Knot: nieuw kabinet moet op de centen letten

DNB-jaarverslag

Nu het economisch goed gaat kan een volgend kabinet maar beter een buffer aanleggen, zegt de president van De Nederlandsche Bank.

President Klaas Knot van DNB, in de Tweede Kamer in 2016 Foto ANP

Een volgend kabinet mag dan wel ruim bij kas zitten, per saldo meer geld uitgeven is nu niet verstandig. Veel beter kunnen de partijen die nu deelnemen aan de formatiebesprekingen een buffer opbouwen voor slechte tijden. Dit stelde De Nederlandsche Bank (DNB) donderdag in haar jaarverslag.

Een begrotingsoverschot van „zo’n 1 procent” van het bruto binnenlands product (bbp) is nodig in economisch goede tijden om voldoende marge te hebben om in tijden van tegenspoed aan de EU-begrotingsregels te voldoen, zei DNB-president Klaas Knot tijdens een persconferentie. EU-landen mogen een begrotingstekort hebben van maximaal 3 procent van het bbp.

Volgens Knot is er „beperkte budgettaire ruimte”. „Gelukkig hoeft er niet te worden bezuinigd. Tegelijkertijd is er ook geen ruimte voor het grote uitgeven”, zei de DNB-president. Als een volgend kabinet bepaalde uitgaven wil „intensiveren”, moet het op andere terreinen „ruimte vrijmaken”, meent Knot.

De oproep van DNB komt op een politiek gevoelig moment. Het Centraal Planbureau (CPB) presenteerde vorige week ramingen waarin het huidige begrotingsoverschot (0,3 procent in 2016) zal oplopen naar 1,3 procent in 2021, aan het einde van de nieuwe regeerperiode. Maar het CPB gaat uit van ongewijzigd beleid. Waarschijnlijk is juist dat nieuwe coalitiepartijen meer willen uitgeven.

DNB vindt de staatsbegroting te ‘procyclisch’. De overheid moet altijd flink bezuinigen in tijden van recessie en versterkt daardoor die recessie verder. Andersom krijgt de hoogconjunctuur vaak een extra zet uit Den Haag, omdat de overheid dan meer uitgeeft. Zo’n hoogconjunctuur is er nu: het CPB verwacht dit jaar 2,1 procent bbp-groei. Knot noemde dit patroon „hollen en stilstaan”.

DNB ziet weliswaar allerlei redenen om wél te investeren. Het onderwijs heeft meer geld nodig, onder meer omdat werkenden vaker omgeschoold moeten worden. Nederland geeft te weinig uit aan onderzoek en ontwikkeling. En om de klimaatdoelen te halen, moet een volgend kabinet meer investeren in duurzame energie. Maar: „Het is niet wenselijk dat extra investeringen leiden tot een procyclisch begrotingsbeleid”, staat in het jaarverslag.

Partijen die willen regeren kunnen in het DNB-jaarverslag terecht voor een uitgebreide hervormingsagenda. Een greep uit de voorstellen van DNB, die de centrale bank overigens vaker heeft gedaan: de hypotheekrenteaftrek moet versneld worden afgebouwd en hypotheekeisen moeten worden verscherpt om de grote schulden van Nederlandse huishoudens terug te dringen. Het pensioenstelsel moet fundamenteel op de schop; er moet een „persoonlijk pensioenvermogen” komen. En de CO2-prijs moet omhoog en er moet een klimaatwet komen.

DNB maakte over 2016 een minimale winst van 43 miljoen euro. De belangrijkste reden is een voorziening van een half miljard euro. Die wordt getroffen voor toekomstige renterisico’s. De centrale bank heeft steeds meer staatsleningen op de balans, als gevolg van het opkoopbeleid dat hij voor de Europese Centrale Bank (ECB) uitvoert. Als de rente in de toekomst stijgt, dan liggen de ontvangen rentes op die staatsleningen nog steeds vast op het huidige, lage niveau. De rente die DNB uitkeert over de deposito’s die banken bij haar aanhouden gaat dan juist wél omhoog, waardoor verliezen ontstaan.

Vorig jaar nam DNB deze voorziening van een half miljard voor het eerst. Dat droeg toen bij aan een winstdaling van 951 miljoen euro in 2014 naar 183 miljoen in 2015. Knot schatte toen dat er een totaal bedrag aan voorzieningen van 3 tot 3,5 miljard euro nodig zou zijn. Donderdag verlaagde hij die schatting licht, naar minder dan 3 miljard.

De balans van DNB dijde in 2016 verder uit, naar 290 miljard. Dat is ruim zeven maal zoveel als vlak voordat de euro werd ingevoerd.

Knot herhaalde zijn pleidooi om het ECB-opkoopprogramma na december dit jaar, de eerder afgesproken einddatum, af te bouwen. Het deflatiegevaar is geweken en de economie in de eurozone doet het beter. „De grond voor het onconventionele monetaire beleid valt weg”, aldus de DNB-president. Pas als de eerste stappen zijn gezet om de ECB-opkopen (nu 60 miljard euro per maand) terug te schroeven, kan ook de rente weer geleidelijk omhoog, vindt hij.