijn groot.

Foto Jerry Lampen / ANP

De vijand is overal. Als je dat maar hard genoeg gelooft, wordt zelfs een zwemklasje verdacht. Op 26 september vorig jaar rapporteerde het Turkse consulaat in Salzburg aan de regering in Ankara over de Oostenrijkse pleisterplaatsen van aanhangers van „de terroristische groep FETÖ”, ofwel de Gülenbeweging. Volgers van de naar Amerika uitgeweken geestelijk leidsman Fethullah Gülen – volgens zijn voormalige bondgenoot president Erdogan verantwoordelijk voor de couppoging vorige zomer – bouwen een terreurnetwerk uit tot in de haarvaten van de Oostenrijkse samenleving, concludeerde het consulaat.

Neem de culturele instelling Akasya, die door het Turkse consulaat werd aangemerkt als Gülenbolwerk. De Oostenrijkse overheid gaf Akasya in 2015 de landelijke Integratieprijs. Volstrekt onterecht, aldus het consulaat. Akasya had een zwembad afgehuurd voor les aan vrouwen die niet kunnen zwemmen. „Zodoende konden ze [gülenisten, red.] infiltreren in een vrouwendomein, onder het voorwendsel van het samenbrengen van culturen”, schrijft Idris Lap, de Turkse attaché voor religieuze zaken.

Met „geveinsde belangstelling in de problemen van mensen” en hulpprojecten probeert de Gülenbeweging de gunst van Turkse Oostenrijkers te winnen, aldus het rapport. Gelukkig is de invloed van de beweging tanende, schrijft Lap, en wordt die leegte gevuld. Zijn medewerkers organiseren „Jugendtreffen”, bijeenkomsten „waar voor onze jeugd de nadruk wordt gelegd op nationale en spirituele waarden”. Ook is er een opvoedprogramma voor ouders. Het consulaat „blijft altijd waakzaam”, besluit Lap het rapport.

Van Groot-Brittannië tot in Japan hebben Turkse ambassades na de couppoging gehoor gegeven aan het verzoek van de Turkse overheid om inlichtingen te verzamelen over Gülenistische netwerken in hun landen. In december schreven Turkse media dat het om 38 landen ging. De rapporten, waaronder die uit Salzburg, zijn in handen van het Duitse weekblad Der Spiegel. Dat heeft ze gedeeld met het onderzoeksnetwerk European Investigative Collaborations (EIC), waarvan NRC deel uitmaakt.

Een Nederlandse ‘Gülenlijst’ bestaat sinds augustus 2016. Toen publiceerde het aan de Turkse staat gelieerde persbureau Anadolu Agency een op sociale media breed gedeelde infographic over de scholen, organisaties en media in Nederland die met Gülen zouden sympathiseren.

De aanbiedingsbrief van de Nederlandse Gülenlijst by jaccohupkens on Scribd

Dit leidde tot grote onrust op Zaanse en Amsterdamse basisscholen die op de lijst stonden. Turkse ouders haalden hun kinderen van school omdat zij niet met de beweging geassocieerd wilden worden. Eind 2016 ontstonden diplomatieke spanningen, toen bleek dat de Turkse diplomaat Yusuf Acar die lijst – met een aantal aanpassingen – eind september had doorgestuurd naar Ankara.

Minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) zette Acar het land uit vanwege het verzamelen en doorspelen van informatie over Turkse Nederlanders. Steen des aanstoots was de dubbele pet van Acar, die niet alleen ambassademedewerker was, maar ook voorzitter van de religieuze overheidsorganisatie Diyanet, die in Nederland 143 moskeeën heeft.

Koenders vond dat een „ongewenste vermenging van politiek en religie”. De gang van zaken rond de Gülenlijsten laat eens te meer zien dat in het huidige Turkije de ambassades en consulaten, religieuze organisaties, media en politieke partijen innig samenwerken.

De in Nederland gestationeerde Acar was niet de enige die een inventarisatie maakte. Het verzoek, afkomstig van Diyanet in Ankara, leverde een dikke stapel rapporten op, vol scholen, verenigingen en ondernemersclubjes. Dat die met Gülen sympathiseerden was meestal geen nieuws. Zo staat er op de Nederlandse lijst een lectoraat aan Hogeschool Inholland waarover NRC in 2015 al meldde dat er een link was met de Gülenbeweging.

Problematischer is de impact van de lijsten. Voor Turken die erop staan, vormen ze een officiële bevestiging van het stigma dat ze na de mislukte staatsgreep toch al hadden. In Zweden is de helft van de leerlingen van vermeende Gülenscholen afgehaald. „Er waren al geruchten”, zegt een vertegenwoordiger van de scholen tegen EIC, „maar dit verklaart waarom zoveel leerlingen zijn vertrokken. Dat is heel zorgwekkend.” Ook in België zijn honderden kinderen van school gehaald.

De Turkse ambassadeur in Stockholm vindt het vanzelfsprekend dat de namen van de scholen aan Ankara zijn doorgegeven. „Zou u niet willen weten welke scholen er aan IS gelieerd zijn?”, zegt hij. „Dat is hetzelfde.”