Recensie

Huiveringwekkende ‘Elfde’ van Sjostakovitsj

Andris Nelsons Foto Marco Borggreve

Andris Nelsons is de Sjostakovitsj-specialist van het Concertgebouworkest. De Letse dirigent is bezig aan een integrale cyclus van de vijftien symfonieën van de componist. Dat Nelsons met zijn eigen orkest in Boston óók aan zo’n cyclus is begonnen doet een beetje af aan de glans. Maar het blijft een interessante combinatie. De schrille, sardonische klankwereld van Sjostakovitsj is het orkest niet op het verfijnde lijf geschreven.

De vijfde symfonie van Sjostakovitsj door Andris Nelsons.

Sjostakovitsj componeerde zijn Elfde symfonie (1957) ter nagedachtenis aan de revolutie van 1905. Op 9 januari dat jaar werden vreedzame demonstranten afgeslacht door de tsaristische garde, dat hoor je terug in de akelig directe, programmatische muziek. De lange statische opening dreigde even te sterven in schoonheid. Dat bleek berekening, en de rafelloze kalmte maakte dat de klap vervolgens des te harder aankwam. Nelsons zweepte zijn troepen gedecideerd op in een diabolische dans die ver voorbij het betamelijke ging: keihard, vuig, militaristisch, haast ondraaglijk. Hij verhulde niet dat de notenslierten knarsend en tetterend nergens heen gaan. Deze muziek, leek Nelsons te willen zeggen, staat nog maar met één been in het domein van de esthetica.

Het effect was huiveringwekkend. De grootste impact hadden de overgang van daverend slagwerk naar fluisterende violen en celesta in het tweede deel, en de althobosolo na de gewelddadige climax in het slot. Je zou bijna vergeten dat Yefim Bronfman voor de pauze fantastisch soleerde in Prokofjevs Tweede pianoconcert.

    • Joep Stapel