Opinie

Digitalisering hoger onderwijs als cynische bezuinigingsstrategie

Behoud de fysieke leeromgeving, betoogt studentenvoorzitter .

Foto ANP / Bas Czerwinski

Wat is de houdbaarheid van ons fysieke onderwijsstelsel, vroegen hoogleraar Jan Anthonie Bruijn en wetenschapsjournalist Sicco de Knecht zich op de opiniepagina van NRC af. Ze schetsen een beeld van de universiteit van morgen: niet een complex van collegezalen, maar een gids die studenten wegwijs maakt in het wereldwijde aanbod van digitale cursussen. Vooruitlopend op die toekomstvisie, stellen ze alles waar ons onderwijsbestel op gestoeld is (regelgeving, diploma, graad, etc.) ter discussie. Van de bestaande structuren mag eigenlijk niets meer overblijven.

Hun opstelling lijkt flexibel en modern, maar in wezen is het een cynisch strategie om de geest rijp te maken voor gigantische onderwijsbezuinigingen. Als VVD-senator leidde Bruijn de commissie die het verkiezingsprogramma van zijn partij samenstelt. Daarin wordt, om maar wat te noemen, een bezuiniging van honderd miljoen euro op kunstonderwijs bepleit en belastinggeld gereserveerd voor onderzoek door commerciële partijen (dus onttrokken aan het eigenlijke onderwijsproces).

Verderop in hun stuk breken ze een lans voor een systeem van vouchers en leerrechten, zodat de student zelf losse cursussen kan inkopen. Een soort persoonsgebonden onderwijsbudget dat universiteit en hogeschool overslaat. Hier komt de aap uit de mouw: het beantwoordt aan de lobby van grote bedrijven. De werkgever kan dan lekker bepalen waar je de voucher aan moet besteden. Van de universiteit of hogeschool als autonome organisatie blijft weinig meer over. Marktwerking in de overdrive! Daar wilden we toch juist zo graag een rem op in deze sector?

In de visie van De Knecht en Bruijn wordt de student dus aan zijn lot overgelaten. De waarde van een instituut waar je leert samenwerken wordt zo opgeofferd aan een neoliberaal idee. Trap daar niet in.