‘Ik ben de kunstbeurs Salone del Mobile spuugzat’

De Salone del Mobile is een soort Zes Dwaze Dagen voor designliefhebbers. Kunstredacteur Arjen Ribbens kan na tien edities van ’s werelds grootste designbeurs geen nieuwe stoel of lamp meer zien. Toch gaat hij ook dit jaar weer.

Foto via Salone del Mobile

Steeds als ik in Milaan in de shuttlebus naar vliegveld Malpensa stap, neem ik het me voor: dit was echt mijn laatste, allerlaatste Salone del Mobile. Ik ben ’s werelds grootse design-evenement spuugzat. Qua nieuwe stoelen en lampen zit ik ver boven mijn taks.

Twee dagen eerder sta ik dan nog vol verwachting op Schiphol. Gretig heb ik op Dezeen.com de bespiegelingen gelezen over al het moois wat me te wachten staat. Na tien Salones is het bezoek aan Milaan een ritueel geworden.

In de bus van Malpensa naar het centrum neem ik mijn aantekeningen door. Welke presentaties mag ik niet missen, welke shows wil ik graag zien? Op de stadskaart stippel ik alvast een effectieve rondrit uit langs de honderden tentoonstellingen.

Van het station loop ik even later in het donker naar mijn hotel, me onderweg verbazend over de gevorderde leeftijd van de Milanese prostituees die me aanklampen. Kieskeurig zijn bij de hotelkeuze kan tijdens de Salone niet. Een gribushotel kost al gauw 200 euro per nacht. En wie pas in maart boekt (de beurs is in april), kan zomaar verzeild raken in Bergamo, op zestig kilometer van de Duomo.

Wie voor het eerst in de Fiera komt, denkt dat de wereld gek is geworden

Met ruim 300.000 bezoekers is de Salone uitgegroeid tot een soort Zes Dwaze Dagen voor designliefhebbers. De restaurants, terrassen en de metro: overal in Milaan is het tjokvol. Durfallen huren een fiets en wagen zich tussen de scooters. Gelukkig schijnt tijdens de beurs altijd de zon.

De Salone del Mobile is in de Fiera, een beurscomplex vele malen groter dan de RAI in Amsterdam. Wie daar voor het eerst komt, denkt dat de wereld gek is geworden: hallen met nieuwe design­meubels, traditionele meubels, glanzend Donald Trump-meubilair, keukens, badkamers, deurbeslag enzovoorts enzovoorts.

Voor deze 200.000 vierkante meter (dat is dertig voetbalvelden) aan overvloed trek ik vier uur uit, inclusief reistijd. In marstempo race ik door de hallen die er toe doen, met hier en daar een drie-minutengesprekje. De eerste dagen van de beurs lopen de Philippe Starcks van deze wereld daar in het wild rond.

Klik op de foto’s om ze te vergroten.

Stoffen van textielontwerper Irene van Vliet
Foto: Sunna & Marc van Praag
Fotowerk uit het boek ‘WHOLE’ van fotografenduo Freudenthal/Verhagen
Vlak-ambient light
Foto: Frieda Mellema
Handgemaakte vaas van Royal Leerdam Crystal
Foto: Frieda Mellema
Boekarmband van Duinker & Dochters
Foto: Frieda Mellema

Alles zien is een illusie

Daarna begint de wedloop door de stad, voor de FuoriSalone, de evenementen en exposities van hippe designlabels, tweeduizend ontwerpers en designopleidingen. Ooit was de Zona Tortona, een voormalige industriewijk ten zuidwesten van het stadshart, the place to be. Nu wemelt het daar van lawaaiige stands van automerken, bierbrouwers en zelfs condoomfabrikanten – welkom op de Salone del Marketing.

Daarna werd Lambrate, een andere industriewijk, de nieuwe hotspot. Tot de commercie ook daar de overhand kreeg. En zo verplaatst het feest zich door de stad: overal zijn middenstanders te vinden die hun werk- en winkelruimte voor een week aan designers willen verhuren. Soms gebeurt dat geclusterd, soms ben je drie kwartier onderweg naar een hip label dat solo de periferie heeft opgezocht.

Alles zien is een illusie, zelfs voor doorzetters die zes dagen de tijd hebben. De meest gestelde vraag aan lotgenoten die ook met de handige Interni-gids in de hand door de stad draven: „Wat vond jij de moeite waard?”

Lees ook: Stedentrip naar Milaan? Zo beleef je de stad als een Milanees

Gefrustreerd over de vele gemiste exposities en met een hoofd waarin duizenden nieuwe ontwerpen rondtollen, stap ik na twee dagen op de bus naar het vliegveld. Voor de laatste keer, denk ik opgelucht.

Tot in december de uitnodigingen voor de volgende Salone binnenvallen. Hoera, zin in, wat zouden Maarten Baas en Hella Jongerius nu weer verzonnen hebben? Snel een vlucht en een hotel geboekt. Dit jaar zowaar een bed & breakfast vlak bij de Brera. Antiek gemeubileerd, ook fijn, en door eerdere gasten bij Booking.com gewaardeerd met een 9,1. Het wordt een topreis.

Verslag Salone del Mobile 2016: Over tweehonderd jaar is je stoel klaar
    • Arjen Ribbens