De verschrikkelijke foto’s van Raffy Lerma

‘Ga weg uit mijn stad als je je bezighoudt met drugs of andere criminaliteit”, stelt de Filipijnse president Rodrigo Duterte. „Wie niet vertrekt, vermoord ik.” Het is het begin van een korte documentaire van The New York Times. De makers volgen persfotograaf Raffy Lerma, die op eigen verzoek nachtdiensten draait om standrechtelijke executies in Manilla vast te leggen. Lerma’s bekendste foto is een tafereel van een huilende vrouw die haar zojuist doodgeschoten man in de armen houdt. Het beeld groeide uit tot symbool van de slachtpartijen die Duterte onder vermeende drugsgebruikers en dealers liet aanrichten. Lerma hoopte dat de foto iets zou veranderen. Tevergeefs, zo blijkt uit de documentaire. Het moorden gaat gewoon door. En Lerma legt het vast.

Hij wil slachtoffers een gezicht geven. Lerma zoekt daartoe naar „sterke beelden”, foto’s die niet alleen informeren, maar ook ontroeren. Overdag gaat hij langs bij begrafenissen, waar hij rouwende nabestaanden fotografeert. Jonge weduwen, huilende moeders, kinderen die hun vader hebben verloren.

De zijpaden die de filmmakers inslaan roepen vooral vragen op die niet worden beantwoord. Een paramilitair die met een doek voor zijn gezicht verklaart „twee of drie dagen geleden” nog iemand te hebben vermoord, de voorzitter van een mensenrechtencommissie die vreest dat de toorn van de president zich ook tegen zijn organisatie zal richten: het zijn indrukwekkende scènes, maar ze duren nauwelijks dertig seconden en ze leiden af van waar het om gaat: fotograaf Lerma en zijn schitterende, verschrikkelijke foto’s.

    • Daan Kool