Waarom komen Belgische comedians niet naar Nederland?

Belgische cabaretiers treden zelden op in Nederland. Daardoor lopen we soms bijzondere komieken mis. NRC beoordeelt vijf comedians die in België goed staan aangeschreven op hun meerwaarde: brengen ze iets dat we in Nederland niet hebben?

William Boeva Foto studio Edelweiss

Is Belgische humor zoveel anders dan de Nederlandse? Je zou het haast wel denken. De Belgen Wim Helsen en het duo Kommil Foo hebben weliswaar in het Nederlandse cabaret een imposante carrière opgebouwd en dankzij zijn tv-optredens is Philippe Geubels met zijn droge humor ook in Nederland een populaire komiek. Maar verder zijn er nauwelijks Belgische comedians die hier voet aan de grond krijgen. Wat is het probleem? De taal, de tongval, de context van cultuur, televisie en bekende mensen of zorgt een ander gevoel voor humor voor een scheiding?

De meeste Belgische comedians toeren niet of nauwelijks in Nederland, hoe groot ze ook zijn. Zoals Alex Agnew, die nota bene doorbrak door in 2003 als eerste Belg het Leids Cabaretfestival te winnen. Hij heeft inmiddels al negen keer het Sportpaleis in Antwerpen uitverkocht, voor dertien- tot vijftienduizend toeschouwers per keer. Zijn eerste vier shows speelde hij nog in Nederland, tot vijf jaar geleden. Zijn laatste show, Unfinished Business (2016), speelde hij alleen in België in zalen vanaf tweeduizend bezoekers.

Agnew heeft wel overwogen om naar Nederland te komen, zegt zijn manager Manu Van Heuckelom. Er was vorig jaar contact met Nederlandse bureaus, maar het kwam er niet van. Agnew mikt op grote zalen: vanaf Afas Live. Van Heuckelom: „Nederlanders komen niet kijken omdat je in België een grote tent plat speelt. Maar ze komen wel als je ook in Nederland een grote tent plat speelt.”

Overzichtelijke scene

Belgische comedians richten zich op hun carrière in België, zegt Jan Jaap van der Wal, die tegenwoordig in Antwerpen woont, in België optreedt en daar veel op tv is. „In België kun je als comedian veel op tv doen. Dus waarom zou je voor een paar optredens vanuit Gent naar Zwolle of Den Haag rijden.”

De scene is in België veel kleiner en overzichtelijker dan in Nederland, zegt Van der Wal. „Maar de infrastructuur is aanwezig. En Humo’s Comedy Cup levert elk jaar talenten op, vergelijkbaar met het Leids Cabaretfestival.”

Van Heuckelom ziet een probleem in de smalle top. „Agnew hoort met Urbanus, Geert Hoste, Michael Van Peel en Geubels tot de A-categorie in kaartverkoop. Een subtop ontbreekt. Comedians spelen wel veel, maar de ticketverkoop is een probleem.”

Wat opvalt is dat vrouwen schaars zijn. De bekendste is Els De Schepper, al decennia een Vlaamse diva, die het ook zonder veel succes in Nederland probeerde. Ook zijn er nog weinig comedians met een migrantenachtergrond. Van der Wal noemt Erhan Demirci en Kamal Kharmach. „Demirci is interessant. Jongerenwerker in Molenbeek, heeft nu zijn eerste programma. Hij had een internethitje met een filmpje waarin hij tegen iedereen sorry ging zeggen voor de allochtonen. En Kharmach is een vrolijke jongen, maar in de manier waarop hij migrantenthema’s aansnijdt is hij scherper dan Najib of Jandino.”

Uit een bezoek aan een handvol Vlaamse comedians blijkt dat het accent en de verstaanbaarheid geen groot probleem is. Ook verwijzingen naar Belgische fenomenen en BV’s (Bekende Vlamingen) zijn overkomelijk. Volgens Van Heuckelom tellen die verschillen uiteindelijk wel zwaar. „We spreken dezelfde taal, maar de cultuur is anders. Ik heb ook met Kommil Foo gewerkt en ik weet hoeveel moeite zij moesten doen om tot een programma te komen dat zowel in Nederland als in België te spelen is.”

Maar we missen wel wat aan Belgische comedians, aldus Van der Wal. „Iemand als Jeroen Leenders, die van behoorlijk raar tot zeer absurdistisch kan zijn, vind ik echt een goede comedian. Dat is een stem die je in Nederland niet gauw hoort.” Voor wie Leenders wil horen: hij speelt nog tot half mei in Nederland.

  • Alex Agnew: Unfinished Business

    Verstaanbaarheid? Uitstekend

    Kwaliteit? Hoog

    Aanwinst? Absoluut

    Met zijn stoere, dwingende voordracht en voorliefde voor ethische dilemma’s en foute humor komt Alex Agnew in de buurt van mannen als Jim Jefferies en Theo Maassen. Zijn redeneringen kunnen plomp zijn, maar hij speelt knap met de verwachtingen van zijn publiek, onder meer door te doen alsof zijn emoties en opinies afhangen van het weer. Hij is ook een showman, die geluidjes produceert en jolige dansjes maakt.

