‘Haal aanpak bevingsschade Groningen weg bij NAM’

Rapport Onderzoeksraad voor Veiligheid

Een advies uit 2015 over gasbevingen is op ‘cruciale’ punten niet gevolgd. En er moet één organisatie komen om alle problemen aan te pakken.

Te fragmentarisch, bureaucratisch en juridisch. Zo typeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid de aanpak van de gasbevingsproblemen in Groningen.

De tot nu toe getroffen maatregelen, schrijft de raad, „doen geen recht aan de stapeling van problemen waarvoor de Groningers zich gesteld zien”. De overheid moet zelf de bevingsschade gaan afhandelen en dat niet langer overlaten aan gaswinner NAM, joint venture van Shell en ExxonMobil. Het is tijd voor „één integrale organisatie die verantwoordelijk” is voor én de bevingsproblemen én de sociaal-economische problemen én de krimp „op een niveau dat alle betrokken partijen ontstijgt”.

Ook moet er in de ogen van de Onderzoeksraad meer duidelijkheid komen over de versterkingsoperatie in het gebied. Terwijl minister Kamp (Economische Zaken, VVD) al in 2015 steviger huizen in het vooruitzicht stelde, is de versterking nog altijd niet van de grond gekomen. „De overheid dient realistische verwachtingen te creëren over de kansen en de beperkingen die de versterkingsoperatie biedt.”

De raad zocht de afgelopen maanden uit wat er gebeurd is met de aanbevelingen uit 2015. Toen velde de Onderzoeksraad voor Veiligheid een vernietigend oordeel over de gaswinning: veiligheid van de bewoners was meer dan vijftig jaar genegeerd. Alle bij de gaswinning betrokken partijen „achtten het veiligheidsrisico verwaarloosbaar”. Gevolg: aardbevingen, schade, onzekerheid. En, belangrijk, een geschonden vertrouwen van de bewoners.

Nu is de conclusie opnieuw hard: op „cruciale” punten schiet de aanpak tekort. Het ‘gasgebouw’ dat fundamenteel op de schop moest, is niet „gewijzigd in structuur”. Nog steeds beslist een „gesloten bolwerk” – van het ministerie van Economische Zaken, NAM, Shell, ExxonMobil, gasverkoper GasTerra en staatsdeelneming EBN – over de gaswinning. Winst bleef het uitgangspunt en de veiligheidsbelangen van de Groningers zijn nog niet gewaarborgd.

Het schaalniveau waarop de problemen nu worden aangepakt, schrijft de raad, is „niet in lijn met de omvang, urgentie en complexiteit van de problemen in Groningen”.

Een advies dat wel werd opgevolgd gaat over het Staatstoezicht op de Mijnen. Deze toezichthouder opereert nu onafhankelijker van het ministerie van EZ en dat staat ook zo in de wet. De gedupeerde gemeenten en provincie onderschrijven dat, aldus de raad.