Rapport: problemen in jeugdzorg worden blijvend

Jeugdzorg kampt met betalingsproblemen en zware administratieve lasten, sinds deze zorg in 2015 is overgeheveld naar gemeenten.

Foto Roos Koole/ANP

De problemen die de jeugdzorg plagen sinds de overheveling naar gemeenten van begin 2015, dreigen een blijvend karakter te krijgen. Dat staat in de deze donderdagmiddag verschenen jaarrapportage van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ), die namens het Rijk toeziet op de transitie van de jeugdzorg.

Aanbieders van jeugdzorg verwachten ook dit jaar problemen bij het voldoen aan hun financiële verplichtingen, en ook het probleem van de hoge administratieve lasten – al twee jaar een groot punt van zorg – houdt aan. Nog steeds geven jeugdzorgaanbieders daardoor geld uit aan de inhuur van extra boekhouders, ten koste van het budget dat bedoeld is voor de zorg aan kinderen. Komen gemeenten en aanbieders samen niet tot een oplossing, zegt voorzitter van de TAJ Marjanne Sint tegen NRC, dan „is het gevaar groot dat essentiële functies van jeugdhulp in het gedrang komen”.

Lees ook hoe al begin 2015 de administratieve lasten een jeugdinstelling parten speelde: De boekhouder is belangrijker dan de hulpverlener

De cijfers zijn zorgwekkend. Van alle jeugdbeschermingsinstellingen – aan zet zodra de veiligheid of ontwikkeling van kinderen in het geding is – vreest 36 procent dit jaar problemen bij het betalen van lopende kosten, zoals salarissen aan personeel en huur van kantoorruimte. Nog eens 27 procent zegt die alleen te kunnen voorkomen door een „grote aanslag” te doen op de eigen reserves. Ook een op de vijf aanbieders van specialistische jeugdhulp – waar kinderen met bijvoorbeeld ernstige gedragsstoornissen worden behandeld – verwacht betalingsproblemen.

Late betalingen

Die geldproblemen ontstaan onder meer doordat aanbieders van jeugdhulp de kosten voor behandelingen steeds vaker moeten voorschieten. Eerst schoten veel gemeenten de kosten nog voor, maar die stappen over naar betaling achteraf omdat er dan zekerheid is over het te vergoeden bedrag. Voor aanbieders die tientallen kinderen maandenlang intensieve zorg bieden, is vergoeding achteraf problematisch. Ze moeten dan een beroep doen op eigen reserves, die door de bezuinigingen van de afgelopen jaren fors geslonken zijn. Ook bij banken kunnen ze nauwelijks terecht: die verstrekken de aanbieders „slechts mondjesmaat” kapitaal, aldus Sint.

Als de rekening na de behandeling bij de gemeente terechtkomt, blijft snelle betaling bovendien veelal uit. Slechts 13 procent van de facturen wordt binnen een maand betaald, zeggen aanbieders. Bijna een op de vijf rekeningen (18 procent) blijft een half jaar tot een jaar liggen.

Lees ookover de extra problemen voor aanbieders van complexe, specialistische jeugdhulp: Kwetsbaarste kinderen dupe van systeem

Late betalingen zijn het gevolg van de aanhoudende administratieve rompslomp. Aanbieders hebben contracten met tientallen gemeenten, vaak met uiteenlopende factuureisen, betalingstermijnen en behandelcodes. Gemeenten zijn streng, aldus de aanbieders: facturen worden „om het minste of geringste” afgekeurd, met tijdrovend overleg tot gevolg.
Nauwelijks vernieuwing

Het feit dat de rompslomp maar niet verdwijnt, hangt volgens de TAJ samen met de gemeentelijke vrijheid om het betalingsverkeer naar eigen inzicht in te richten. Er bestaan inmiddels landelijke standaarden, maar die zijn niet verplicht.

Gevolg van al deze problemen is dat aanbieders aan het investeren in vernieuwing van de jeugdzorg – hoofddoel van de decentralisatie – nauwelijks toekomen, schrijft de TAJ. Die vernieuwing zou idealiter gericht zijn op preventie van ernstige problemen, en daardoor leiden tot goedkopere jeugdzorg. Zonder vernieuwing blijft de jeugdzorg dus evenveel kosten, terwijl het door het Rijk verstrekte budget voor jeugdzorg ook dit jaar slinkt.
Opnieuw blijft er dan minder geld over voor kinderen zelf.