Bij Frans links is onderlinge haat groter dan de wil om te winnen

Presidentsverkiezingen

Als de linkse kandidaten zouden samenwerken, zou links een goede kans maken. Maar ze willen vooral elkaar kapotmaken.

Campagneposter voor de linkse presidentskandidaat Benoît Hamon van de Socialistische Partij. Foto’s Michel Spingler, François Mori/AP

Als Jean-Luc Mélenchon zijn aanhang toespreekt, staat hij vaak middenin de zaal naast een glazen cocktailtafeltje met een rommelig stapeltje papieren waar hij niet naar kijkt. De uiterst linkse presidentskandidaat spreekt over mensen die zich doodwerken, over de verwoestende kracht van het internationale kapitalisme of over het terugdraaien van privatiseringen. „Résistance!”, scandeert de zaal dan. Verzet! Waarna hij vol vuur verdergaat over de heersende politieke klasse die er niets van begrepen heeft. „Dégagez!” reageert zijn aanhang vervolgens als op commando. Ophoepelen!

Zo gaat het ook in de ooit „rode” havenstad Le Havre. Jarenlang maakten de communisten hier de dienst uit. In de sportzaal waar Mélenchon spreekt is de plaatselijke afdeling van de Parti Communiste Français, die formeel zijn campagne steunt, woensdag prominent aanwezig. Hun nationale voorman, Pierre Laurent, heeft Mélenchon eerder op de dag opgeroepen in gesprek te gaan met die andere linkse kandidaat bij de Franse presidentsverkiezingen, Benoît Hamon, winnaar van de primaire bij de Parti Socialiste.

Video van de bijeenkomst woensdag van La France insoumise:

Hamon, die deze week ex-premier Manuel Valls naar de sociaal-liberale kandidaat Emmanuel Macron zag vertrekken, komt in de laatste peiling van Ifop niet verder dan 10 procent. Zijn campagne kent vooral tegenslagen. Mélenchon is met zijn beweging La France insoumise (opstandig Frankrijk) de PS virtueel gepasseerd en staat inmiddels op 14 procent van de stemmen. Afzonderlijk zouden ze met deze cijfers beiden de tweede stemronde niet halen. Samen misschien wel.

Bekijk ook onze In Beeld-serie van de Franse verkiezingen: Verkiezingen in Frankrijk

Nergens over onderhandelen

Vanaf zijn cocktailtafeltje in het midden van de evenementenhal maakt de immer nors ogende Mélenchon snel een eind aan de communistische hoop op linkse samenwerking. „Ik ga me niet verbinden aan welke afspraak dan ook”, buldert hij onder gejoel. „Dit zijn hun zaken, niet de mijne. Ik onderhandel nergens over, met niemand.” Niet voor niets weigerde hij met de primaire mee te doen. „We hebben gezien dat voorverkiezingen verschillen tussen kandidaten niet wegnemen.”

Mélenchon heeft gelijk, meent de 60-jarige ambtenaar Marie-Estelle Gaument, die met een rood kapje als dat van Marianne in de zaal zit.

„Hamon kan zich bij ons aansluiten als hij ons programma accepteert, maar andersom lijkt me de wereld op zijn kop.”

En als dat het eind van de PS zou betekenen? „Tant pis. Wij zijn er niet om de problemen van de PS op te lossen.”

De PS mag met Hamon in de gangbare analyses dan een ruk naar links hebben gemaakt, voor de aanhang van Mélenchon is de partij nog steeds „te sociaal-democratisch” en „te liberaal”. Volgens de 50-jarige Daniel Daniéli, die voor de gelegenheid een zwart shirt met rode hamer en sikkel heeft aangetrokken, heeft president François Hollande louter „maatregelen tegen de arbeiders genomen”. Hij is een „leugenaar” en Hamon is als oud-minister medeplichtig. Gaument: „Wist u dat Hamon zelfs voor steun aan bedrijven heeft gestemd?”

Lees ook deze eerdere analyse van correspondent Peter Vermaas over links in Frankrijk: Aan linkse kandidaten geen gebrek

Mélenchons campagne heeft de wind in de zeilen. In 2012 haalde hij voor wat toen nog het Front de Gauche heette (een knipoog naar het Front National van Le Pen) 11 procent van de stemmen. Door de déconfiture van de PS en een sterk optreden in het eerste tv-debat staat hij er nu nog beter voor. Hij is de ster van het internet met een populair eigen YouTube-kanaal en baarde begin februari opzien met een optreden op twee plaatsen tegelijk dankzij een hologram. Half maart kreeg hij in Parijs ruim 100.000 mensen op de been voor een mars voor de ‘Zesde Republiek’: een ingrijpende grondwetswijziging die de macht van de president moet terugbrengen.

Campagneposter van Jean-Luc Mélenchon, voor de beweging Opstandig Frankrijk. Foto AP

Die Zesde Republiek wil Hamon ook. En beiden willen keynesiaans meer geld uitgeven om de economie te stimuleren. Maar anderszins blijven er grote verschillen. Mélenchon, die volgens Hamon internationaal te veel begrip toont voor Poetin, wil dat Frankrijk unilateraal alle Europese verdragen opzegt die tot uitgavenbeperking leiden. Gaan andere lidstaten niet akkoord met nieuwe (minder liberale) afspraken, dan pleit hij voor ‘Plan B’: vertrek uit de EU, zoals ook Le Pen wil. Terwijl Hamon deze week op bezoek was bij Angela Merkel om zijn internationale statuur bij te vijlen, heeft Mélenchon de Frans-Duitse as als EU-motor al lang opgegeven. „Duitsland is opnieuw een gevaar”, schreef hij in 2015 in een virulent pamflet tegen de Duitse EU-dominantie.

De PS kapotmaken

Ooit was Mélenchon (65) senator namens de PS en korte tijd minister. Maar in 2008 stapte hij uit de partij, uit onvrede over de koers. Naar het Duitse voorbeeld van Die Linke begon hij zijn eigen Parti de Gauche. „Ik ben vertrokken omdat ik wist dat dit verhaal slecht zou aflopen”, zegt hij in Le Havre. „We zien de PS onder onze ogen uit elkaar barsten.” En dat is, meent politicoloog Gérard Grunberg, precies wat hij wil. „Mélenchon heeft sinds 2008 politiek vooral één doel: de PS kapotmaken.” Zou Hamon zich uiteindelijk terugtrekken, dan heeft hij dat doel bereikt. Grunberg: „Daarom is die linkse samenwerking praktisch uitgesloten.”

    • Peter Vermaas