Opinie

Kamerleden lijken steeds minder op hun kiezers

Politici worden meer dan ooit gerekruteerd uit het eigen partijpersoneel. en over de opmars van parapolitici.

Wilders feliciteert Arib met herbenoeming voorzitter Tweede Kamer. Foto ANP / Remko de Waal

De Tweede Kamer telt liefst 71 nieuwkomers. Velen van hen zijn echter goed bekend met ‘Den Haag’. Een derde van de Kamerleden die op 23 maart zijn geïnstalleerd was eerder politiek assistent, fractiemedewerker of lobbyist. Ze weten hoe de hazen daar lopen, maar dat versterkt ook de kloof met de kiezer.

Kamerleden zijn geen onbeschreven blad. Voor ze zitting nemen, hebben ze een lange weg achter de rug. In de twintigste eeuw liep het pad naar het parlement vaak via het maatschappelijk middenveld. Partijleden waren eerst bestuurder in een boerenorganisatie, vakbond of onderwijskoepel, dan raadslid of wethouder, om vervolgens de stap naar de Kamer te maken. Dat traditionele ‘verzuilingspad’ is nog steeds zichtbaar. Zo hebben Gijs van Dijk (PvdA), Michel Rog (CDA), Linda Voortman (GL) en Lilian Marijnissen (SP) een achtergrond in de vakbond.

Een tweede weg naar het parlement loopt vanouds via bepaalde beroepen: advocatuur, journalistiek, onderwijs, wetenschap. Daar leer je vaardigheden die ook nuttig zijn voor het politieke handwerk, zoals argumenteren, debatteren en ‘dossiers vreten’. Ook dit pad is in de nieuwe Kamer herkenbaar. Dit zijn de leden met een achtergrond in de media – vooral radio/tv: Léonie Sazias (50Plus), Pia Dijkstra (D66), Anne Kuik (CDA) en Arne Weverling (VVD). Anderen komen uit het onderwijs, zoals Paul van Meenen (D66) en Harmen Beertema (PVV) of uit de wetenschap, zoals Lodewijk Asscher (PvdA) of Thierry Baudet (FvD).

In de laatste decennia kwam daar een derde pad bij, dat loopt via ‘parapolitieke functies’; functies die geen politieke ambten zijn, maar wel gelieerd aan de politiek, zoals paramedici zelf geen artsen zijn, maar deze wel ondersteunen. Parapolitici houden zich intensief bezig met politieke advisering en besluitvorming, zonder zelf gekozen te zijn. Denk aan politieke adviseurs, politieke assistenten, fractiemedewerkers, functies bij denktanks, lobby- en belangengroepen, en adviesbureaus op het terrein van communicatie en public affairs.

Dit parapolitieke pad is een vorm van diplomademocratie. Aspirant-Kamerleden worden tijdens hun studie politiek actief, als lid van een jongerenorganisatie. Daarna medewerker van een Kamerlid of fractie-assistent. Vervolgens gaan ze aan de slag bij een belangenorganisatie. Tussendoor zijn ze soms een tijd beleidsambtenaar.

Weinig risico op politieke brekebenen

Prominent voorbeeld is Ingrid van Engelshoven (D66). Eerst fractiemedewerker, vervolgens adviseur Orde van Advocaten, hoofd strategie bij een ministerie, partner bij een communicatiebureau, partijvoorzitter, en wethouder in Den Haag, voor ze Kamerlid werd. Of neem Joël Voordewind. Begon als medewerker van twee PvdA-Kamerleden, stapte over naar de ChristenUnie en was daar achtereenvolgens fractiemedewerker, medewerker partijbureau, campagneleider en hoofd communicatie, voor hij Kamerlid werd. Renske Leijten, nummer twee van de SP, werd tijdens haar studie actief voor de jongerenorganisatie van de partij, vervolgens medewerker van Jan Marijnissen en daarna Kamerlid. Ook Bente Becker, (VVD), Pieter Heerma (CDA), Bart Snels (GL) of Bart van Kent (SP) hebben na hun studie vrijwel uitsluitend op of rond het Binnenhof gewerkt.

Van de vorige week geïnstalleerde Kamerleden hebben er maar liefst 47 ooit een parapolitieke functie gehad. Vaak staan ze zeer hoog op de lijst. Zo zijn de fractieleiders Wilders, Buma en Segers politiek assistent geweest. Van de top-20 van de VVD-fractie heeft ruim een derde het para-politieke pad gevolgd. Bas van ’t Wout, Bente Becker en Sophie Hermans, bijvoorbeeld, hebben allemaal voor Mark Rutte gewerkt. Van de PVV-fractie heeft de helft een parapolitieke functie gehad en bij de SP zelfs tien van de 14.

Bij dit parapolitieke pad worden Kamerleden uit de ‘Haagse vijver’ gerekruteerd. Dat heeft voor politieke partijen op korte termijn voordelen: weinig risico op politieke brekebenen. Ze snappen hoe de hazen lopen, ze zijn gesocialiseerd in het politieke bedrijf en zeer loyaal aan de partij.

Op lange termijn versterkt de opmars van de parapolitici de kloof tussen politieke partijen en samenleving. Politieke partijen zijn meer dan ooit een ‘closed shop’, alleen toegankelijk voor mensen uit de eigen kring. Wie niet heeft gestudeerd, komt er nauwelijks meer tussen. Kamerleden lijken steeds meer op elkaar en steeds minder op de kiezer. ‘Het is allemaal één pot nat’, is een terecht verwijt. Kamerleden die het parapolitieke pad volgen, doen na hun afstuderen vrijwel geen ervaring op in andere maatschappelijke sectoren. Hun hele leven brengen ze door in de wereld van hoog opgeleide politieke junkies. Dat maakt ze heel effectief binnen de muren van het Binnenhof, maar kwetsbaar en onherkenbaar buiten de kaders en de kades van Den Haag.