Opinie

    • Frits Abrahams

Woody Allen ter discussie

De dvd-box met een groot aantal films van Woody Allen was te begeerlijk om op een vergeten schap in de winkel te laten wegkwijnen. Weliswaar had ik al een aantal titels in mijn bezit – dat is de pest van die verzamelboxen – maar er waren ook minder bekende films bij die ik lang geleden had gezien.

Zou ik ze ook daadwerkelijk opnieuw gaan bekijken? Dat moesten we afwachten. Vroeger hoorde je weleens van mensen dat ze op hun oude dag „de Russen” wilden gaan lezen of herlezen, maar als je ze veel later nog eens sprak, bleek daar niets van terechtgekomen. Sommigen waren trouwens vóór die tijd al doodgegaan en konden alleen maar hopen dat die Russen ook in het hiernamaals nog leverbaar waren.

Zelf sla ik dergelijke spullen – dvd’s, cd’s, boeken – ook in als een geestelijk noodrantsoen voor het geval ik langdurig bedlegerig raak op een onbewoond eiland. Die kans lijkt niet zo groot, maar wie had een jaar geleden verwacht dat een zekere Donald Trump als president van de Verenigde Staten op een persconferentie zou weigeren de hand te schudden van zijn gast, de bondskanselier van Duitsland? Alles is mogelijk, ook het onmogelijke.

Voordat ik me kon bedenken gaf ik de Allen-box snel aan de winkeleigenaar achter de kassa. Hij wierp er een licht misprijzende blik op terwijl hij een nog ingepakt exemplaar pakte.

„Tja, Woody Allen”, zei hij, „ik raak ze maar moeilijk kwijt. Is het een cadeautje?”

„Nee, het is voor mezelf.”

Hij keek me aan of hij een beetje met mij te doen had. „Je moet ervan houden”, zei hij.

„En u houdt er niet van”, constateerde ik.

Hij voelde zich niet betrapt, want hij reageerde zonder aarzeling: „Nee, ik heb er nooit een zak aan gevonden.”

„Dat is weinig.”

Hij knikte. „Ik vind het allemaal zo flauw en melig. Het zal mijn humor niet zijn. Hij vindt zichzelf ook zo leuk, die man, met dat kokette stemmetje en dat rare loopje. Moet u er een papiertje omheen of gaat het zo mee?”

„Een papiertje graag”, zei ik, grimmiger dan ik wilde.

„En dan al die aanstellerij in de betere culturele kringen. O, o, wat vinden ze zich bijzonder met hun modieuze neuroses”, zei hij terwijl hij een strook afscheurde van een grauwe rol papier.

„Hij heeft niet alleen grappige, maar ook ernstige films gemaakt”, zei ik. „Kent u Herfstsonate en Another Woman?

Een foute verdediging, want het was nu net of ik me toch een beetje schaamde voor de grappige films van Allen. Hij strafte het onmiddellijk af. „Ja, daar hangt-ie een soort Bergman uit, zijn grote idool, maar die was toch van een andere klasse, hoewel ik die in zekere zin ook nogal overschat vind.”

Ik was blij dat ik de aanlokkelijke Bergman-box uit de etalage had weerstaan – het zou hem tot razernij hebben gedreven, misschien had hij hem niet eens aan mij willen verkopen.

„Bergman is de grootste”, zei ik fier, „en Woody Allen mag in zijn schaduw staan.”

Hij frommelde de box in zo’n slap papieren tasje dat me altijd een sterk heimwee naar plastic bezorgt. „Zo zie je maar weer”, zuchtte hij, „smaken verschillen”.

Ik groette kort.

„Veel plezier ermee”, zei hij tegen mijn rug.

    • Frits Abrahams