Pas op voor de beet van de teek

Geneeskunde Ieder jaar krijgt een miljoen Nederlanders een tekenbeet. Behalve de beruchte ziekte van Lyme ontstaan daardoor nog andere ziekten, werd de afgelopen jaren duidelijk.

Foto Istock

De beet van een teek is in Nederland onlosmakelijk verbonden met de ziekte van Lyme. Toch is maar eenvijfde van de teken in Nederland besmet met de bacterie Borrelia burgdorferi die Lyme kan veroorzaken. En maar één op de tien mensen die door zo’n Borrelia-besmette teek wordt gebeten krijgt Lyme. De kans op de ziekte van Lyme na een tekenbeet is dus twee à drie procent. Er zijn alleen wel heel veel teken. En ongeveer een miljoen mensen in Nederland lopen jaarlijks een tekenbeet op.

Borrelia is echter niet de enige ziekteverwekker die bijtende teken kunnen overdragen. Niet eenvijfde, maar 2,5 keer zoveel – de helft van alle teken in Nederland – zijn besmet met een potentiële ziekteverwekker. Sommige met meer dan één. „Er is een hele dierentuin bacteriën, parasieten en virussen in teken te vinden”, zegt medisch bioloog en tekenonderzoeker Hein Sprong van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het RIVM doet onderzoek naar de tekenverspreiding en tekenziekten in Nederland. Er komen adviezen uit over hoe mensen kunnen worden beschermd tegen tekenbeten en tekenziekten.

In de zomer van 2016 is voor het eerst gezien dat twee mensen in Nederland teken-encefalitis (hersenontsteking door een tekenbeet) op hebben gelopen (zie kader). Het virus dat teken-encefalitis veroorzaakt (TBEV) werd tot nu toe vooral gevonden in teken in Midden- en Noord-Europa. Het RIVM maakte vorig jaar zomer bekend dat in een klein deel (0,2 procent) van de teken op de Sallandse Heuvelrug ook TBEV is gevonden. Het virus zat waarschijnlijk al in reeënbloed dat in 2010 was verzameld. Na lang en goed zoeken zijn daar ook de met TBEV besmette teken gevonden. Maar pas ná die bekendmaking in 2016 zijn er patiënten met een hersenontsteking met onbekende oorzaak op TBEV getest.

„Teken-encefalitis is, voorzover bekend, de enige tekenziekte die in een enkel geval dodelijk is”, zegt Hein Sprong. Maar een infectie met TBEV verloopt meestal onopgemerkt. Soms ontstaat er teken-encefalitis en soms pakt die ernstig uit. De eerste twee Nederlandse patiënten herstelden.

De afgelopen paar jaar zijn nog een paar andere tekenziekten voor het eerst bij Nederlandse patiënten vastgesteld. Vijf jaar geleden was er bijvoorbeeld de eerste Nederlandse patiënt die ziek was van de tekenbacterie Borrelia miyamotoi (zie kader).

Die andere tekenziekten zijn over het algemeen milde ziekten, die meestal vanzelf overgaan. Vaak is er niet meer dan een hangerig gevoel, wat koorts, hoofdpijn. Een griepje. Maar mensen met een slecht werkend afweersysteem kunnen ernstig ziek worden. Het zijn ziekten die slechts zelden worden gediagnosticeerd.

„Het is een vicieuze cirkel”, zegt Sprong. „Zolang je geen goede medische test hebt, kun je een ziekte niet diagnosticeren. Maar als een ziekte niet voorkomt, waarom zou je er dan een test voor maken?”

Voor tekenziekten verandert de wereld nu snel. De verwekkers zijn makkelijker op te sporen, met nieuwe moleculaire technieken. Vroeger moesten bacteriën eerst worden gekweekt in een laboratorium om ze te kunnen karakteriseren, maar veel van deze tekenziekteverwekkers laten zich niet kweken.

