Opinie

Negatief advies KNMG weegt zwaar, maar kent beperkte medische blik

Van het afwijzende KNMG-advies over een eventuele voltooidlevenwet kan in ieder geval worden opgemerkt dat die glashelder is. Het voorstel van het demissionaire kabinet om ‘stervenshulpverleners’ op te leiden voor burgers die in eigen regie willen overlijden kent te veel risico’s en nadelen. Ook holt het de euthanasiepraktijk uit.

Het onderscheid tussen zieke mensen en gezonde mensen met een doodswens is principieel onjuist en komt niet zo in de praktijk voor, vinden de artsen. Die ook bewust spreken van ‘lijden aan het leven’ en niet van het nuchtere ‘voltooid leven’.

Een veelzeggende nuance, waarachter twee denkwerelden schuilgaan. Die van de rationele, aan zelfbeschikking gewende burger die ook de laatste beslissing zelf wil nemen en daarbij op hulp rekent. Versus de professionele medisch hulpverlener die denkt in lijden, voorkomen, genezen en beschermen. Artsen komen er ook eerlijk voor uit dat ze de groep autonoom denkende gezonde burgers met voltooidlevengedachten als ‘zeer klein’ inschatten. Een oplossing op zoek naar een probleem dus, zo’n wet. De kwestie zou vrijwel opgelost zijn omdat onder de euthanasiewet ook niet-medische problemen gebracht kunnen worden. Mits de grondslag voor stervenshulp maar ‘medisch lijden’ blijft.

Voltooid leven als concept vinden artsen ‘te positief’. In werkelijkheid is het een ‘complexe en tragische’ problematiek, waar geen simpele oplossingen voor zouden zijn. Ook dat is betwistbaar. Wat je van de zelfgekozen dood ook vindt, het ís een oplossing en die kan ook simpel zijn. Ook artsen kennen nu al patiënten die hun eigen dood regisseerden.

Verder kan ‘voltooid leven’ als grondslag voor stervenshulp alle ouderen het onjuiste gevoel geven dat ze overbodig zijn. Dat bezwaar kan voluit onderschreven worden. Dat blijft ook een van de problematische en onopgeloste aspecten van dit aangekondigde wetsontwerp.

Het KNMG-advies landt midden in een kabinetsformatie die aan heikele onderwerpen bepaald geen gebrek heeft. Vermoedelijk draagt het bij aan, of veroorzaakt het een politieke patstelling. Inhoudelijk is het een serieus te nemen advies, dat ook veel waars bevat. Zeker over de hoogst onzekere wisselwerking tussen de zware procedure voor euthanasie bij uitzichtsloos en ondraaglijk lijden en de mogelijk veel lichtere toets voor stervenshulp bij ‘voltooid leven’. Maar het advies is ook beperkt door het eenzijdige accent op ‘lijden’. Voltooid leven als weloverwogen, duurzame en toetsbare conclusie bestaat heus. En de burgers die nuchter, juist niet tragisch maar simpel, met het leven klaar zijn ook.