In deze eeuwenoude kamer onderhandelen de partijen

Formatie

De onderhandelaars zitten in de mooiste kamer van het Binnenhof: de Stadhouderskamer.

Foto's David van Dam

De deur van Binnenhof 2, met zijn groen uitgeslagen koperen lantaarns, zal de komende weken – zo niet maanden – een bekende worden. Camera’s zullen op die deur gericht zijn, op de ramen er net boven die voor de gelegenheid deels zijn afgeplakt. Zodat nieuwsgierigen niet iedere beweging binnen kunnen volgen. Want daar vinden de coalitieonderhandelingen plaats.

In, zo zeggen Binnenhofkenners, de mooiste kamer van het complex: de Stadhouderskamer. Het is het meest oorspronkelijke vertrek in het oudste gedeelte van het Haagse hof. Een voorkamer, géén achterkamer. En op wat kleine aanpassingen na – licht, verwarming en nieuwe stoelen – ziet hij er nog precies zo uit als toen stadhouder Willem V er in 1790 zijn werk- en ontvangstkamer had.

Tegenover de ramen hangen twee wandtapijten waarop de godin van de lente (Ceres) en de god van de herfst (Vertumnus) staan afgebeeld. Op het plafond en de wanden, beschilderd door de Belgische kunstenaar Antoine Plateau, staan mythologische tafereeltjes, guirlandes, eekhoorns, ooievaars. De decoratie is geïnspireerd door de onder vulkaanas bedolven stad Pompeï, die decennia eerder was opgegraven.

De „allure” van de kamer doet iets met een politicus, zegt oud-premier Dries van Agt (CDA, 1977-1982). Voor de nieuwbouw van de Tweede Kamer in 1992 werd de Stadhouderskamer gebruikt door bewindslieden voor en na hun optreden in het parlement. „De geest werd altijd vitaler” als hij de Stadhouderskamer betrad, vertelt Van Agt.

Foto David van Dam
Foto: David van Dam
Foto: David van Dam

Als voorbeeld noemt hij het kernwapendebat van 19 december 1979 over de steun die was gegeven aan een NAVO-besluit om kruisraketten te plaatsen, weliswaar met een Nederlands voorbehoud, maar in weerwil van de publieke opinie.

Vooraf in de Stadhouderskamer „werd ik van top tot teen, van kruis tot kruin, vervuld van het idee dat Nederland een grote natie is geweest”, vertelt Van Agt. „Uit die tijd dateert de kamer. Ik wist: de komende uren kan Nederland een groot land blijven dan wel zou het in een vlaag van morele hoogmoed het besluit verwerpen.”

VVD’er Hans Wiegel noemt dezelfde nacht als eerste herinnering aan de Stadhouderskamer. Hij was toen vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken. „Toen de minister-president het woord voerde, zaten wij ministers in die Stadhouderskamer. Hij werd binnengehaald als een speler die een homerun had geslagen.”

Wiegel spreekt van „een prachtige kamer”. Maar „formatieonderhandelingen deden wij niet daar, maar in de Eerste Kamer.” Maar toen in 2012 niet de koning, maar de Tweede Kamer voortaan het voortouw nam bij de formatie vonden Tweede Kamerleden het niet gepaste om in ‘andermans’ gebouw te onderhandelen. Bijpassend voordeel: de Stadhouderskamer heeft een eigen opgang en is afgescheiden van de rest van het Binnenhof, en dus nieuwsgierigen.

Volg de laatste ontwikkelingen in ons Formatieblog

Wiegel herinnert zich zijn eigen coalitiebesprekingen met Van Agt en informateur Wim van der Grinten in 1977. „Als de sfeer goed is, helpt een mooie ruimte”, zegt hij. En helemaal „bij lange gesprekken”.

Van Agt twijfelt. Zullen „de schoonheid en inspiratie” van de Stadhouderskamer „wel aan de luitjes van nu zijn besteed?”

    • Titia Ketelaar