Met erfgoed en goudverf de mensen het museum in lokken

Nationale Museumweek

De Museumweek, 3 tot en met 9 april, is in de plaats gekomen van het Museumweekend. Daar gingen vooral mensen naar toe met een Museumkaart. En dat moest anders.

Tijdens de Nationale Museumweek selecteren musea een ‘pronkstuk’ uit hun collectie. Slot Loevestein kiest een 16de eeuwse tinnen pispot. Foto Marcel Hoppen

Voor de derde keer wordt volgende week de Nationale Museumweek gehouden, de opvolger van het Museumweekend (van 1982 tot en met 2014). Het Museumweekend trok in 2014 nog 1 miljoen bezoekers, van de Museumweek wordt niet bijgehouden hoeveel bezoekers zich melden. Nog een verschil: de toegang tot de musea is niet gratis.

Toch is de verandering van Museumweekend naar Museumweek doorgevoerd om een groter publiek te krijgen. Of preciezer: een diverser publiek. Het Museumweekend bleek vooral Museumkaarthouders te trekken, de Museumweek wil publiek bereiken dat anders niet naar een museum gaat – terwijl in hun stad of dorp misschien wel een klein of zelfs middelgroot museum staat. Nederland telt naar schatting 500 musea, zo’n 400 daarvan zijn aangesloten bij de Museumvereniging, organisator van de Museumweek.

Met die kleinere musea gaat het niet per se goed. De klinkende bezoekcijfers (30 miljoen museumbezoekers in Nederland in 2015, bijna 50 procent meer dan in 2011) zijn te danken aan de grotere musea, aan blockbusters en aan vaste bezoekers: 27 procent is Museumkaarthouder (en 27 procent komt uit het buitenland).

Kleine en middelgrote musea laten vaak de geschiedenis van stad of streek zien, veel ervan zijn in de negentiende eeuw ontstaan doordat particulieren hun verzamelingen schonken aan een lokale overheid: kunst en erfgoed. „Ons echte goud, dichterbij dan je denkt”, noemt de Museumvereniging dat, sinds in 2015 de Nationale Museumweek begon.

De trailer van de Museumweek.

De vereniging heeft dat letterlijk genomen: op verschillende plekken wordt een object uit een museum extreem vergroot, in goudverf gegoten en op een plein neergezet. Dat moet de aandacht trekken van al die mensen die anders niet naar het museum gaan, is het idee.

In 2015 werd een 8 centimeter lang, ivoren mesheft uit het Zeeuws Museum dat Eva met de appel uitbeeldt, opgeblazen tot een 14 meter hoog, tijdelijk beeld in het centrum van Middelburg. Dit jaar zal iets soortgelijks gebeuren in Dordrecht, Assen en Helmond.

Behalve publiek aantrekken dat het niet gewend is naar een museum te gaan, wil de Museumvereniging met de Museumweek ook draagvlak creëren voor de kleinere musea, die veelal worden gesubsidieerd door gemeenten. Met het oog daarop worden dit jaar op lokaal niveau politici uitgenodigd om een dag stage te lopen in een museum. Ook zijn er pop-upmusea in scholen.

In een vraaggesprek met NRC naar aanleiding van de slechte cijfers voor kleine en middelgrote musea, zei directeur Siebe Weide van de Museumvereniging eerder dat gemeenten misschien meer kunnen doen voor hun musea: „De entourage van het museum verbeteren. Of het parkeerbeleid. Het vrijwilligersbeleid.” Volgend jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Bedoeling is dat musea de programmavorming van het nieuwe college in hun gemeente proberen te beïnvloeden.

Inl: nationalemuseumweek.nl

    • Gretha Pama