‘Er hoeft weinig te gebeuren of mensen denken: wéér die lange arm van Ankara’

Turks-Nederlandse gemeenschap

Turkse Nederlanders zijn bevreesd om zich uit te spreken over Turkije en de Turkse gemeenschap. Een aantal van hen deed het toch.

‘Een miljoen keer!” Documentairemaker Fidan Ekiz had het „helemaal niet verwacht”. Haar column over de relschoppers voor het Turkse consulaat in Rotterdam, vorige maand in het AD, was een van de best gelezen stukken van de krant dit jaar. „En dat terwijl de boodschap vrij mild was”, zegt zij. „Ik uitte mijn zorg dat de jongens en meisjes die Erdogan zo openlijk vereren, ons beeld van de Turken in Nederland bepalen. Ze splijten de Turkse gemeenschap. En Nederland.”

Ekiz denkt dat haar column aansloeg omdat mensen, ook niet-Turken, blij zijn met een genuanceerd geluid. „Er is behoefte aan normalisering en nuancering”, zegt zij.

Wie praat met Turkse Nederlanders, beseft dat er nóg een reden is. Ekiz’ column was niet alleen een welkom geluid, het was ook een geluid. Steeds minder Turken in Nederland laten hun stem horen. Wie dat wel doet valt op – en neemt risico’s.

Keek Nederland er vorig jaar nog van op toen columnist Özcan Akyol aankondigde dat hij voortaan geen uitnodigingen van talkshows meer zou aannemen om over Turkije te praten – hij was te bang voor de gevolgen, ook voor zijn gezin – nu kijken we ervan op als Turkse Nederlanders zich wél uitspreken.

Daarom is het bijzonder dat twaalf prominente Turkse Nederlanders – onder wie een advocaat, een politica en een ex-bokskampioen – met NRC spraken over de zaken die hen bezighouden. De angst dat de Turkse gemeenschap uit elkaar valt. Hun haat-liefderelatie met Turkije. De achterdocht van niet-Turken: zijn jullie loyaal aan Nederland? Het Turkse referendum dat over twee weken plaatsvindt.

Sommigen vrezen voor het imago van Turkije. Anderen zijn bang dat hun familie dáár hinder ondervindt van hun uitspraken hier. En bijna niemand durft te voorspellen hoe de Turks-Nederlandse gemeenschap er na het referendum voor zal staan.

„Explosief wil ik de situatie niet noemen, maar ik houd mijn hart wel vast”, zegt Fidan Ekiz, die regelmatig aanschuift als tafeldame bij De wereld draait door. Zo lang Erdogan de politiek in zijn zak heeft en propaganda via Turkse zenders de wereld instuurt, kan het in Nederland escaleren.”

Een paar van de geïnterviewden zijn blij met ‘de situatie’. „Eindelijk wordt blootgelegd hoe groot de verdeeldheid is onder Turkse Nederlanders”, zegt Ebru Umar, die vorig jaar werd opgepakt in haar Turkse vakantiehuis, na tweets over Erdogan. „Dat die buurman, die je zo leuk vond omdat hij óók Turks is, minder betrouwbaar is dan je dacht. Minder betrouwbaar dan die Nederlandse kaffer van wie je je hebt afgekeerd. Ik hoop dat dit de opmaat is naar de integratie van Turken in de Nederlandse samenleving.”

Sommigen hopen dat de huidige spanningen in de Turkse gemeenschap ergens goed voor zijn. De pus is eruit, zeggen ze. Dat biedt ruimte om opnieuw over integratie te praten.

Met die integratie is het relatief slecht gesteld, blijkt uit het rapport Werelden van verschil. Over de sociaal-culturele afstand en positie van migrantengroepen (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2015). Twintig procent van de Turkse Nederlanders is gesegregeerd. Bij Marokkaanse Nederlanders is dat 15 procent, bij Antilliaanse Nederlanders 3 procent. Gesegregeerde migranten voelen zich nauwelijks met Nederland verbonden en hebben weinig contact met autochtonen.

Lees ook onze reconstructie van de diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije: Waarom laten ze die vrouw niet gewoon binnen?