De bacteriën, parasieten en virussen die nu in teken worden gevonden hebben de teek niet onlangs als gastheer ontdekt. Ze zijn er waarschijnlijk al miljoenen jaren. Ze horen bij de tekensoorten en bij de diersoorten waarop die teken zich voeden. Sprong: „We gaan ervan uit dat die micro-organismen er al heel lang zijn. De borreliabacterie zat ook in de Tiroolse ijsmummie Ötzi die ruim 5.000 jaar geleden leefde. Maar ook in teken in veel oudere harsbolletjes zijn al Lymebacteriën ontdekt.”

Sprong: „We gaan de komende jaren samen met het AMC in Amsterdam de diagnostiek voor andere tekenziekten verbeteren. Om te kijken of er in Nederland meer patiënten met tekenziekten zijn. En als ze er zijn: hoeveel?”

De nieuwe tekenbacteriën zijn allemaal de afgelopen 40 jaar ontdekt. De ziekte van Lyme ‘viert’ dit jaar zijn 40-jarig bestaan. Lyme, nu de meest voorkomende ziekte die de mens van dieren oploopt (een zoönose), is in 1977 voor het eerst volledig beschreven, nadat kinderen in de stadjes Lyme en Old Lyme (Connecticut) ziek waren geworden. In 1982 vond Willy Burgdorfer de veroorzakende bacterie. Die kreeg de naam Borrelia burgdorferi. De bacterie is een spirocheet, een spiraalvormige bacterie. Achteraf gezien zijn al in de achttiende eeuw ziektes door tekenbeten beschreven. Lymeziekte heeft geen makkelijk ziektebeeld: heel divers (in gewrichten, huid, zenuwen of hart). De ernstige vormen van Lyme ontstaan vaak pas maanden na de tekenbeet.

Een miljoen mensen zien jaarlijks een tekenbeet op hun lichaam. Er gaan 82.000 mensen voor naar de huisarts. Bij ongeveer 20.000 mensen verschijnt een langzaam uitbreidende rode ring rond de beetplek. Die ring is vaak, maar niet altijd, het eerste teken van een Borrelia-infectie. Een korte antibioticumkuur voorkomt dan meestal het tweede stadium van Lyme-ziekte. De andere tekenbacteriën veroorzaken vrijwel nooit zo’n ring. En een stadium verder: jaarlijks zijn er 2.000 nieuwe patiënten met ernstige Lyme-klachten – met gewrichtsontsteking, zenuwschade, een chronische huidontsteking, of, nog zeldzamer, een hart- of oogziekte. Die ziekten verdwijnen vaak weer na een lange antibiotica-behandeling.

Waarom Lyme zo’n gevarieerd ziektebeeld geeft was lang een raadsel. Daar is de afgelopen jaren een verklaring voor gekomen. Er zijn de afgelopen decennia niet alleen andere tekenbacteriën dan B. burgdorferi gevonden – het is inmiddels ook duidelijk dat B. burgtdorferi eigenlijk uit wel 20 verschillende soorten bestaat. Zeven ervan geven ziektes bij de mens.

Borrelia burgdorferi kreeg de toevoeging sensu lato (in brede betekenis) achter zijn naam en geeft zijn naam aan een hele groep Borrelia’s. Behalve Borrelia burgdorferi senso stricto (in engere zin) horen bijvoorbeeld Borrelia afzelii, B. valaisiana, B. garinii, B. spielmanii en B. bavariensis erbij. „Het wordt steeds duidelijker dat die verschillende bacteriën verschillende ziektebeelden geven”, zegt Sprong.

Borrelia afzelii bijvoorbeeld veroorzaakt vooral de huidklachten en vermenigvuldigt zich in knaagdieren en andere kleine zoogdieren, terwijl B. garinii zich in vogels vermenigvuldigt en in mensen vooral zenuwaandoeningen veroorzaakt. Die twee Borrelia’s komen het meest in Nederland voor.

