Na ‘Vestia’ kwam de psychologische klap

Woningcorporaties

Het derivatenschandaal rond Vestia is vijf jaar geleden. Waar staan de corporatie en de sector nu? „We zijn er nog lang niet.”

Vestia wilde in de Haagse wijk Mariahoeve aanvankelijk slopen en nieuwbouw plannen. Na het debacle is gekozen voor een goedkopere oplossing: renovatie. Foto’s Vestia

Waar was ú op maandag 30 januari 2012? Het was de dag waarop de eerste krantenkoppen over de ‘Vestia-affaire’ verschenen. De grootste woningcorporatie van Nederland met ongeveer 80.000 woningen bleek overladen met giftige derivaten (renteverzekeringen). Door de lage rente tijdens de eurocrisis eisten banken acuut meer onderpand op. Vestia viel bijna om en dreigde andere corporaties die borg stonden in de val mee te sleuren. Met een schadepost van zo’n 2,5 miljard euro is het nog altijd een van de grootste financiële schandalen ter wereld.

De vraag waar ú was, kwam dinsdag voorbij tijdens de ‘verantwoordingsdag’ die Vestia organiseerde in het grand café Engels in Rotterdam – pal naast het hoofdkantoor. Zo’n 250 medewerkers, toezichthouders, bankiers, andere corporaties én huurders waren uitgenodigd. De vraag was: waar staan Vestia en de sociale huisvesting vijf jaar na dato?

Strafzaak

De strafzaak tegen de twee hoofdverdachten, Vestia’s oud-kasbeheerder Marcel de V. en tussenpersoon Arjan G. van het bureautje Fifa Finance, gaat dit jaar verder. Ze verdienden ieder heimelijk 10 miljoen euro provisie van banken voor het afsluiten van de derivaten. Vestia procedeert zelf nog civiel tegen Marcel de V. die alle schuld blijft ontkennen. Met Arjan G. wil Vestia gaan schikken, omdat hij zichzelf aangaf en de zaak aan het rollen heeft gebracht.

Vestia heeft al voor 4,8 miljoen euro geschikt met de falende oud-commissarissen en met oud-bestuurder Erik Staal. De topman wist niets van de fraude, maar tekende wel alle risicovolle derivatencontracten. Het grootste deel van de schikking kwam uit een aansprakelijkheidsverzekering voor bestuurders die Vestia zelf had afgesloten. Staal heeft volgens bronnen zelf één miljoen euro betaald – en mocht zijn villa op Bonaire en zijn omstreden pensioenuitkering van 3,5 miljoen euro houden.

Tegen accountants KPMG en Deloitte, die door de tuchtrechter zijn berispt, lopen rechtszaken. De meeste banken zijn er vooralsnog mee weggekomen. ABN Amro heeft met Vestia geschikt voor 55 miljoen euro. Vestia heeft Credit Suisse juist 80 miljoen euro moeten betalen als achterstallig onderpand. Tegen Deutsche Bank heeft Vestia onlangs een claim van 830 miljoen euro ingediend – waarop de bank reageerde met een vergelijkbare tegenclaim.

Verscherpt toezicht

Het lijkt er niet op dat Vestia de 2,1 miljard euro waarvoor het de derivaten bij banken kon afkopen ooit nog geheel terugkrijgt. De andere corporaties, die samen 700 miljoen euro moesten bijdragen, zijn hun geld waarschijnlijk ook kwijt.

„Er is de laatste jaren hard gewerkt aan financieel herstel, maar we zijn er nog lang niet”, vatte Vestia’s nieuwe bestuurder Arjan Schakenbos samen. Vestia staat als ‘saneringscorporatie’ nog altijd onder verscherpt toezicht.

Om langlopende leningen uit het verleden af te lossen, heeft Vestia ten eerste 20.000 woningen verkocht aan onder meer de Duitse vastgoedbelegger Patrizia en het Britse Round Hill. Vestia wil nog eens 10.000 woningen verkopen om meer af te lossen, maar dat heeft nu weinig zin. Omdat de rente historisch laag is, en er tegen hogere rentes is geleend, zou Vestia bij vervroegde aflossing hoge ‘boeterentes’ moeten betalen.

Hoe zit de Vestia-affaire ook al weer in elkaar? Lees ook dit vragenstuk over de zaak: Waarom Vestia schikt met oud-topman Erik Staal

Er zijn meer pijnlijke maatregelen genomen. Het aantal voltijdsbanen bij Vestia is teruggebracht van 1.150 naar 700 en het aantal vestigingen van 15 naar 4. Tussen 2012 en 2016 is voor 1,3 miljard euro aan geplande investeringen geschrapt.

Hebben huurders de rekening ook betaald? werd Schakenbos gevraagd. Hij aarzelde eerst, maar gaf later toe van wel. De afgelopen jaren heeft Vestia waar mogelijk steeds de maximale huurverhoging doorgevoerd. Terwijl het serviceniveau is verslechterd, volgens aanwezige huurders die zich tijdens de bijeenkomst inhielden.

De sector kreeg naar aanleiding van de Vestia-affaire eerst een parlementaire enquête (2013-2014) over zich heen. Minister Blok van Wonen (VVD) voerde in 2013 een nieuwe verhuurderheffing voor corporaties in, oplopend tot 2 miljard euro dit jaar. Twee jaar later volgde een strenge nieuwe Woningwet die corporaties beperkte tot hun kerntaak: het huisvesten van lagere inkomensgroepen.

De gevolgen van die maatregelen worden nu zichtbaar, zei hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer.

Om de verhuurderheffing te betalen zijn de huren – net als bij Vestia – fors verhoogd, tussen 2012 en 2016 met ruim 13 procent, volgens CBS-cijfers. De investeringen en de bouwproductie zijn sterk teruggelopen. Mensen met middeninkomens die net boven de sociale huurgrens zitten, kunnen moeilijk betaalbare woningen vinden. In achterstandswijken gaat de leefbaarheid achteruit en wordt de segregatie tussen bevolkingsgroepen sterker.

„Corporaties hebben na Vestia een psychologische klap gehad”, zei Ronald Paping, directeur van de Woonbond.

„Ze zijn enorm op de rem gaan staan. De sector staat op een kruispunt. Glijden we af naar een ‘restmodel’ met huisvesting voor alleen de armste en moeilijkste doelgroepen? Of zien we dat corporaties kunnen bijdragen aan oplossingen, zoals de wachtlijsten voor woningen, langer zelfstandig thuis wonen, verduurzaming en wijkverbetering?”

    • Eppo König