Recensie

James Bond als een klagende consument

Herman Brusselmans maakte in de jaren negentig furore met romans over de opportunistische zakenman Guggenheimer, een vermakelijke alledagfascist. Over het algemeen vallen Brusselmans en zijn personages behoorlijk met elkaar samen, maar Guggenheimer hield er – ondanks dat hij zich een slag in de rondte kankerde – een veel wereld- omarmender levenswandel op na. Hij stortte zich energiek in de wereld en hij kón dit doen omdat hij alles niet even scherp zag.

Deze figuur is uitgegroeid tot een alternatieve James Bond: waar de spion steeds een nieuwe auto, wapen en mooie Bondgirls in de schoot geworpen krijgt, daar zijn het bij Guggenheimer de auto’s en de cocktails. Vooral in die laatste categorie blinkt Brusselmans uit in vindingrijkheid. In deze vijfde Guggenheimer wordt er een ‘Indira Ghandi’ gedronken, een mix van whisky, gin, ‘klingelbessen’ en het ‘witverlies van om het even welke vrouw.’

Zoals het drankje van dienst al wat onsmakelijker van receptuur is, zo ook Guggenheimer. Onbehouwen was hij altijd al, maar nu schiet hij al associërend wel erg snel richting seks en stront. Misschien waren zijn uitspattingen twintig jaar geleden meer te genieten, omdat hij toen nog met een wil in het leven stond, terwijl hij nu overkomt als een volgevreten ouderling. Gugg is nu een klagende consument in plaats van een foute man met een droom. Wat vertolkt een scheldende man aan de rand nog?

    • Sebastiaan Kort