Niemand gelooft nog in de mijnen, op Trump na

Amerikaanse kolenindustrie

Trump wil de noodlijdende kolenindustrie redden. Dat stuit op scepsis bij zijn achterban. „Wat voorbij is, komt niet meer terug.”

Fotos Guus Valk

Dwars door de bergen van Fulton County, in de Amerikaanse staat Pennsylvania, loopt een verborgen treinspoor. Het is vrijwel onzichtbaar, overwoekerd door bomen en struiken. Hier en daar zijn de rails nog te zien, bij een tunneltje, door een bos, of over een beek: verroest, verbogen en vergeten.

Altijd als Ron Morgan (71) die spoorrails ziet, vindt hij het antwoord op een vraag die hem kwelt: kun je de geschiedenis zomaar terughalen? Onzin, bromt hij. „Het leven is niet maakbaar. Wat voorbij is, komt niet meer terug.”

Tot in de jaren zeventig profiteerde Fulton County (14.670 inwoners) van de bloeiende kolenindustrie in Pennsylvania. De kolen in de streek zijn hard en geven weinig rook. Perfecte kwaliteit. Het waren de jaren dat het economisch goed ging in de streek. Er was werk, er werden hotels gebouwd, er kwamen nieuwe dorpen: Coaldale, Coalmont. Maar de industrie verdween. Gas werd een goedkopere energiebron, milieuregels werden strenger, de vraag kelderde.

President Donald Trump speelt in op de nostalgie naar die tijd. Veel van zijn kiezers wonen in de voormalige steenkoolgebieden als Fulton County, waar 84,2 procent op Trump stemde. Die gebieden zijn leeggelopen. Nadat de kolenmijnen werden verlaten en verwoest, kwam er geen nieuwe industrie voor in de plaats. Deze week tekende Trump een decreet waarin hij klimaatwetten uit het tijdperk van Obama terugdraaide. De kolenindustrie moet weer ruim baan krijgen, zei hij. „We gaan banen scheppen. De mijnwerkers komen weer terug.”

Bloeiende kolenindustrie

De Republikein Ron Morgan is journalist voor de lokale krant en is in zijn vrije tijd amateurhistoricus. Hij verzamelt prullen uit de tijd dat zijn gebied nog een bloeiende kolenindustrie kende. Hij heeft de leegstaande kerk van het plaatsje Robertsdale gekocht, en als museumpje ingericht. Daar, onder de grond, heeft hij een replica-mijn gebouwd.

Morgan gaat voor, hij daalt de trappen af. Hij wil de romantiek van het mijnwerkersbestaan afhalen, en mensen laten ervaren hoe het écht voelde om mijnwerker te zijn: koud en opgesloten. „Vroeger zat heel Robertsdale onder de grond. Alle tunnels waren met elkaar verbonden, en daar werd geleefd. Mijn opa was mijnwerker, en mijn oma moest elke dag door het gangenstelsel kruipen om zijn lunch te brengen.”

Morgan laat foto’s zien van zijn opa, een lange, broodmagere man. Zijn rug was verwoest en hij had stoflongen. Hij stierf toen hij 62 was, toen een gemiddelde leeftijd voor een mijnwerker. Zijn opa was trots op zijn werk, zegt Morgan, zoals iedereen in de streek. Met diezelfde trots bezong country-artiest George Vaughn Horton deze streek in het lied Mockin’ Bird Hill:

When it’s late in the evenin’ I climb up the hill

And survey all my kingdom while everything’s still

Only me and the sky and an old whippoorwill

Singing songs in the twilight on Mockin’bird Hill

Maar die tijd, zegt Ron Morgan, komt nooit meer terug. ,,Wie dat wel belooft, creëert valse verwachtingen. De mijnindustrie is totaal veranderd. Er worden geen tunnels meer gegraven, maar mijnen worden op bergtoppen aangelegd. Dat werk wordt gedaan door ingenieurs van buiten de staat. Wij hebben daar niks aan. Het levert nul banen op.”

Het is de paradox van Fulton County: de overgrote meerderheid stemde op Trump, mede omdat hij beloofde de tijd terug te zullen draaien. Maar nu hij zijn eerste maatregelen heeft aangekondigd, is er bijna niemand te vinden die de kolenmijnen daadwerkelijk terug wil.

Peggy Thomas, een gepensioneerde lerares uit Fulton County, komt uit een mijnwerkersfamilie. Haar vader was het, en haar broer ook. Eén dag. ,,Mijn vader zei altijd: dit vak gaat over van vader op zoon. Mijn broer had geen keuze. Hij heeft het net tot vijf uur ’s middags onder de grond volgehouden, en zei: ik ga daar nooit meer in.” De broer ontvluchtte Fulton County en werd ondernemer. Hij wil geen stap meer zetten in Fulton County, zegt Peggy Thomas.

‘You can like him or dislike him…’

Het werk is niet alleen ongezond, maar ook gevaarlijk. Er kwamen regelmatig mijnwerkers bij om het leven: in 1959 vielen er in Pennsylvania twaalf doden toen een mijn instortte. Maar de meeste doden, zegt Ron Morgan, vielen omdat ze vergiftigde lucht inademden. Peggy Thomas: „Ik heb op Trump gestemd. Maar we moeten niet terug naar die akelige tijd. Zorg voor andere banen om jonge mensen te behouden.”

Culturele symboliek

De kiezers in plekken als Fulton County stemden tegen hun eigenbelang in, betoogde New York Times-columnist en econoom Paul Krugman deze week. Ze kozen een kandidaat die een kansloze economie opnieuw wil opstarten, en die tegelijkertijd Barack Obama’s zorgstelsel, dé bron van inkomsten in vergrijsde plattelandsgebieden, terug wil draaien. „De inwoners van ‘Coal Country’ stemden niet om te behouden wat ze hebben, of wat ze tot voor kort hadden. Ze stemden omwille van een verhaal dat de regio over zichzelf vertelt. Een verhaal dat al een of meer generaties niet meer klopt. Hun stem op Trump ging niet om de belangen van de regio; het ging over culturele symboliek.”

Jonathan Graham en Amanda Laucher, een jong echtpaar, verzetten zich tegen die kolen-nostalgie. Graham en Laucher hebben een organisatie opgericht, Mined Minds, die werkloze mijnwerkers omschoolt. Op hun kantoor leren de mijnwerkers nu hoe ze computers moeten programmeren. Jonathan Graham: „We hebben veertig cursisten aan een baan geholpen, over het algemeen laagopgeleide jonge mensen. Dit kan een betere manier zijn om te voorkomen dat ze wegtrekken uit de voormalige kolengebieden.”

Het idee ontstond toen de broer van Laucher enkele jaren geleden zijn baan in de kolenmijnen verloor. Net als veel jongeren had hij in zijn leven nooit iets anders geleerd dan het vak van mijnwerker, ook toen er allang geen werk meer te vinden was. Graham wist voor zichzelf de omslag te maken. „Steeds meer mensen in Pennsylvania begrijpen dat de tijden van vroeger niet terugkomen. Maar het verbaast me hoe vaak jonge mensen nog denken dat er een toekomst in de kolenindustrie is. Als ze dan vervolgens geen werk vinden, verlaten ze de streek.” Om de vergrijzing en de leegloop van Coal Country te stoppen, zegt Jonathan Graham, is er maar één middel. „We moeten stoppen met het idealiseren van het verleden. We moeten de voortschrijdende tijd niet langer verwerpen, maar omarmen.”