De lobbyist die nu pas de telefoon pakt, is veel te laat

Meepraten

De kabinetsformatie is een traditioneel drukke tijd voor lobbygroepen. Steeds vaker kiezen ze de ‘buitenroute’, via de media.

D66-leider Alexander Pechtold en VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer een aantal jaren terug op de traditionele Binnenhof-barbecue. Foto ANP / Bart Maat

Opeens slaan alle grote organisaties in Nederland alarm. Basisschooldocenten eisen een hoger loon. De Woonbond zegt dat het nieuwe kabinet de huren moet verlagen. En de Algemene Rekenkamer zegt dat er op hen écht niet meer bezuinigd kan worden. Woensdagavond deed ook de artsenfederatie een oproep: voer de voorgestelde voltooidlevenwet niet in.

Iedereen wil invloed uitoefenen nu er aan de formatietafel geprobeerd wordt om een nieuw kabinet te vormen. Maar werkt het ook om op deze manier je wensen publiek te maken?

Ja, zegt Peter van Keulen, eigenaar van het Haagse lobbykantoor Public Matters. Maar niet als dat het enige is wat je doet. „Zo’n oproep moet onderdeel zijn van een grotere campagne die je voor én achter de schermen voert. En er moet een brede maatschappelijke beweging achter je oproep staan. Naar een branchevereniging met twee leden wordt niet geluisterd.”

Het échte lobbywerk voor de formatie is al eerder begonnen. Lobbyisten kennen bijvoorbeeld allemaal de ‘Studiegroep Begrotingsruimte’. Die groep, bestaande uit topambtenaren van verschillende departementen, bracht al vorig jaar zomer een advies uit met prioriteiten voor het nieuwe kabinet. Dat heeft invloed. Zo werden in 2012 „latere pensionering en minder arbeidsongeschiktheid” genoemd als belangrijke onderwerpen. Wat spraken de coalitiepartijen VVD en PvdA af? De AOW-leeftijd ging omhoog en de regels voor arbeidsongeschiktheid werden strenger.

De topambtenaren die dat advies schrijven moet een lobbyist dus kennen. Want je maakt een goede start als jouw ideeën in dat advies staan. En ook andersom: dingen die je niet wilt, moeten juist níét in dat advies staan.

Ook nu, tijdens de formatie, zijn ambtenaren belangrijk. De politici die aan de onderhandelingstafel zitten, krijgen vanuit ministeries te horen of hun ideeën betaalbaar en juridisch haalbaar zijn. „Die ambtenaren kennen, daar begint het mee”, zegt Van Keulen. Volgens hem is het vooral goed als je hen gewoon af en toe kunt bellen zodat jij weet waar ze mee bezig zijn. En zodat zij weten wat jouw organisatie of bedrijf belangrijk vindt. Dat moeten wel langdurige relaties zijn, zegt Van Keulen. „Als je hen nu pas gaat bellen – omdat ze er nu toe doen – ben je te laat.”

Deze traditionele manier van lobbyen blijft belangrijk, zegt ook Arco Timmermans, bijzonder hoogleraar public affairs aan de Universiteit Leiden. Hij noemt dat „de binnenroute”: onzichtbaar voor het grote publiek.

Maar hij ziet de „buitenroute” – aandacht in de media – steeds belangrijker worden. Vroeger gebruikten vooral kleinere organisaties de media om hun politieke wensen te vertellen, puur omdat zij minder geld hebben voor lobbyisten. „Maar de laatste tijd zie ik ook grote organisaties die buitenroute nemen.”

Symbolische waarde

Hij denkt dat dat komt doordat politici en ambtenaren tegenwoordig meer bezig zijn met het winnen van maatschappelijk draagvlak voor hun ideeën. „Die media-aandacht kan helpen om een gevoel van urgentie te creëren bij politici. Scholieren die jaren geleden op het Malieveld protesteerden tegen de 1040-urennorm betekenden op zichzelf nog niet zoveel. Zo’n protest wordt belangrijker als het die avond in NRC staat en de minister zich aan tafel bij Nieuwsuur moet verantwoorden.”

Net als Timmermans merkt lobbyist Van Keulen dat er tijdens deze formatie meer wensenlijstjes in de media komen. Die organisaties doen dat niet alleen om gehoord te worden door politici, zegt hij. „Het is ook heel belangrijk voor je eigen achterban. Daarmee laat je zien: kijk eens wat we voor je doen.” De oproepen hebben dus ook een „symbolische waarde”, zegt hij. „Maar ze zijn zeker niet onbelangrijk, want die achterban is je bestaansrecht.”

    • Christiaan Pelgrim