Profiel

Van gewone Rotterdamse jongen tot jihadstrijder

Terroristen

Twee wetenschappers schreven een boek met portretten van Nederlandse Syrië-strijders. Gewone jongens vaak, die van het ene in het andere rolden. Zoals Thijs B., die verliefd werd en zich bekeerde. Daarna radicaliseerde hij.

Sympathisanten van Islamitische Staat demonstreren in de Haagse Schilderswijk, een kleine drie jaar geleden. Enkele aanwezigen zijn later naar Syrië gegaan. Foto ANP

‘Hé, lullo”, klinkt het door de telefoon. Het is januari 2013. De vader van Thijs B. herkent de humor van zijn zoon meteen. Ze maakten vroeger grappen over de sketch uit Jiskefet. Thijs blijkt te bellen vanuit Syrië. Hij is vertrokken uit Nederland, geëmigreerd, vertelt hij zijn vader. Die kent het verschijnsel. Zelf reisde hij ooit vanuit Zwitserland een geliefde achterna richting Nederland.

Thijs (1987) en ongeveer 280 andere Nederlanders verdwenen sinds 2013 plotsklaps naar Syrië en Irak. Uitreizigers heten ze sindsdien, Syrië-strijders. Of gewoonweg: terroristen. In Nederland waren het nog gewone jongens, met herkenbare Hollandse humor, schrijven terrorismedeskundigen Edwin Bakker en Peter Grol, in hun deze woensdag verschenen boek Nederlandse jihadisten, Van naïeve idealisten tot geharde terroristen. Het bevat portretten van uitreizigers zoals Thijs, die carrière maakte als strijder en grensbewaker in de gelederen van Islamitische Staat.

Niet dat het veel Nederlanders iets interesseert. Nieuws over wat Syrië-gangers ginds uitspoken, ebt hier in Nederland meestal snel weg, zegt Bakker, hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de universiteit van Leiden. „Ten onrechte! Neem die Nederlandse jongen die een zelfmoordaanslag in Bagdad uitvoerde, met 23 doden tot gevolg. Dat is toch enorm?” Nederland is een „egocentrisch land”, vindt Bakker. „We vinden alles best zolang die jongens maar daar blijven.”

Maar ja, het zijn nu eenmaal gewone jongens met, in elk geval tot 2013, gewone levens, vult medeauteur Peter Grol aan. „Wat ons tijdens het onderzoek frappeerde”, zegt hij, „was vooral dat ze van het ene in het andere rolden, met vrienden, meisjes, heel banaal eigenlijk. Dan kunnen veel mensen moeilijk bevatten wat daar in Syrië of Irak gebeurt.”

Bakker knikt: „Maar als je je in hun levensloop verdiept, snap je het wel. Sterker nog: je snapt het meer dan je ooit bereid was om het te snappen.”

Lees ook ons verslag van een reis door Syrië: Leven onder Bashar al-Assad

Een strenge bekeerling

Thijs brengt zijn jeugd door tussen „kakkers” met rode broeken en gespschoenen, schrijven de auteurs. Hij woonde met zijn vader, inmiddels gescheiden, in een bovenwoning in de Rotterdamse wijk Kralingen. Thijs rondt met gemak zijn vmbo af, en begint aan een vervolgopleiding. Hij ontmoet een Marokkaans-Nederlands meisje en wordt stapelverliefd. Trouwen kan alleen als Thijs zich bekeert tot de islam, al is het meisje geen fanatieke gelovige. Thijs bekeert zich. Dat levert ongemakkelijke taferelen op met ouders en schoonouders. Toch accepteert Thijs’ vader zijn keuze en zoekt een woning voor de twee.

Thijs ontmoet medemoslims in de Vodafone-winkel in Kralingen en de Marokkaanse moskee in Rotterdam-Noord. Die vinden de bekeerling te streng. Zelf dansen ze graag met meisjes, roken, drinken wel eens alcohol. Thijs niet. De jongen houdt ervan in de boeken te zitten. Hij leert snel Arabisch. Ook voert hij pittige discussies over het onrecht dat moslims in het Midden-Oosten wordt aangedaan. Verder maakt hij ruzie met zijn jonge bruid die hij niet islamitisch genoeg vindt. Een jaar na hun huwelijk scheiden ze al weer.