Twee gedachten

Een aantal van de geïnterviewden lijkt op twee gedachten te hinken. Ze willen hun Turkse paspoort kwijt, maar vinden dat Turkije hun het staatsburgerschap moet afnemen. „Anders straal ik onmacht uit”, zegt ondernemer Ahmet Taskan, prominent lid van de Gülenbeweging in Nederland. „Het heeft iets van een vlucht en ik ben niet van plan te vluchten.”

Anderen vinden vrije meningsuiting – juist nu – van groot belang, maar zeggen ook dat niet alles wat zij zeggen publicabel is. „Veel citaten zijn schadelijk voor mij”, sms’t een ondernemer, die schrikt als zij haar uitspraken terugleest. Ze wil haar Turkse nationaliteit opgeven, maar heeft daarvoor medewerking nodig van Turkije. „Ik weet dat mijn naam op een paar lijsten in Istanbul staat. Dat maakt mij onrustig.”

Ook over Turkije zijn de gevoelens dubbel. Velen willen erheen, maar ook weer niet. Ahmet Taskan mag kritisch zijn over de Turkse regering, hij houdt wel veel van Turkije, laat hij per mail weten. En dat zegt hij niet omdat hij bang is dat de balans anders doorslaat. „Mijn familie in Turkije is pro-Erdogan. Daardoor kan ik hier vrijuit spreken.”

Die dubbelheid ten opzichte van het thuisland is volgens hem verklaarbaar. „Je familie in Turkije kan in de problemen komen als jij je als Nederlandse Turk kritisch opstelt. En je kan financiële schade oplopen. Hoe groter de zakelijke belangen van Nederlandse Turken in Turkije, hoe groter hun geneigdheid zich voor Erdogan uit te spreken – ook als ze daar binnenskamers anders over denken.”

Voor Atilay Uslu, de oprichter van reisorganisatie Corendon, kwam de financiële tegenslag uit andere hoek. Uslu vertelt dat de boekingen naar Turkije heel goed liepen, tot de demonstratie van 11 maart in Rotterdam. „Normaal hebben we 1.500 boekingen per dag, nu nog 350.”

Vrijwel alle geïnterviewden zijn het erover eens: bagatelliseer de angst in de Turkse gemeenschap niet. Uzay Kaymak, hoogleraar informatica, woonde onlangs als privépersoon een bijeenkomst bij waar besloten werd een ingezonden brief, kritisch over de Turkse regering, tóch niet in te sturen naar een krant. Uit angst voor consequenties. „We hebben de afgelopen jaren al de kliklijnen gehad”, zegt SP-Kamerlid Karabulut. „Dat heeft invloed op ons doen en laten en beknot mensen in hun vrijheden. Veel Turken durven zich niet te uiten. ‘Hou je koest’, zeggen ze.”

PvdA-Europarlementariër Piri, de enige niet-Turkse die aan dit artikel meewerkte: „Ik hoor van Turkse Nederlanders dat ze zich niet beschermd voelen door de Nederlandse overheid. Ze doen wel aangifte, bijvoorbeeld van intimidatie via Diyanet [de Turkse overheidsdienst die belast is met godsdienstzaken, red.] of intimidatie op sociale media, maar er wordt niets mee gedaan.”

Piri is Turkije-rapporteur van het Europees Parlement. Ze kreeg de afgelopen jaren veel bijval op haar Facebookpagina als zij zich kritisch uitliet over de mensenrechten in Turkije. Maar de laatste maanden reageren mensen vooral via een persoonlijk bericht. „We zijn het met je eens”, schrijven de afzenders. „Maar ik stuur je een persoonlijk bericht gezien de intimidatie op sociale media.”

Headhunter Bercan Günel verwijderde na de mislukte staatsgreep in Turkije de helft van haar Facebookvrienden. „Omdat ik niet weet wat er met de berichten gebeurt”, zegt zij. „Ik wil mezelf en mijn familie beschermen.”

Door de „bagger” op sociale media laat SP-Kamerlid Sadet Karabulut zich niet intimideren. „Ik weet dat veel Turken bereid zijn voor de democratie en rechtsstaat te knokken. Ik wil mij niet focussen op ultranationalisten.”

