Jamiroquai, Anohni en Depeche Mode: het albumoverzicht van deze week

De muziekrecensenten van NRC beluisteren de nieuwe albums die deze week uitkomen. Welke cd’s zijn goed en welke kun je beter overslaan?

  • ●●●●●

    Jamiroquai: Automaton

    Automaton Pop: Jamiroquai heeft op Automaton zijn gevoel voor lekkere melodieën en funky grooves met veel elektronica opgerekt.

    Via die noodzakelijke modernisering hoopt hij weer aansluiting te vinden met de hedendaagse hitlijstmuziek. Had zijn intergalactische discofunk van toen een veelal organisch geluid, Automaton valt met zijn door de vocoder getrokken stemmen en overvloed aan bliepjes te herleiden tot het electroduo Daft Punk. Amanda Kuyper.

    Lees de hele recensie: Jamiroquai terug met dikke discoritmes en retrosynths.

  • ●●●●●

    Depeche Mode: Spirit

    Spirit Pop: Depeche Mode, de Britse band die sinds 1980 de mogelijkheden van de synthesizer verkent, vindt op het veertiende album Spirit nog steeds nieuwe wegen. In ‘Going Backwards’ klinkt een alarm-achtige trompet, die David Gahans plechtige woorden doorboort. In single ‘Where’s The Revolution’ tikt de percussie als regen op een tentzeil, om vervolgens overmeesterd te worden door een dramatische orgeldreun in het refrein.

    Ergens tussen de ronkende geluiden bevindt zich deze keer een boodschap: tégen ontmenselijking en vóór activisme, zoals in ‘Poorman’ en ‘Where’s The Revolution’, over pogingen om aanhang te werven voor de goede zaak (‘The train is coming, get on board’).

    Het album gaat indrukwekkend van start, met nummers als ‘The Worst Crime’, het broeierige ‘Scum’, en ‘You Move, met helder, Kraftwerk-achtig deuntje. Maar halverwege volgt een dip, doordat ‘So Much Love’ te looiig klinkt. ‘Poorman’, waarin knoestige blues-gitaar en jaren tachtig-synthesizers mooi fuseren, lijdt onder de gemelijke zang van David Gahan. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Somi: Petite Afrique

    Petite Afrique Jazz / World: De populariteit van vocaliste Somi is snel toegenomen sinds het gevoelvolle The Lagos Music Salon (2014), waarop muzikanten als Angelique Kidjo en Common te gast waren. Haar nieuwe Petite Afrique is een ijzersterk vervolg, waarop de in Amerika geboren deels in Afrika opgegroeide Somi verhaalt over een Afrikaanse buurt in Harlem, New York.

    De ervaringen van de veelal Franstalige migranten die georiënteerd blijven op hun land van herkomst en de daarbij horende culturele problemen resulteren tot krachtige ‘new african jazz’ songs. Met stijl en grandeur mengt Somi haar Afrikaanse roots in moderne jazz (met drummer Nate Smith!), broeierige blues en zonnige pop.

    Haar openingssong zet direct de toon: ze is een Afrikaanse in New York, een bewerking van Stings ‘Englishman in New York’. Daarna is het songpalet fraai en kleurrijk: met een vleugje activisme, storytelling en een gastrol voor Aloe Blacc in het soulvolle ‘The Gentry’. Amanda Kuyper

  • ●●●●

    Anohni: Paradise

    Paradise Pop : Op de nieuwe ep Paradise zet Anohni (voorheen bekend als Antony, van The Johnsons) haar engelachtige stem in voor wraak - op eco-nonchalance, op haar katholieke opvoeding, en op God zelf. In de zes nieuwe nummers (een zevende, ‘I Never Stopped Loving You’, is per email te verkrijgen) probeert de ijle zangstem hardvochtig te klinken. Dat lukt niet. Maar de woorden en de begeleidende muziek zijn beklemmend.

    In ‘Jesus Will Kill You’ bijvoorbeeld - een haatgedicht tegen een ‘mean old man’ (God? Trump?), die velden laat branden in Irak en Nigeria - is de zang getoonzet op nerveus gefladder en dreunende synthesizer. De elektronische muziek, gemaakt door Hudson Mohawke, klinkt claustrofobisch, net als op het album Hopelessness (2016).

    Wat toen nog moest wennen, klinkt langzamerhand vertrouwd. De kloof tussen troostrijk en bruusk wordt mooi overbrugd in het prachtige slot ‘She Doesn’t Mourn Her Loss’. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Circa Waves: Different Creatures

    Different Creatures Pop: De Britse band Circa Waves is populair in concertzalen, omdat hun muziek binnen enkele maten aanzet tot woest gespring en meezingen. Dat effect ontstaat door de gitaren, die hun akkoorden de zaal in sproeien en door de schreeuwzang van voorman Kieran Shudall, die ondanks zijn geprangde stijl nog melodieus klinkt ook. Nadeel aan Young Chasers (2015), hun debuut, was dat het zo geijkt klonk.

    De muziek paste in de traditie van Britse powerrock, zoals te horen bij Maccabees, Wolf Alice of Pigeon Detectives. Op Different Creatures worden de nummers steviger en gesmeerder uitgevoerd, maar het geluid is nog even voorspelbaar. De gitaren raggen, de zanger jammerklaagt, de drums beuken, maar de som der delen klinkt versleten. Behalve in het laatste liedje: ballade ‘Old Friends’ is schaamteloos sentimenteel en tegelijk innemend. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    The Jesus And Mary Chain: Damage And Joy

    Damage And Joy Rock: Negentien jaar gingen voorbij sinds het vorige album van de Schotse rockers The Jesus And Mary Chain. De langdurige sabbatical is te wijten aan de moeizame verhouding tussen de gebroeders Jim en William Reid. Ze kunnen niet met, maar ook niet zonder elkaar leven.

    Damage And Joy pakt vrij eenvoudig de draad op van The JAMC’s beproefde donkere-keldersound met gitaren als opgevoerde stofzuigers en slepende, lijzige zang. De Reid-broers blijven meesters van de melodieuze indiepopsong, met echo’s van Velvet Underground en T. Rex. „Can’t Stop The Rock”, beloven ze in het slotnummer. Gastzangeressen Sky Ferreira, Isobel Campbell (Belle and Sebastian) en zusje Linda Reid brengen een zonnetje in de duistere popsongs van de vechtende broers die elkaars talenten omhoog tillen. Jan Vollaard

  • ●●●●

    David Douglas: Spectators Of The Universe

    Spectators Of The Universe Pop: Het album Spectators Of The Universe van de Utrechtse elektronica-producer David Douglas klinkt koesterend, dansbaar en lucide. Douglas zorgt bovendien voor bijzondere klank en sfeer, in tracks als Lucine en Highway of Love. Zo kreeg de elektronica een korrelige structuur die diepte weet te suggereren.

    In nummers als I Want You zitten verwijzingen naar de ruwharige dance van Daft Punk. Er is een mooie balans tussen instrumentale nummers en gezongen tracks. Op Last Day On Earth klinkt de diep in de textuur gemixte stem van zanger Mathias Janmaat luchtig, als op een teruggevonden parel uit de discotijd. In Lucine werd de zang maf vervormd. Een afwisselend en verleidelijk geheel. Hester Carvalho