Recensie

Verkeerde hulp aan straatarme landen

Ontwikkelingshulp

Als consultant komt Levin in contact met zowel de VN en Poetin-getrouwen als met staatsbedrijven in China en de ‘oliemannetjes’. Er is veel aanleiding voor cynisme over de motieven der ‘machtigen’.

De Roc Santiero markt in de Angolese hoofdstad Luanda, een van de grootste markten van Afrika Foto Tim Hetherington / Magnum Photo

De Amerikaanse consultant Daniel Levin staat op een markt in de Angolese hoofdstad Luanda en krijgt er een openbaring. De markt draait op ruilhandel. Eieren voor brood voor een paar schoenen voor een fiets. Er heerst geen chaos, merkt hij. De prijzen worden bijgehouden op een centraal krijtbord. ‘Ik was met stomheid geslagen’, schrijft hij. ‘Deze markt was één grote grondstoffenbeurs.’

Levin verkoopt ontwikkelingsconcepten aan arme landen en hun donoren. Hij is in Angola om ‘een nieuwe generatie leiders’ de beginselen van de financiële markten bij te brengen. Adam Smith, vraag en aanbod, dat niveau. Hij is niet de enige die de Angolezen wat komt leren. De Wereldbank organiseert er een seminar over systeemrisico’s van elektronische betaalsystemen. In het Engels, voor een publiek dat geen Engels verstaat, in een land waar elektronische betaalsystemen heel ver weg zijn. Geen wonder dat de halve zaal zit te slapen.

Dat legt Levin haarfijn uit aan de man van de Wereldbank. Die reageert: ‘Mijn hemel. Daar heb ik nooit bij stilgestaan. En ik heb dezelfde presentatie al gegeven in Abidjan, Kinshasa en Bangui.’ Maar zelf heeft Levin ook bevoogdende ideeën over Angola, blijkt op de markt.

Prijsdalingen

Na het krijtbord wordt het erger. In een hoekje van de markt runt een vrouw een zaakje waar handelaren met fictief gehuurde spullen kunnen wedden op de prijsdaling van andere goederen. Shortselling, maar dan buiten Wall Street. Nu is Levin ‘completely flabbergasted.’ Deze Rosa, die hij eerst heeft gecomplimenteerd met haar Engels en haar uiterlijk, blijft er bescheiden bij. ‘Soms denk ik dat er meer toezicht nodig is’, zegt ze. ‘Het lijkt er namelijk op dat de weddenschappen de prijsdalingen in de hand werken.’ Zij had de westerse bankencrisis niet nodig om dit te begrijpen.

Regulering dus, instituties, daar zou Angola misschien hulp bij kunnen gebruiken. Niet de beginselen van geld komen uitleggen. Als je het kapitalisme aan het werk wilt zien, krijgt Levin als advies, kom dan juist naar een land als Angola, waar schrijnende armoede en enorme rijkdom naast elkaar bestaan. De les dringt door. ‘Rosa dwong me in de spiegel te kijken. Wat ik zag was niet mooi.’

Schitterend, zulk zelfinzicht. Nothing but a circus, Levins eerste boek, staat er bol van. Voor zijn werk reist hij de wereld over en begeeft hij zich in de hoogste kringen. Het Amerikaanse Congres, het hoofdkantoor van de VN, Chinese staatsbedrijven, iedereen vraagt hem om advies. Zijn opdrachten komen tot stand via etentjes en borrels in Washington, Moskou of Dubai, waar hij wordt voorgesteld aan vrienden van vrienden, de oliemannetjes van de machtigen der aarde.

Met zijn boek wil hij laten zien dat dit circus alleen voor zichzelf bestaat. Dat doet hij met verve. Zo sluit hij vriendschap met een Doema-lid dat als een van de weinigen durft op te staan tegen Poetin. Levin moet komen helpen om Russische bankiers wegwijs te maken in de haute finance. Maar er komt niets van. De Rus verdwijnt van de radar en duikt jaren later op als Poetin-getrouwe met een aanzienlijk verbeterd carrièreperspectief. Het oppositietje spelen was slechts een vroege zet in een schaakspel, met Levin als pion.

Kennisoverdracht

Levin legt bloot hoe ook instituties die we geneigd zijn te vertrouwen de inhoud uit het oog verliezen. De VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP (United Nations Development Programme) blijkt bijvoorbeeld al vijf jaar te werken aan een strategie voor financiële kennisoverdracht zonder het idee ooit te testen in de praktijk. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken laat ontwikkelingsprojecten financieren door multinationals in ruil voor betere toegang tot die markten. Zo laat elk hoofdstuk zien hoeveel aanleiding er is voor cynisme over de motieven van veel mensen met macht.

Het merkwaardige aan dit boek is dat Levin niet lijkt te begrijpen dat hij zelf volop meedraait in dat circus. Bij elke casus die hij beschrijft leert hij dezelfde les: dat hij zich laat gebruiken, dat je ontwikkeling niet van bovenaf kunt opleggen, dat hij weer te snel in een vliegtuig is gestapt nadat een mannetje hem heeft voorgehouden dat hij een land kan redden. In de twintig jaar die hij beschrijft, draait hij steeds in cirkels rond.

Ook Levin, met al die zelfspot en dat zelfinzicht, denkt nog altijd veel te schematisch over ontwikkeling. Dat wordt ook duidelijk uit zijn cv. Volgens zijn website werkt hij vooral aan economische ontwikkeling en financiële kennisoverdracht, maar heeft hij ook monarchieën geholpen met het verbeteren van hun ‘democratische legitimering’ en als bemiddelaar opgetreden in oorlogsgebieden. Dat is een beetje te veel, zou je zeggen. Niemand kan al die dingen goed.

Dat Levin zo schematisch blijft denken, en zichzelf blijft overschatten, is irritant. Het levert een schizofreen boek op. Terwijl hij vertelt hoe die zelfoverschatting bij anderen werkt, spreidt hij het over zichzelf tentoon. Het gunstige bij-effect daarvan is dat de boodschap niet te missen is.