Paleis van Erdogan

Ahmet Taskan heeft het als vertegenwoordiger van de Gülen-beweging misschien wel het zwaarst. Op social media circuleren formulieren met zijn foto en adresgegevens, die worden gelinkt aan de Turkse geheime dienst of het paleis van Erdogan. Vorig jaar kreeg hij van „een hooggeplaatst iemand, geen Turk” het advies voorlopig niet naar Turkije te gaan. „Ik kan er wel heen, maar terugkomen zit er waarschijnlijk niet in”, zegt hij.

Nadat Taskan vorige zomer in het AD stelde dat een groot aantal imams in Turkse moskeeën spioneert voor Erdogan, kreeg hij politiebescherming. „Iemand had mensen in België en Nederland opgeroepen mij te vermoorden op een plek en datum waarvan vaststond dat ik daar mijn gezicht zou laten zien.”

Zeven maanden later – zijn aangifte is nog altijd in behandeling – vertelt Taskan welke „beleidsinstrumenten” Turkije inzet om kritische Turken in Nederland in de gaten te houden. „Je hebt de ambassade, het consulaat, Turkse organisaties en dan de sleutelfiguren daaromheen. Die laatste groep komt om de zoveel tijd naar de ambassade en het consulaat om dingen te bespreken. En je hebt het Turkse departement voor ‘Turken in het buitenland en gerelateerde gemeenschappen’ (YTB), een soort senaat waarin enkele Turkse Nederlanders met hoge posities in Nederland, zitting hebben. Ze spannen zich gezamenlijk in om het beleid van Erdogan in Nederland uit te voeren.”

Lees ook over de posters van president Erdogan die weg moesten van Aboutaleb: Zulke gróte posters zijn overdreven

Jarenlang waren Fethullah Gülen en Recep Erdogan bevriend. Ze steunden elkaar, al hadden ze niet altijd dezelfde visie. De scheuren in hun relatie werden groter in het vorige decennium en onoverbrugbaar nadat Erdogan in december 2013 werd onderworpen aan een corruptieonderzoek en daarvan de Gülenbeweging de schuld gaf. Voor de mislukte staatsgreep van vorig jaar houdt Erdogan de in de VS verblijvende Gülen verantwoordelijk.

Vooral dáárna namen de bedreigingen in de Turks-Nederlandse gemeenschap toe, zegt Europarlementariër Kati Piri. Zo hoorde ze over een Nederlands zorgbedrijf gelieerd aan Gülen dat sindsdien geregeld bommeldingen en anonieme klachten over seksuele intimidatie ontvangt. „Terwijl er vóór de couppoging nooit iets was voorgevallen.” De klachten, denkt ze, zijn puur gericht op het „kapotmaken” van de reputatie van het bedrijf.

De intimidatie wordt onder meer georganiseerd vanuit Diyanet en andere Turkse organisaties, zegt Piri. „Het zijn geen orders vanuit Ankara, maar er wordt ook niet aangespoord te stoppen. Ik denk dat er Turkse Nederlanders zijn die denken een pluspunt te scoren in Ankara als ze meedoen aan het haat zaaien.”

Ook via sociale media wordt de haat georganiseerd, zegt Piri. Dat gaat in golven. Pro-regeringstrollen worden doelgericht ingezet op bepaalde momenten. „Ik ben er zelf ook geregeld slachtoffer van. Ik praat met iederéén, maar vooral de foto’s waarop ik met een tegenstander van Ergodan praat, zie ik overal op sociale media terug. Die worden verspreid.”

Sommige Turken in Nederland durven als gevolg van deze ontwikkelingen niet meer terug naar hun moederland. En dat is kwalijker dan je denkt, zegt Piri. „Ze hebben er belangen, familie, ze willen aanspraak kunnen blijven maken op erfenissen in Turkije.” Laatst sprak ze een Gülenist die in tranen was. Zijn ouders waren overleden en werden, zoals veel Turkse Nederlanders, begraven in Turkije. „Zijn broers, die Erdogan steunen, zijn gegaan. Hij durfde niet.”

