Advies: laat kind met zakmes spelen

Opvoeding

Een fikkie stoken of met een mes spelen? Een adviescentrum voor veiligheid vindt dat kinderen ook risico’s moeten kunnen nemen bij het spelen.

Opa Ben Bottram helpt zijn kleinzoon Mees in de Bosspeeltuin in Utrecht. Foto Bram Petraeus

„Niet rennen, Daantje! Niet rennen!” In de speeltuin in het Utrechtse Máximapark krijgt een moeder haar zoontje van zes niet mee naar huis. Op zijn sokken rent hij terug naar het speeltoestel, maar onderweg struikelt hij en barst in huilen uit. „Ik zei toch, niet rennen!”

Veel ouders zijn van nature voorzichtig, maar als je als ouder te vaak ‘pas op’ roept, leert een kind niet om zelf op te letten. Dat is de boodschap van VeiligheidNL, het expertisecentrum dat vrijdag een campagne lanceerde om „risicovol spelen” van kinderen te bevorderen.

Ga risico’s niet uit de weg, zegt VeiligheidNL. Laat je kind een keer een fikkie stoken, met een zakmes spelen of van een berg af fietsen.

Mariette, de moeder van Daantje die niet met haar achternaam in de krant wil, kan zich niet vinden in het advies. „Ik verlies Daantje niet snel uit het oog, maar heel beschermend ben ik volgens mij ook niet. Als moeder weet je gewoon wat het beste voor je kinderen is.” En dat is niet kinderen in bomen laten klimmen en met een zakmes laten spelen, zegt ze terwijl ze haar zoontje troost en het zand van zijn broek afklopt. En weg is ’ie weer.

Verrassend

Dat juist VeiligheidNL, de organisatie die we kennen van adviezen over meubelbeschermhoekjes, antislipmatjes en stopcontactbeveiliging, het riskante spelen wil stimuleren is enigszins verrassend. Het is toch geen 1-aprilgrap? „Nee hoor”, lacht Saskia Kloet van VeiligheidNL. „Een aantal van onze adviezen in het verleden gingen misschien te ver. Wij zijn als organisatie de laatste jaren opgeschoven van het vooral beschermen van kinderen, naar het stimuleren van hun vaardigheden zodat ze met risico’s om kunnen gaan.”

En je hebt risico en je hebt gevaar. „Bij risico’s moet je je kinderen begeleiden, anders gaan ze het nooit leren. En voor gevaar moet je ze behoeden”, aldus Kloet. Ze komt nu met de campagne omdat het voorjaar is aangebroken en er weer meer buiten gespeeld gaat worden.

VeiligheidNL heeft de laatste jaren meerdere adviezen aangepast, ingetrokken of afgezwakt. „Zo zeiden we bijvoorbeeld eerst; niet steppen en skaten bij nat weer. Dat advies is geschrapt. En meerdere kinderen op een trampoline raden we ook niet langer af. Let alleen op als er kleintjes bij zijn”, aldus Kloet.

Internationaal wetenschappelijk onderzoek toont aan dat riskant spelen goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Daardoor leren ze risico’s inschatten, worden ze zelfredzaam en bouwen ze zelfvertrouwen op.

De meeste ouders die vrijdag in de Bosspeeltuin aanwezig zijn, laten de kinderen spelen zonder zich er al te veel mee te bemoeien. „Dat doe ik thuis ook niet”, zegt Marijn Hoogland, terwijl haar dochter Puck (5) zich omhoog klautert en op haar schouders gaat zitten.

Even verderop rent haar zoon Giel (7) met vriendje Sep (6) tussen de speeltoestellen door. Giel „houdt heel erg van buitenspelen”, vertelt hij. Wat hij het liefst doet? „Klimmen! En hutten bouwen! En op de surfplank in het water!” Van mama mag hij alles doen wat hij wil, zegt hij, terwijl hij vragend zijn moeder aankijkt.

„Voor die surfplank is het nu nog te koud”, zegt Hoogland, die met haar gezin langs een waterweg woont. Normaal heeft ze geen omkijken naar de kinderen. Ook als ze langs het water spelen. „Ze hebben hun zwemdiploma’s, dus waarom niet? En ze vallen soms tijdens het spelen, maar dat hoort erbij. Als het echt fout gaat, dan weten ze me wel te vinden.” Ze vindt het veel belangrijker dat haar kinderen veel buitenspelen en dingen leren. „Anders zitten ze maar op de iPad. Dan gebeurt dat niet.”

Pech hoort erbij

Risico’s vermijden is schadelijk en pech hoort erbij, zegt ook Ira Helsloot, bijzonder hoogleraar Besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit. „Je kunt uit een boom vallen of zelfs om het leven komen. Dat is natuurlijk dramatisch. Maar je kunt niet zeggen; je mag nooit meer in een boom klimmen.”

Hij noemt het onvermijdelijk dat organisaties als VeiligheidNL tot de conclusie komen dat het negatieve effect van al die veiligheidsmaatregelen groter is dan de positieve effecten. „De gemiddelde Nederlander is al zover. Nu politici nog.” Hij neemt het recente treinongeval bij Harlingen als voorbeeld. „Na zo’n ongeluk wordt meteen opgeroepen om halfbewaakte spoorwegovergangen aan te pakken. Dan ben je een klein risico aan het oplossen met een grote berg geld. Dat moet je niet willen.”

Bij het restaurant tegenover de speelplaats trakteren opa Ben en oma Els Bottram hun kleinkinderen Mees (5) en Jip (3) op limonade. Die drinken ze zo snel mogelijk op om weer te kunnen spelen. Vooral Mees houdt van buitenspelen, hij vindt klimmen in de touwen het leukst.

„Dat vond ik vroeger ook fantastisch”, zegt opa Ben. Hij groeide op in een boerderij en klom in bomen om ekstereieren te stelen. „Dat mag nu ook niet meer”, zegt hij met een glimlach.

Oma Els vult hem aan: „Het is drukker geworden overal. Bijna niemand groeit meer op met veel natuur om zich heen. Daardoor is het gevaarlijker geworden.” Opa Ben knikt. „En niemand heeft een boom in zijn tuin staan, laat staan een goede klimboom.” Of ze hun kleinkind nu zomaar buiten zouden laten klimmen? Na wat twijfel zeggen ze allebei nee.

Hun dochter Saartje – die naast hen zit – mocht dat vroeger wel. Al mocht die ook al minder dan haar ouders. „Ik weet dat veel ouders te beschermend zijn geworden.”