    In ‘Unfinished Business’ gaat het over de grote thema’s van deze tijd: racisme, discriminatie, islamitisch geweld, de meningencarrousel. Op zijn best is hij in zijn lenige, steeds verrassende opvattingen over alle hete hangijzers rond de islam. Na de aanslag op Zaventem was hij bang, zegt hij. Maar van die viriele Marokkaanse jongens in een auto, die roepen dat ze willen poepen (Vlaams voor neuken), dat doet hem meer deugd dan brave Belgische jongens.

    Hij krijgt er de handen niet voor op elkaar. Wel als hij tekeer gaat tegen linksen die meegaan in de wens om de sharia in te voeren. Als hij zelf de vraag opwerpt of hij nou links of rechts is, antwoordt hij dat het veel zegt over de ontwikkeling van de species: „Dat we na de Verlichting niet verder zijn gekomen dan twee richtingen.”

    Gezien: op dvd

  • Xander De Rycke: Quarter Life Crisis

    Verstaanbaarheid? Sterk accent

    Kwaliteit? Redelijk

    Aanwinst? Nee

    In Quarter Life Crisis gaat de 29-jarige Xander De Rycke in op de onzekerheden die een twintiger of dertiger kunnen plagen en op de voorspelbare oplossingen die googlen daarvoor biedt. De adviezen lopen van ‘Kom uit uw comfortzone’ tot en met ‘Koester uw relaties’.

    Voor De Rycke zijn het niet meer dan opstapjes voor observaties en verhalen die lopen van de dubbele betekenis van claxonneren tot zijn weerzin tegen vegetarisch eten. Het zijn modale thema’s, die leiden tot veel grappen die geforceerd aandoen.

    Zijn sterke Vlaamse accent kan voor Nederlanders een barrière vormen.

    Het laatste half uur is hij beter op dreef. Dan fantaseert hij over het hebben van een dochter en het tegenwerken van een eventuele schoonzoon. Want een man, zegt De Rycke, denkt enkel aan de ‘tetten’ van een vrouw. Nog op zijn sterfbed zou hij zijn laatste woorden in het oor van zijn schoonzoon fluisteren: „Tot binnenkort.”

    Gezien: 25/3, Gemeenschapshuis de Pit, Buggenhout.

  • Henk Rijckaert: Technostress

    Verstaanbaarheid? Goed

    Kwaliteit? Matig

    Aanwinst? Nee

    Henk Rijckaert opent zijn programma Technostress met een uitvinding, een ritsalarm: voor als je vergeet na het plassen je rits dicht te doen. Maar zo werkt het alarm niet. Het is de symbolische start van een merkwaardige tocht langs zijn gebrekkige kennis over computers en sociale media. Rijckaert praat erover alsof ze net in ons leven zijn gekomen. De 42-jarige comedian vertelt ook hoe zijn lichaam hem plaagt bij het ouder worden: ’s nachts moeten plassen, krakende knieën, snurken – geen verhalen die je bijblijven.

    Gezien: 16/2, Arensberg, Antwerpen.

  • William Boeva: Reset

    Verstaanbaarheid? Goed

    Kwaliteit? Hoog

    Aanwinst? Zeker

    Reset is losjes gestructureerd rond vrijpostige vragen van een nooit gepubliceerd interview. William Boeva, een 27-jarige comedian met een groeistoornis, wil graag over zijn leven vertellen en doet dat mooi en indringend. Hij belooft ons „tien dwergenmoppen”.

    Hij werkt slim uit hoe hij zich ergert aan autisten die zich opwerpen als de nieuwe gehandicapten, tuk op subsidie. Dat is een sterke, absurde metafoor, die eindigt bij Autististan en autisten die zwaaien met een zwarte vlag met het pi-teken.

    Hoogtepunt van zelfkastijding is zijn antwoord op de vraag hoeveel problemen zijn handicap hem bezorgt. Hij wijst erop dat hij met zijn korte armen zijn eigen kont niet kan afvegen en laat daar een liederlijke, hilarische anekdote op volgen. Die combinatie van zelfspot en openhartigheid maakt deze jonge comedian bijzonder.

    Gezien: 23/3, CC Asse.

  • Thomas Smith: Strak

    Verstaanbaarheid? Prima

    Kwaliteit? Mager

    Aanwinst? Nee

    Thomas Smith, 49 jaar, is een theatrale comedian, die zich druk gebarend over het podium beweegt. Hij heeft een grote voorliefde voor gesprekjes met het publiek. Ook als dat niets oplevert, zoals op een avond in Bellevue.

    Zijn eigen materiaal maakt evenmin veel los. Zijn zorgen betreffen zijn mannelijkheid en het ouder worden, maar zijn angst voor de leesbril wil niet grappig worden.

    Hij vertelt over zijn naturalisatie tot Belg en over vrouwen, maar zijn programma Strak komt niet echt tot leven.

    Gezien: 1/3, Bellevue, Amsterdam.

    • Ron Rijghard