Opinie

    • Maarten Schinkel

Straks op het hakblok: Wereldbank en IMF

Handel, migratie, milieu: de aanpak van de Amerikaanse president Trump echoot ver over de Amerikaanse grenzen. De enorme bezuiniging op EPA, de federale milieuorganisatie, is er een voorbeeld van. Klimaatonderzoek, een internationaal publiek goed, gaat eronder lijden. Het was dan ook een kwestie van tijd voordat de donkere wolk uit Mordor zijn schaduw zou werpen op twee instituten die op een steenworp afstand van het Witte Huis staan: het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank.

In Trumps begrotingsvoorstellen wordt in drie jaar tijd voor 650 miljoen dollar gesneden in steun voor de Wereldbank en aanverwante ontwikkelingsbanken. Dat is, voor het perspectief, op een steunbedrag van 2,3 miljard vorig jaar, waarvan 1,2 miljard voor steun aan de allerarmste landen.

Nu moet dit voorstel, zoals alle begrotingsplannen, nog wel langs het Congres. Maar dat was in het recente verleden al niet erg op de hand van de twee instituten: het hield een quotaverandering bij het IMF, waardoor opkomende landen een grotere stem zouden krijgen, jarenlang tegen.

Bovendien is er een grotere dreiging. De VS zijn eigenhandig in staat grote besluiten tegen te houden, met een blokkerende minderheid van meer dan 15 procent van de aandelen.

Het laatste nieuws zal ook al niet best vallen op de kruising van 19de straat en Pennsylvania Avenue: de regering-Trump heeft Adam Lerrick voorgedragen als plaatsvervangend onderminister van Financiën – de regeringsfunctionaris die zich met IMF en Wereldbank bemoeit. Lerrick, een voormalig zakenbankier, is een uitgesproken criticus van de instituten. Hij staat te boek als een beschermeling van Allan Melzer. Deze econoom is bekend van het rapport dat hij maakte voor het Amerikaanse Congres in 2000. Daarin wordt sterk aangedrongen op het terugdringen van de rol van IMF en Wereldbank naar een nogal karige interpretatie van hun kernactiviteiten.

Wie springt er in de bres voor de twee instituten? Ze zijn al niet erg populair in Washington. De betrokkenheid van het IMF bij de reddingsoperaties in de eurozone is de Amerikanen al langer een doorn in het oog. Zij roepen het IMF toch ook niet te hulp bij financiële problemen in, zeg, Kansas? De plaatselijke elite ergert zich intussen al langer aan de hoge, belastingvrije salarissen en bijvoorbeeld schoolvergoedingen voor veel medewerkers van beide instituten, vooral vanwege hun prijsopdrijvende effect.

De nieuwe, kille wind, waait intussen al. Het IMF-bestuur wees vorige maand een Europese eis dat Griekenland meer zou moeten bezuinigen af. Die openlijke tegenstand is nieuw. Grote kans dat de regering-Trump pogingen zal doen IMF en Wereldbank, in de geest van de commissie-Melzer van destijds, verder hun hok in te krijgen. Is dat verstandig? Het valt niet te ontkennen dat beide organisaties door de jaren heen last hebben gekregen van mission creep. Maar aan de andere kant: beide zijn kinderen van de Amerikaanse hegemonie van na de oorlog – en instrumenten daarvan. China kan bezig zijn een parallelle structuur op te tuigen. De Aziatische Infrastructurele Investeringsbank (AIIB) is daar, als nieuwe concurrent van de Wereldbank al een voorbeeld van.

Lees ook: China grijpt de macht met een eigen Wereldbank - volgt een eigen IMF?

Trump zou deze kinderen met het badwater kunnen weggooien. Maar is dat een argument dat in het Witte Huis aan zou komen? Wie kijkt naar zijn terugtrekkende bewegingen op het gebied van defensie, vrijhandel, migratie en milieu, zal anders moeten constateren. Het snoeien van IMF en Wereldbank is een, ondoordachte, blijk van America First. En van blindheid voor de consequenties op de langere termijn.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

    • Maarten Schinkel