Ruzie zoeken

Ja, er ís een probleem, zeggen veel Turkse Nederlanders. De polarisatie binnen hun gemeenschap is na de mislukte coup gegroeid. Maar over de grootte van het probleem verschillen de meningen. Ondernemer Atilay Uslu, die over politiek geen uitspraken doet, vindt dat media de zaak opblazen. „Elke uitspraak wordt driedubbel uitvergroot, dan lopen de spanningen vanzelf op.” Het zijn de rode vlaggen die altijd maar de aandacht trekken, zegt schrijver Murat Isik. Media komen er als een stier op af. „Maar het zijn alleen sommige aanhangers van de AK-partij die de herrie maken. Dat is maar één deel van de gemeenschap, het nationalistische deel.”

Advocaat Nazmi Türkkol vraagt zich af wat er „die avond in Rotterdam” nou werkelijk is gebeurd. „Maximaal vijftienhonderd mensen hebben gedemonstreerd, van wie er misschien honderd ruzie zochten. Hoe zit het met die 200.000 Turken die niets met het referendum te maken willen hebben?” Een ex-bestuurder van Milli Görüs spreekt van „een storm in een glas water”.

„De vertekening is enorm”, zegt schrijver Murat Isik. Hij stoorde zich ook aan het eenzijdige beeld van de Turkse Nederlanders na de Turkse parlementsverkiezingen in 2015. Alsof toen 70 procent van de gemeenschap in Nederland stemde op Erdogan. Ja, 70 procent van de stémmers. Maar slechts éénderde van alle stemgerechtigden ging toen naar de stembus. „Voor de meeste Turkse Nederlanders waren die verkiezingen helemaal geen issue. Die keken er met afstand naar.”

De Turkse gemeenschap mag gespleten zijn, dat is nooit anders geweest, memoreren sommigen. Deels is dat cultuur. Noem het hartstocht, felheid, emotie. Politiek is in Turkije als voetbal, een partij als een club. Zelfs iemand die op Mark Rutte stemt zou in Turkije ‘aanhanger’ heten. Maak het niet groter dan het is, zeggen ze. De kloof tussen verschillende groepen was er al vóór de coup.

De gemeenschap in Nederland is zoals die in Turkije zelf: een waaier van religieuze en etnische groepen. Spanningen zijn er tussen soennieten en alevieten, tussen Erdogan en aanhangers van onder meer Gülen, tussen nationalistisch georiënteerde Turken en Koerdische aanhangers van de PKK. Op je hoede zijn in onbekend gezelschap is altijd al de tweede natuur geweest van Turkse Nederlanders. Velen vermeden het onderwerp politiek. En wie er toch over begon, polste eerst even welke ‘kleur’ de ander had. In een verdeeld landschap, willen de geïnterviewden maar zeggen, ligt politiek altijd gevoelig.

Tweederangs burgers

Het diplomatieke conflict met Turkije heeft er bij velen ingehakt. Niet alleen raakt het aan dubbele gevoelens van loyaliteit, ook suddert er boosheid over buitensluiting. Oud-bokskampioen Hüsnü Kocabas heeft er zelf weinig last van, maar verbaast zich erover dat zijn ouders zich tegenover bekenden moeten verantwoorden voor de daden van de Turkse president. „Ze krijgen te horen dat het slecht is wat ‘die Turken’ doen. Dat ‘ze’ dat in Turkije niet moeten flikken. Waarom gaan ‘ze’ niet naar hun eigen land?”

„Vind je het gek dat Nederlandse Turken meer vertrouwen hebben in de Turkse overheid dan de Nederlandse”, zegt het ex-bestuurslid van Milli Görüs. „Niemand lijkt te willen weten hoe dat komt. Het is veel makkelijker Nederlandse Turken weg te zetten als maffiosi.”

„Er hangt een anti-Turken stemming in Nederland”, vindt Fidan Ekiz. „Er hoeft weinig te gebeuren of mensen denken: wéér die lange arm van Ankara.” Advocaat Nazmi Türkkol: „Alles wat de Turkse gemeenschap in de afgelopen decennia heeft opgebouwd, is in die twee avonden weggevaagd. Heus niet alle Turken in Nederland zijn woest op Rutte. Ook niet alle Turken zijn aanhanger van Erdogan. Een grote groep leeft hier in harmonie. Maar er zijn ook veel Turken die zich tweederangs burger voelen.” In de gesprekken wordt het meer dan eens gezegd: Turken zijn de nieuwe Marokkanen van Nederland geworden.