Ziekten door tekenbeten zijn heel lang uitsluitend vanuit de mens bekeken. Begrijpelijk, want mensen worden ziek, maar biologisch gezien spelen mensen geen rol in de levenscyclus van tekenbacteriën. Die hebben allemaal hun eigen gastheersoorten waarin ze zich het best voortplanten. De mens hoort daar niet bij. Voor deze ziekteverwekkers zijn teken alleen belangrijk om van de ene naar de andere gastheer te komen.

Teekrisico in de duinen bij Castricum, in zes gradaties waarbij rekening is gehouden met het aantal wandelaars. RIVM

„De teek is ondertussen heel opportunistisch: die zuigt bloed bij ieder die hij tegenkomt”, zegt tekenonderzoeker en medisch insekten-kundige Marieta Braks van het RIVM. Een teek klimt omhoog in een lange grasspriet of bosbessenstruik – honderd keer zijn eigen lichaamslengte – en wacht daar op een passerend dier. Veel kans heeft de teek niet. Een tekenvrouw legt ongeveer 2.000 eitjes, in een keer, helemaal aan het eind van haar leven. Gemiddeld slechts één ervan wordt weer een vrouwtje dat aan eieren leggen toekomt. De teek is eerst larve, dan nymfe en tenslotte volwassene en heeft voor de overgangen en voor het eileggen steeds één bloedmaaltijd nodig. Drie in totaal.

Het is niet zo dat steeds meer teken besmet zijn, maar de mens heeft steeds meer kans om een teek tegen te komen. Nederlanders gaan vaker de natuur in en er komt steeds meer natuur. Ook in de groene stad zitten teken. In natuurgebieden leven steeds meer grote zoogdieren – reeën, herten, zwijnen en grote grazers. Waar grote zoogdieren zijn, zijn altijd ook veel teken.

Braks: „Over teken en tekenbeten is is de afgelopen jaren veel voorlichting gegeven aan mensen die de natuur in trekken. Maar we zien geen daling van aantallen tekenbeten en infecties. Daarom proberen we nu iets aan de bron te doen. We geven de beheerders van natuurgebieden instrumenten waarmee ze kunnen proberen om mensen minder aan teken bloot te stellen.”

Plaatsen waar veel teken zitten in de duingebieden bij Haarlem en Castricum. Het risico is alleen weergegeven langs wandelpaden, in drie gradaties. RIVM

De meeste mensen wandelen over paden. En ze rusten uit als er een bankje staat. Braks: „Langs veelbelopen paden kun je het hoge gras maaien. Rond speelvelden en natuurkampeerterreinen kun je houtwallen aanleggen. Dat houdt de reeën buiten en daarmee verlaag het aantal teken in een gebied.”

Nieuw is een eenvoudige risicocalculator waarmee terreinbeheerders hun gebied kunnen onderverdelen in stukken waar de kans op teken hoog en laag is. In drie of zes categorieën. Het levert gedetailleerde kaartjes op.

Braks: „Terreinbeheerders kunnen die kaarten gebruiken om bezoekers en teken te scheiden. Of om bijvoorbeeld waarschuwingsbordjes te zetten op plaatsen met een hoge tekenkans, waar bij goed tekenweer – warm en vochtig – toch veel mensen komen.”

Voor bezoekers zijn die kaartjes niet altijd handig. Sprong: „Allereerst vinden we dat mensen van de natuur moeten genieten. En of je nu in een gebied met veel of weinig teken, altijd is er een kans op teken. Dus voor iemand die de natuur in is geweest geldt: controleer altijd op teken als je thuiskomt. En als je er een over het hoofd hebt gezien en je krijgt klachten, zoals een rode ring rond de beet, ga dan naar de huisarts.”

Eind 2016 verscheen onder redactie van Nederlandse tekenonderzoekers Ecology and Prevention of Lyme Borreliosis, Wageningen Academic Publishers. 462 pag. €99,00.