‘Als blanke word je hier sneller vertrouwd’

Werken in het buitenland

Als westerling op de Zuidoost-Aziatische arbeidsmarkt lijkt alles soms net even iets gemakkelijker te gaan dan voor lokale collega’s. Waar komt die voorkeursbehandeling vandaan?

Foto Lukas Denk, Renée Corstens, Daniel van Tuijll, IStock

‘Hey mister! Mister! How are you?” Het zijn groepjes giechelende schoolkinderen en opgeschoten hangjongeren die de westerlingen in de Indonesische hoofdstad Jakarta op elke straathoek naroepen. Van ouderen kun je in het voorbijgaan op een glimlach of „Hello mister” rekenen. Een goed gesprek zit er vanwege de taalbarrière niet in, dus knikt de westerling vriendelijk terug. Ondertussen geven die egards te denken: ze hebben hier toch weleens eerder een Europeaan gezien?

Niet alleen op straat, ook op de werkvloer zijn blanke westerlingen graag geziene gasten. Sterker nog: op het kantoor lijkt het soms alsof ze méér voor elkaar krijgen dan hun Aziatische collega’s.

Geschat wordt dat in de Zuidoost-Aziatische landen inmiddels een paar miljoen westerse expats wonen. Hoewel het verschijnsel nooit is onderzocht, zeggen Nederlandse werknemers in Zuidoost-Azië een voorkeursbehandeling te herkennen. Het kan al in hele kleine dingen zitten, zeggen zij. Van een wel erg respectvolle begroeting ‘s ochtends van collega’s, tot een directeur die voor jou wél even tijd wil maken, terwijl dat voor een Aziatische collega niet mogelijk is.

Het gaat allemaal net iets gemakkelijker als ik het regel

Meer vertrouwen

Lukas Denk (28) woont sinds 2014 in de Thaise hoofdstad Bangkok, waar hij als plaatsvervangend directeur van een Thais e-commercebedrijf de voorkeursbehandeling aan den lijve ondervindt. „Een afspraak met de directeur van een ander bedrijf, een snelle levering van spullen, een korting als we ergens groot inkopen – het gaat allemaal net iets gemakkelijker als ik het regel”, zegt hij.

Na een stage in Thailand kwam Denk terecht bij zijn huidige werkgever Chilindo, een bedrijf dat goederen importeert uit China. Daar begon hij op de klantenservice, maar geeft hij inmiddels leiding aan zo’n zestig medewerkers. In de afgelopen twee jaar merkte Denk dat hij zaken soms sneller voor elkaar krijgt dan zijn Thaise collega’s. „Zelfs wanneer ik, voor eigen gebruik, mijn telefoonmaatschappij of bank benader, krijg ik minder lastige vragen dan de Thai”, zegt hij.

„Hier in Indonesië staan westerlingen over het algemeen te boek als betrouwbaar”, zegt Renée Corstens (26), als manager duurzame ontwikkeling werkzaam op het Indonesische eiland Lombok. Voor de stichting Peduli Anak regelt ze onder meer de fondsenwerving. „Ik merk het vooral als we langs gaan bij hotels, om te praten over een eventuele donatie. Mijn Indonesische collega wordt minder snel de deur gewezen als ik erbij ben. We hebben het daar weleens over gehad. Hij zei toen dat ik hier als bule (Indonesisch voor ‘blanke’) meer vertrouwen geniet.”

Daniel van Tuijll (31), maritiem specialist bij de Wereldbank in de Indonesische hoofdstad Jakarta, wil niet generaliseren, maar merkt ook een verschil in de omgang op de werkvloer. Van Tuijll: „Als ik een afspraak wil maken met een overheidsfunctionaris, moet ik een brief sturen met een formeel verzoek. Zodra die brief is ondertekend met een westerse naam zoals de mijne, komt de afspraak er een stuk sneller.” Bij de Wereldbank helpt Van Tuijll middels verschillende projecten het Indonesische investeringsklimaat te verbeteren. „Ik weet niet of het altijd zo werkt”, benadrukt hij. „Ik baseer mijn gevoel op wat ik hier meemaak.”

Een zeker cachet

Waar komt die voorkeursbehandeling van westerlingen in Zuidoost-Azië vandaan? Doen ze het dan echt zoveel beter dan hun lokale collega’s?

Om te beginnen heeft het Westen in de loop der jaren een goede reputatie opgebouwd in Azië, stelt Peter Peverelli, sinoloog aan de Vrije Universiteit en adviseur voor westerse bedrijven in China. „Er is altijd veel ontzag geweest voor de efficiënte manier waarop wij in het Westen werken.” Dat zie je terug in de vraag naar bijvoorbeeld Europese medewerkers bij Aziatische bedrijven, zegt Peverelli. „Als je met een Europeaan aankomt bij een vergadering, geeft dat een zeker cachet.”

Daarnaast zijn westerse managers volgens hem ook gewild om een praktische reden: hun kennis van de Engelse taal. Peverelli: „Engels is de wereldwijde handelstaal – wie Engels spreekt kan internationaal zakendoen. En dat is voor veel Aziatische bedrijven van groot belang.”

