Recensie

De achteloze verwoesting van het woud

Veertien jaar na haar laatste boek komt deze Amerikaanse schrijfster met een monumentale roman: een eeuwen omvattend epos over een familie van gretige natuurverwoesters.

Houttransport bji het Canadese dorp Alert Bay, Cormorant Island, British Columbia Foto Macduff Everton/Getty Images

Ruim drie eeuwen, vier werelddelen, bijna achthonderd pagina’s en, vooral, honderden personages. En toch zijn bomen de ware hoofdpersonen in dit monumentale nieuwe boek van Annie Proulx (helaas ontbreken stambomen, terwijl die erg nuttig zouden zijn geweest). Het verschijnt veertien jaar na haar vorige roman en het zal, als we haar mogen geloven, ook haar laatste zijn. Het boek is, eerst en vooral, een waarschuwing die misschien al te laat komt, voor een klimaatramp die de mens over zichzelf heeft afgeroepen door met grootschalige houtkap eco-systemen te vernietigen.

Om te laten zien hoe het ook anders had kunnen lopen begint ze haar relaas met twee eind-zeventiende-eeuwse personages, aan de hand van wier familielijnen de verschillende visies op het omgaan met de natuur worden geïllustreerd. Deze twee verpauperde Franse jongemannen belanden in Nieuw Frankrijk, het huidige Canada. Na drie jaar lijfeigenschap in dienst van monsieur Trépagny hebben ze elk recht op hun eigen stuk grond in de kolonie. Charles Duquet ziet al snel de letterlijk grenzeloze rijkdom die het omhakken van de enorme wouden kan opleveren en doet dat met tomeloze inzet. Hij verandert zijn naam in Duke en zijn nazaten zetten rücksichtslos de kaalslag voort.

Aan de andere kant is er de veel zachtaardiger René Sel, die door zijn baas wordt uitgehuwelijkt aan een inheemse vrouw, een Mi’kmaq, in wie hij zelf geen zin meer heeft. En zo wordt de andere verhaallijn ingezet, waarin eeuwenlang de Indiaanse levenswijze, taai maar voorspelbaar kansloos, wordt beschreven, met zijn tragische afwisseling van verzet en aanpassing, van blijvend geloof in de oude waarden en noodzakelijk meewerken aan de ontbossing – tot de ondergang ervan een feit is.

Gelauwerd auteur

Zo’n veelomvattend en ambitieus project, dat moet haast, zelfs in handen van een gelauwerd en productief auteur, in romanvorm problemen opleveren. En dat doet het ook in sommige opzichten, helaas.

Proulx (1935) neemt het dictum kill your darlings wel heel erg letterlijk in dit boek. Of het nu komt door vallende bomen, besmettelijke ziektes, vergiftiging, bevriezing, scalpering of andere oorzaken (de manier waarop monsieur Trépagny sterft is te gruwelijk om hier te herhalen), dikwijls maakt Proulx een einde aan het leven van een personage net op het moment dat de lezer hem of haar interessant begint te vinden.

Dat is natuurlijk onvermijdelijk: in een boek dat meer dan drie eeuwen en meer generaties beslaat gaan mensen nu eenmaal dood. En veel ook. Maar net als in Accordion Crimes (1996), een van haar vorige succesvolle romans, doet ze dat vaak heel achteloos en met weinig gevoel voor de roman-technische kanten van het boek. Wat had er niet een fascinerende, maar veel kortere, roman kunnen ontstaan als ze zich had geconcentreerd op James Duke, de kleinzoon van Charles Duquet (of is het nou zijn achterkleinzoon – nogmaals, stambomen zouden in dit bomengeweld heel nuttig zijn geweest); of, nog intrigerender, op Lavinia, de dochter uit diens huwelijk met de flamboyante Posey.

Lavinia duikt in de negentiende eeuw op en ontwikkelt zich, in wat een keiharde mannenwereld is, tot een nog genadelozer natuurverwoester dan haar voorgangers. Zij werkt zich binnen de Duke-dynastie op van taxateur tot hoofd van de directie van Duke & Sons en breidt haar zucht naar steeds meer verhandelbaar hout zelfs uit tot Nieuw Zeeland.

Een interessante twist in het verhaal lijkt zich te ontwikkelen als de whisky drinkende rouwdouwer Lavinia de Duitser Dieter Breitsprecher huwt, een bosbeheerder met veel meer aandacht voor duurzaamheid. Hij citeert nota bene de dichter Uhland: ‘De zoetste geneugten op aarde vindt men in bossen groen en diep.’ Maar ook hij is niet opgewassen tegen de ambities van zijn vrouw.

Vermakelijk

Het boek kent prachtige hoofdstukken, Proulx’ taal is op zijn mooist wanneer de natuur wordt beschreven en de gevolgen van de achteloze verwoesting daarvan. Ook de onderhandelingen in Amsterdamse koffiehuizen, met al even inhalige Hollandse kapiteins en handelaren, zijn herkenbaar en hier en daar vermakelijk. Maar in de passages waar de historische voortgang van het verhaal moet worden gerechtvaardigd – technische vooruitgang in de houtkap wordt minutieus uitgelegd net als de zakelijke onderhandelingen – is haar proza nogal vlak, routineus en vormt het ook een stijlbreuk met de rest van het boek en de teneur ervan. De research glinstert hier en daar opzichtig door het proza heen.

Proulx verdient bewondering voor haar lef om een zo breed opgezet epos te schrijven. Het boek is ook indrukwekkend als een (soms iets te expliciete) verontwaardigde aanklacht. Maar als roman kan het boek moeilijk geslaagd worden genoemd. Een nogal curieus slot in de tegenwoordige tijd, waarin mede door Sels nazaten minutieuze pogingen worden gedaan om de natuurlijke balans alsnog te herstellen, helpt daar ook niet aan mee.

    • Jan Donkers