Column

Onderschat gevaren van de Brexit niet

26022015 BRUSSELPortret van Luuk van Middelaar.

De scheidingsbrief is gestuurd, de onderhandelingen kunnen beginnen. Behalve dat ze pijnlijk en ongekend ingewikkeld zijn, dragen de gesprekken tussen Londen en Brussel heuse gevaren in zich. Ook voor ons, de EU27. Beide partijen moeten in twee jaar een politiek en economisch mijnenveld door. Dan zijn verbeten echtscheidingsadvocaten, de experts die keihard voor elke cent en elk deelbelang vechten en wier moment nu schijnt aangebroken, niet de beste gidsen. Hoe hard moeten we de Britten aanpakken? Veel pleit voor fermheid. Zij lopen weg. Zij waren altijd lastig. Steeds hebben wij hun uitzonderingen gegund, een fikse contributiekorting gegeven. Hun politieke leiders hebben onverantwoordelijk gehandeld. Dus nu zeker niet toegeven aan het opportunistische Brexit-adagium „have your cake and eat it” (Boris Johnson). Het Britse vertrek moet een prijs hebben. Anders belonen we populistische chantagepolitiek en laten we als EU27 met ons sollen. Dit is momenteel de houding in Brussel en Berlijn. Vandaar de ferme lijn van EU-onderhandelaar Barnier deze week: eerst spreken over de vertrekregeling en dan pas over de „toekomstige relatie”. Het leidt prompt tot ruzie over de uitstaande rekeningen; volgens de Commissie circa 60 miljard euro. Uitgesmeerd over tien jaar is dat peanuts, voor de Britten en ons. Maar de factuur zal de publieke verontwaardiging voeden en de strategische belangenafwegingen vertroebelen. Bij de vertrekregeling hoort ook een akkoord over EU-burgers in het VK en Britten in de EU (4,5 miljoen mensen; bijna 1 procent van de bevolking). Aldus de vigerende scheidingslogica: werk ze eerst maar buiten.

Inderdaad, maar dan? Na de scheiding verdwijnt deze ex niet in de natuur. Ze blijft de buurvrouw. We blijven een scheidingsmuur delen – de grens. We kunnen elkaar met lawaai of vuilnis op straat het leven zuur maken; we delen een belang bij een veilige en welvarende buurt – het Europese continent. Dat perspectief stellen de Britten voorop. In haar brief schrijft Theresa May dat ze in de onderhandelingen de vertrekregeling (uit de EU) en de toekomstige relatie (als bewoners van het Europese continent) tegelijk wil bekijken. Ze noemt welvaart, oftewel toegang tot elkaars markten, maar ook veiligheid, oftewel samen terrorisme en criminaliteit bestrijden. Onherroepelijk moeten ook de 27 lidstaten nadenken over Europa als geheel, de continentale verhoudingen tussen Britten, Fransen, Duitsers en de rest vanaf 2019. Onze Unie is een essentieel puzzelstuk, maar niet het enige.

Daarbij komt een venijnig juridisch detail. De Unie beslist de vertrekregeling bij meerderheid; ondanks uiteenlopende belangen tussen de 27 komt dat besluit er wel. Bovendien staan de Britten ook zonder akkoord na twee jaar buiten. Afspraken over de toekomstige relatie daarentegen, de handelsrelaties, vergen unanimiteit. Dit betekent stemmingen in 27 nationale parlementen, misschien referenda, met kans op een nee. Denk aan het recente Waalse verzet tegen het Europa-Canada-handelsverdrag, een handelsakkoord met oneindig minder impact dan wat we met Londen moeten regelen. Dus is het gevaar reëel dat we de Britten juridisch wel buitenwerken (bij meerderheid of per klok) maar collectief niet meteen in staat zijn een nieuwe relatie te bekrachtigen. Dan belandt Europa in politiek niemandsland. Dat kan twee, drie, vijf jaar politieke energie en chagrijn kosten (zoals na het Nederlands-Franse ‘nee’ uit 2005), jaren waarin andere gebeurtenissen en problemen onze aandacht vragen. De echtscheidingsdrive mag niet alles bepalen.

Ja, de Britten moeten hun vertrek voelen. Het is echter niet door hen te ‘straffen’ dat Le Pen of Wilders aanhang verliezen; wel door het publiek te tonen dat de Unie van 27 lidstaten de wilskracht en het kompas heeft om, al tijdens de scheiding, te handelen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).