Bovendien staat het westerse onderwijs hoog aangeschreven. Hoewel dat volgens Daniel van Tuijll soms wel érg ver doorschiet: „Een Indonesiër die een jaartje op een matige Nederlandse hogeschool heeft gezeten, krijgt soms een voorkeursbehandeling boven iemand die is afgestudeerd van de Universitas Indonesia – een prima universiteit.” Het ergert Van Tuijll, die voor de Wereldbank veel bij bedrijven binnenkomt. „Worden er daar teams samengesteld, dan is het vaak: ‘Oh, maar die heeft in Europa gestudeerd.’ Terwijl mijn vraag dan is: ‘Wát heeft diegene gestudeerd?’”

Cultureel antropoloog Bart Barendregt, verbonden aan de Universiteit Leiden, wil zelfs nog wel een stapje verder gaan. Hij stelt dat „een aantal Europeanen in je kennissenkring, aantoont dat je belangrijk bent.” Tijdens het onderzoek dat hij deed in Indonesië en Maleisië werd hij regelmatig uitgenodigd op bruiloften en feestjes. Barendregt: „Het laat zien dat je toegang hebt tot een internationaal netwerk en, wie weet, een baan in Europa. Dat toonbeeld van moderniteit is verder versterkt door de globalisering.”

Juist dankzij die globalisering gaan ook steeds meer westerlingen voor korte of lange tijd naar Zuidoost-Azië. Let wel, waarschuwt Barendregt: „De mate waarin een voorkeursbehandeling voor westerlingen voorkomt verschilt sterk tussen landen: in Singapore, Thailand en Maleisië zie je dat het ontzag een stuk minder is dan bijvoorbeeld op de Filippijnen of in Indonesië.”

Ongeschreven regels

Maar ligt dat alleen aan die blanke huidskleur?

Nee, stelt antropoloog Barendregt. Hij geeft nog een andere verklaring: ons gedrag. „Westerlingen doorzien de Aziatische sociale regels niet altijd even goed.” Een voorbeeld: „Wij zouden gewoon onze baas bellen wanneer er een probleem is, terwijl een Aziaat dat niet in zijn hoofd haalt. In Aziatische landen weet men dat westerlingen dit soort dingen anders aanpakken, waardoor er niet meteen van ze wordt verwacht dat ze zich netjes aan de ongeschreven regels houden. Maar ondertussen krijgt een westerling op die manier wél veel meer voor elkaar dan een Aziatische collega. Zeker in het begin.”

Van Tuijll herkent dat: „In het Westen denken we vanuit het individu, waardoor we relatief snel en effectief te werk gaan. In Aziatische culturen wordt het groepsbelang altijd meegenomen, dat werkt een stuk omslachtiger.” Plaatsvervangend directeur Denk voegt daaraan toe: „Westerlingen – Nederlanders in het bijzonder – zijn in de omgang een stuk assertiever. Ik accepteer niet zomaar een nee aan de telefoon, maar vraag door waar een Thai de hoorn al lang op de haak heeft gelegd.” Daar komt bij dat de Thai het als gezichtsverlies ervaren om een ander op zulk ‘brutaal’ gedrag te wijzen, en de confrontatie dan maar uit de weg gaan, legt Denk uit. „Ze denken eerder: ik help die jongen wel, dan ben ik verlost uit deze ongemakkelijke situatie.”

Bovendien lijken westerlingen het grote respect voor iemand die hoger staat in de hiërarchie soms wat ongemakkelijk te vinden. Van Tuijll: „Je vindt jezelf natuurlijk altijd een heel aardige jongen, maar als je soms ziet hoe hard Aziatische managers met office boys omgaan, die de hele dag koffie voor je halen… Expats lijken toch wat vriendelijker te willen zijn. Misschien dat je daarom soms wat extra vriendelijkheid terugkrijgt.”

Bouwsteen

Toch ben je als Europeaan in Zuidoost-Azië nu ook weer niet verzekerd van een gouden toekomst. „Je moet ook hier gewoon keihard je best doen”, zegt Denk. „Het gaat misschien iets gemakkelijker, maar ik ken genoeg Europeanen die naar Bangkok kwamen en ten onrechte dachten dat ze hier zo aan de bak konden.”

Want waar landen als Maleisië en Singapore relatief gunstige voorwaarden bieden voor expats, is het in Indonesië en Thailand bijvoorbeeld al een stuk lastiger. „Met behoorlijk strenge werkvergunningen beschermen ze hier de eigen werkgelegenheid”, aldus Van Tuijll.

Sinoloog Peverelli stelt dat het mes aan twee kanten snijdt. „Als je met goede ideeën komt en actief meedenkt, bevestig je het beeld van kwaliteit en efficiëntie dat van een westerse werknemer bestaat.” Maar: „Die voorsprong is een bouwsteen. Als je de verwachtingen niet waarmaakt, lig je er net zo gemakkelijk weer uit.”