Meer licht, verse lucht en energiezuinig

Velux

De bouwsector blijft groeien. Het Deense Velux, bekend van kantelbare dakramen, heeft belang bij meer regels in de bouw.

Veluxdakramen in Amsterdam Noord. Foto Jordy Rietbroek

Ruim één op de tien Europeanen woont in een huis dat te vochtig is en het risico op astma verhoogt. En de leerprestaties van scholieren en de productiviteit van arbeiders zouden tot wel 15 procent kunnen verbeteren als in oude gebouwen voor méér daglicht en verse lucht wordt gezorgd.

Michel Sombroek (55) strooit met cijfers van onderzoeksinstituten die de noodzaak van daglicht en ventilatie in huizen en gebouwen onderstrepen. Lobbyen voor betere regelgeving is een van zijn taken, zegt de directeur van de Nederlandse vestiging van Velux, een Deens bedrijf dat gespecialiseerd is in dakramen en lichtkoepels voor daken.

Neem de nieuwe nationale bouwregelgeving, die volgend jaar van kracht wordt. In de voorlopige opzet stond dat de hoeveelheid daglichttoetreding in nieuwe gebouwen aan de ontwerpende partijen moest worden overgelaten. Mede op aandringen van Velux is daarvoor toch weer een ondergrens opgenomen.

Duidelijke eisen blijven hard nodig, zegt Sombroek. De afgelopen jaren stuurden overheden aan op meer zelfregulering in de bouw. Met als gevolg dat projectontwikkelaars en aannemers vaak kostenbesparende keuzes maakten.

Door de strengere eisen voor energieprestaties kan de gezondheid van de bewoners onder druk komen te staan, zegt Sombroek. „Terwijl de overheid een gezondere leefomgeving juist zou moeten stimuleren. Ook daarvoor zouden de prestatie-eisen aangescherpt moeten worden.”

Marktpartijen kunnen eenvoudig inspelen op deze ontwikkeling, zegt Sombroek, want door technische innovaties z ijn de mogelijkheden voor meer licht en verse lucht in nieuwe en bestaande gebouwen toegenomen.

Hij wijst op de openstaande ramen in zijn kantoor, een gerenoveerd pand uit de jaren tachtig. Een half uur voordat zijn werkdag begint, gaan de ramen automatisch open. Als de zon gaat schijnen en het binnen te warm wordt, zorgt een sensor dat de zonwering naar beneden gaat en bij regen sluiten de ramen vanzelf.

Is dat niet energieverslindend, al die automatisering? Nee, zegt Sombroek met een lach: zonnecellen zorgen voor de benodigde elektriciteit.

Net als Cruesli

Net als Aspirine, Cruesli en TomTom is Velux een merknaam die soortnaam is geworden. Alle kantelbare dakramen worden veluxramen genoemd, ongeacht wie de fabrikant is. Velux – een combinatie van de woorden ventilatie en lux: licht in het Latijn – werd in 1941 opgericht door Villum Kann Rasmussen (1909-1993). Deze Deense ingenieur vond het kantelscharnier uit, de basis voor zijn dakramen. Na de Tweede Wereldoorlog, toen de woningnood in Europa groot was, zijn met nieuwe ramen tal van bergzolders verbouwd tot woon- of werkruimte.

Het eerste patent op het kantelscharnier is al lang verlopen, maar Velux is nog altijd wereldmarktleider. Het bedrijf, eigendom van stichtingen en de familie van de oprichter, maakt deel uit van de VKR Holding, vernoemd naar de initialen van de oprichter. De Velux Groep heeft wereldwijd 14.000 werknemers. De omzet van de holding bedroeg vorig jaar ruim 2,4 miljard euro.

In veertig landen heeft Velux verkooporganisaties. De Nederlandse vestiging bestaat sinds 1988 en is gevestigd in het Utrechtse De Meern. Onder leiding van Sombroek groeide Velux Nederland de afgelopen dertien jaar fors. Met minder werknemers (op dit moment ongeveer 70) verdubbelde de omzet en ook de winstgevendheid verbeterde.

Velux Nederland verkoopt vooral aan de bouwmaterialenhandel, en het leeuwendeel van de omzet komt uit renovatie- en vervangingsprojecten. Bij nieuwbouw, zegt Sombroek, wordt dikwijls op prijs ingekocht en minder naar de toegevoegde waarde van producten gekeken; concurrenten krijgen daardoor regelmatig de opdracht.

De fabrikant installeert de eigen producten niet. Om klanten tegemoet te komen heeft de Nederlandse vestiging een trainingsacademie voor verkopers en verwerkers van de producten opgezet. Dat initiatief heeft onder meer geleid tot een databestand met 125 Velux-montagepartners, gecertificeerde ‘klusseniers’ en zzp’ers die jaarlijks een opfristraining volgen, en die Velux vol vertrouwen als montagepartners aanbeveelt.

Optimistisch

De omzet van Velux Nederland zal de komende drie jaar met 40 procent groeien, voorspelt Sombroek. Voor volgend jaar is de verwachte omzet 71 miljoen euro. Niet alleen heeft het moederbedrijf een aantal kansrijke producten ontwikkeld – zoals modulaire lichtstraten voor winkelcentra en scholen – ook is hij hoopvol over de aantrekkende economie. Sombroek: „De bouwrecessie zijn we door.”

Samen met vijftien andere marktpartijen – architecten, adviseurs, toeleveranciers, kennisinstituten en bouwers – propageert Velux onder de naam Active House Nederland een „holistische benadering van bouwen”. ‘Actieve huizen’ zijn gebouwen met „een positieve CO2-voetafdruk”, die energiezuinigheid combineren met meer aandacht voor het binnenklimaat.

In diverse nieuwbouw- en renovatieprojecten is de visie inmiddels gedemonstreerd. Huizen gebouwd met gerecyclede en gecertificeerde bouwmaterialen, die energie halen uit zonnepanelen, windmolens of aardwarmte, en waar op drinkwater wordt bespaard met spaarkranen en toiletten die met regenwater worden gespoeld. En dus ook met veel dakramen en niet-mechanische ventilatiesystemen van Velux.

De bouwwereld moet alleen niet terugvallen in oude gewoonten, waarschuwt Sombroek. Tijdens de recessie deden sommige projectontwikkelaars hun best om aan de vraag naar milieuvriendelijke huizen te voldoen. Maar nu een tekort aan huizen dreigt, staat de ingezette vernieuwing onder druk, constateert Sombroek.

„Bouwers moeten oppassen niet weer in luiheid te vervallen. We moeten blijven bouwen wat de markt wil, en dat zijn duurzame en gezonde gebouwen.”

    • Arjen Ribbens