Judoka Juul Franssen blijft in gevecht met de bond

Rechtszaak

Van de rechter krijgen judoka Juul Franssen en de bond nog twee weken om het eens te worden over verplicht centraal trainen. Maar of dat lukt?

Judoka Juul Franssen (witte pak) in actie tijdens de WK van 2015 in Astana. Foto Soenar Chamid

Juul Franssen had speciaal voor haar kort geding tegen de judobond een rood truitje aangetrokken. Om strijdvaardig over te komen. En strijdvaardig was de judoka woensdag tijdens de zitting in de rechtbank in Utrecht. Het effect van het rode truitje laat nog veertien dagen op zich wachten, tenzij een hernieuwd gesprek van Franssen met de judobond tot deëscalatie leidt.

De judoka en Henry Bonnes, directeur Topsport van Judo Bond Nederland (JBN), lieten zich met merkbare tegenzin door rechter Hans Zuurmond weer naar de onderhandelingstafel leiden. Na beide verhalen te hebben aangehoord zag hij nog wel aanknopingspunten voor een vergelijk. Zuurmond zei het jammer te vinden als zelfs de kleinste opening onbenut zou blijven. Maar Franssen en Bonnen hadden de uren daarvoor hun opvattingen over de betwiste schorsing van Franssen nog eens stevig in beton gegoten. Blijven de partijen standvastig, dan volgt op 12 april het vonnis.

Waar moeten we het nog over hebben, zag je zowel Franssen als Bonnes denken. Beider advocaten – Wil van Megen namens de judoka en André Brantjes namens JBN – hadden de uren daarvoor hun stellingen stevig betrokken. Franssen wil niet onder de voorwaarden van de bond centraal gaan trainen op nationaal sportcentrum Papendal en JBN wil het individuele belang van een judoka niet boven het collectieve belang stellen.

Lees ook ons interview met Juul Franssen: Eetbuien, janken, flippen. En dan goud.

Grootste slachtoffer

Van die onwrikbaarheid is Franssen het grootste slachtoffer. De judoka in de klasse tot 63 kilo wil de olympische route naar de Spelen van 2020 in Tokio vanuit haar trainingsbasis in Rotterdam afleggen. De bond verordonneert alle judoka’s met olympische ambitie fulltime naar Papendal te verhuizen om daar in gezamenlijkheid de mars naar medailles af te leggen. Want daar schort het sinds de Olympische Spelen van 2012 in Londen aan, heeft de bond geanalyseerd. Tweemaal brons was wel erg mager. Die neergaande lijn, bevestigd met eenmaal brons op de laatste Spelen in Rio de Janeiro, moet gestopt worden. Waarbij zij opgemerkt dat de bond onder druk is gezet door sportkoepel NOC*NSF als belangrijkste contribuant van het topsportprogramma met 1,5 miljoen euro per jaar.

Franssen ziet het voordeel van centralisatie voor beginnende judoka’s, maar niet voor zichzelf als 27-jarige routinier. Zij heeft jaren terug haar geboortegrond in Limburg verlaten en in Rotterdam een ideale judosituatie gecreëerd. Die wil zij niet opgeven. Franssen is bereid om tweemaal per week naar Papendal te reizen, maar daar gaat de bond niet mee akkoord. Daarnaast studeert ze in Rotterdam en zou een verandering van school haar studieschuld doen oplopen tot 37.500 euro. En ze heeft al een financieel probleem nu haar de A-status is afgenomen en daarmee haar vaste inkomen is komen te vervallen.

Geëmigreerde judoka’s

Pijnpuntje voor Franssen is ook dat Kim Polling en Noël van ’t End, twee vanwege de liefde geëmigreerde judoka’s, wel van het bondsprogramma deel blijven uitmaken. Zij zouden vanaf 1 september ook verplicht naar Papendal moeten. Of dat ook gebeurt hield Bonnes in het midden. „Zij blijven onder regie van de bond trainen”, is het enige dat hij daarover kwijt wil. Franssen heeft haar twijfels. „Polling emigreert per 1 april. Je denkt toch niet voor die paar maanden?”

    • Henk Stouwdam