Haatzaaiers

Afschaffing van de dubbele nationaliteit. Betere bescherming van Turken in Nederland. Lik-op-stukbeleid voor haatzaaiers. Sluiting van conservatieve Turkse clubs die polarisatie in de hand werken. De lijst met aanbevelingen is lang. En bijna niemand ontziet de overheid als het om de oorzaken van de toegenomen polarisatie gaat.

Volgens Ebru Umar had Nederland nooit het onderwijs in de eigen taal en cultuur mogen afschaffen in de jaren tachtig. „Voor die afschaffing kregen gastarbeiders Turks op Nederlandse scholen tussen de Nederlandse kindjes, en leerden ze de Turkse cultuur kennen van niet godsdienstige docenten. Daarna is er een gat ontstaan waar de gelovigen in zijn gesprongen. Nu leren kinderen dingen die niets met de Nederlandse samenleving te maken hebben, er is geen toezicht in zo’n moskee of school.”

De overheid heeft zélf toegestaan dat Turkije zijn arm zo ver heeft kunnen uitstrekken, zeggen velen. In Nederland, Duitsland, België, Zwitserland, Zweden, Oostenrijk. Overal is een infrastructuur van moskeeën en stichtingen voor Turkse doelgroepen opgetuigd. Nederland strooide in de jaren tachtig met subsidie en Turkije wilde iets doen voor de Turken in Nederland. Je kunt het steun van Erdogan voor de culturele activiteiten van Turken in Nederland noemen, een systeem dat er óók voor gezorgd heeft dat de sociale cohesie binnen de gemeenschap zo groot is. Dat het aandeel Turkse Nederlanders in de criminaliteitscijfers relatief laag is, net als het aantal uitreizigers naar Syrië. Anderen leggen de nadruk niet op cohesie maar op controle, zij noemen het systeem een ‘lange arm’.

De huidige polarisatie is een ‘cadeau’ geweest van de Nederlandse politiek, zegt Uzay Kaymak. De politiek heeft dit laten gebeuren door zo lang in gesprek te blijven met de conservatieve elementen, waardoor die veel invloed hebben gekregen in de Turkse gemeenschap. „Hoe kan het dat er in Nederland moskeeën en ambtenaren zijn die betaald worden door een andere overheid? Ik denk niet dat dat gezond is. Je creëert hiermee een kleine gemeenschap die zich afzondert.”

De overheid, zeggen velen, heeft toegestaan dat een deel van de gemeenschap zich geen Nederlander voelt. Bij die mensen overheerst het gevoel ‘tweederangsburger’ te zijn. Een gevoel van ‘hoe goed ik ook mijn best doe, ik ben nooit Nederlander genoeg’. ‘Het is geen toeval dat ik geen baan kan vinden.’

De Turkse Nederlanders die met deze krant spraken begríjpen waar het gevoel van afwijzing vandaan komt. Ekiz: „Ik heb jongens gesproken die teleurgesteld en verdrietig zijn omdat ze constant hun loyaliteit aan Nederland moeten bewijzen.” Türkkol: „Waarom denk je dat Denk zo snel gegroeid is? Denk vertolkt de gevoelens van boze migranten.”

‘Pleur op’, is dat dan de mentaliteit die de Nederlandse overheid zou moeten hebben? Nee, zeggen veel van de geïnterviewden. Dat is Wilders-retoriek, meewaaien met de populistische wind. Ook in ‘harde’ maatregelen, zoals het afpakken van het dubbele paspoort of het stemrecht in Turkije, ziet niet iedereen heil. De enige manier om de polarisatie te stoppen, klinkt het, is als de zelfcensuur verdwijnt, de angst om je te uiten. De gemeenschap moet accepteren dat er andere standpunten mogen zijn. „Laat de mensen leren om met elkaar in discussie te gaan”, zegt Murat Isik. „Dat hebben Turkse Nederlanders nooit echt geleerd.”