Op school gaat het ook mis. De instelling weigert het rooster voor Thijs om te gooien zodat hij naar de moskee kan. Thijs verlaat de school en verhuist in 2010 naar Schiedam. Hij hertrouwt met een moslima uit Delft. De bruiloft wordt bijgewoond door tientallen orthodoxe moslims in Arabische kledij. Thijs laat een baard groeien en draagt broeken tot boven de enkels – salafistische dracht.

Thijs brengt zijn jeugd door tussen „kakkers” met rode broeken en gespschoenen

Hij voelt zich thuis in de salafistische scene en raakt onder de indruk van de radicale geestelijke Fouad Belkacem. Deze leider van Sharia4Belgium, een jihadistisch netwerk in België, zou later worden veroordeeld tot twaalf jaar cel, onder meer om het aanzetten tot haat tegen niet-moslims. Als Belkacem in 2010 de salafistische stichting in Rotterdam bezoekt, wordt hem de deur gewezen. De Rotterdamse politie wordt gebeld. Een goede reactie, vinden Bakker en Grol. Ze zijn allebei gekant tegen het verbieden van salafistische organisaties. „Je hebt veel meer aan een goede vertrouwensband tussen zulke stichtingen en de gemeente”, zegt Grol.

Thijs trekt steeds vaker op met moslims uit Schiedam, Zoetermeer en Delft. Hij komt terecht in het netwerk van Soufiane Z., spil in een netwerk rond de orthodox-islamistische website De Waarheid. Ze lopen in Delft rond in truien met teksten als ‘Soldier of Allah’. Rechercheurs houden Thijs in de gaten.

Moskeebestuurders, bijvoorbeeld die van de Zoetermeerse Al Qibla, moeten niets van het clubje hebben, en sturen hen weg. De vrienden hebben genoeg aan hun eigen organisatie. Ze vinden dat de moskeeën slappe thee schenken, verkondigen hun eigen geloofswaarheden, ageren tegen de democratie. Bij verkiezingen gaan ze de straat in Delft op en overhandigen voorbijgangers flyers met de oproep om niet te gaan stemmen.

Gelukkige jaren bij IS

Er zit meer hiërarchie en samenhang in de groep van Soufiane en Thijs dan inlichtingendienst AIVD dacht, stellen Bakker en Grol. De geheime dienst sprak in juni 2014 over „de zwermdynamiek van jihadistische jongeren in Nederland” die vooral door sociale media werd gestuurd. Grol: „Er was zeker zelfsturing, zoals de AIVD beschrijft. Daarnaast was er echter meer hiërarchie dan de AIVD dacht. Charismatische spilfiguren als Soufiane en Thijs hebben een belangrijke rol gespeeld bij de coördinatie en organisatie van de uitreis van velen.”

Niet dat de twee onderzoekers de AIVD iets verwijten. Grol: „Het ontbrak de dienst in 2014 en 2015 domweg aan mensen en middelen. Het is – mede daardoor – de vraag of de AIVD überhaupt op de hoogte was van de reisplannen van veel Nederlandse jihadisten.”

Januari 2013 vertrekken de eerste jongeren naar het kalifaat. Thijs is erbij, met zijn vrouw. Hij wil opkomen voor zijn broeders. Kort na aankomst in Syrië wordt Thijs vader. „De eerste jihad-baby”, schrijft De Telegraaf. De geboorte markeert het begin van gelukkige jaren. Thijs krijgt militaire training en maakt indruk bij gevechten. IS laat zich door hem adviseren wie uit Nederland te vertrouwen is, en wie niet. Op sociale media verschijnt een filmpje met een lachende Thijs. Midden in een menigte kijkt hij toe bij de kruisiging en onthoofding van een Syrische soldaat.

Op Facebook steekt Thijs zijn Nederlandse paspoort in brand. Terugkeren? Hij nooit! In Nederland veroordeelt de rechter Thijs tot zes jaar gevangenisstraf wegens deelname aan een terroristische organisatie. De laatste tijd is er minder van Thijs vernomen. Wel belde hij af en toe zijn vader. „Hé lullo.”

Vier bekeerlingen: