Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Gewist

Marcel

Het enthousiasme van mijn bejaarde moeder over de geboorte van onze tweede dochter kende geen grenzen. Nog voor de eerste weeën belde ze om de kraamvisite aan te plannen. „Morgen?” Toen het dan eindelijk zover was, we lagen als gezin nog bij te komen in de bevallingskamer van het ziekenhuis, liet ze zich door niets en niemand afstoppen en zeker niet door ons.

„Morgen kom ik”, zei ze toen ik haar het blije nieuws vertelde.

Er was niemand die haar de eerste kennismaking wilde ontnemen, maar ik informeerde toch of het ook overmorgen kon.

„Nee”, zei ze. „Dan moet ik naar de dokter. En de dag erna heb ik de breiclub, dan wil ik foto’s laten zien.”

Het irriteerde me dat het allemaal weer niet in overleg ging.

Ik zei dat ik het even moest ‘terugkoppelen’ met de vriendin, dat woord was blijkbaar blijven hangen want tijdens een bevalling wordt er in een ziekenhuis heel wat teruggekoppeld.

De vriendin lag met de baby op haar lijf in een heel groot bed, ze was zielsgelukkig en zei dat ze even niets wilde.

„Morgen niets, dan mijn moeder, daarna jouw moeder…”

Ik was nog niet aan het terugkoppelen toegekomen of daar ging mijn telefoon al weer.

„Het is geregeld!”, zei mijn moeder. „Ik kom met een busje!”

Ze hing op.

Na de terugkoppeling belde ik met de vraag of ze misschien toch op een andere dag kon komen, zodat we haar in alle rust zouden kunnen ontvangen. Of anders na drieën.

Een half uur later belde ze dat ze haar taxipas niet kon vinden.

En weer drie kwartier daarna met de mededeling dat ze die had gevonden.

„Je raadt nooit waar die lag… In de la van het kastje waar hij eigenlijk altijd ligt…”

Daarna: „Ik kom na drieën, en als ik toch te vroeg ben ga ik gewoon naar wat Amsterdamse winkeltjes bij jullie in de buurt.”

Van de gedachte daaraan had ik later last: mijn bejaarde moeder, zwervend door onze buurt, op zoek naar niet bestaande winkeltjes.

Ik had me voor niets zorgen gemaakt.

De volgende dag stond ze om half twee voor de deur.

Openingszin: „We hadden geen vertraging onderweg.”

Ze hees zich de trap op en baande zich dwars door en over een kraamverzorgster, een terugkoppelende verloskundige, een dienblad met thee en beschuiten met muisjes en een nieuwbakken moeder een weg naar haar jongste kleinkind.

Ze nam het in haar armen en zei: „Zo, ik zit.”

Daarvan zijn foto’s genomen met haar iPad, die ze van de breiclub in Velp per ongeluk allemaal hebben gewist.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen