Marine Le Pen houdt wél van de pers

Mediastrategie

Net als Wilders en Trump scheldt Marine Le Pen wel op journalisten. Maar vaker behandelt ze de pers met een fluwelen handschoen.

Marine Le Pen, presidentskandidaat voor het Front National, praat met de pers na een bijeenkomst in Parijs, eind januari. Foto Yann Korbi

Journalisten die de Franse politiek volgen, weten in deze onvoorspelbare verkiezingstijd nooit precies hoe hun werkdag verloopt. Maar ze hebben één zekerheid: dagelijks ontvangen ze gemiddeld vijf mailtjes van Alain Vizier, de mediachef van Marine Le Pen.

Deze voor het grote publiek onbekende éminence grise van het Front National (FN) verstuurt de officiële persberichten, de publieke agenda’s van partijkopstukken en laat nauwgezet weten wie wanneer op de tv of de radio is. Dat deed hij dertig jaar geleden al voor partij-oprichter Jean-Marie Le Pen en dat doet hij nu voor dochter Marine. Zeven dagen per week lopen de berichten binnen, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.

Vizier kent vrijwel alle journalisten bij naam. De uitgekiende mediastrategie van het FN is zijn werk. Terwijl Le Pens bondgenoot Geert Wilders rond de Nederlandse verkiezingen vrijwel geen interviews gaf en Donald Trump in de VS journalisten tijdens bijeenkomsten liet uitjoelen, behandelt het FN de pers doorgaans met fluwelen handschoen.

Op enkele uitzonderingen na. De zonder al te veel terughoudendheid tegen het FN campagne voerende onderzoekssite Mediapart en tv-programma Quotidien worden vaak geweerd. Toen een verslaggever van Quotidien laatst onwelgevallige vragen wilde stellen over fraude met EU-geld, werd hij door de ordedienst hardhandig verwijderd. Het filmpje ging de wereld rond. Maar alle andere journalisten zijn altijd welkom. En ze krijgen bij persconferenties vaak nog te eten en te drinken ook.

Niet weg te slaan

Marine Le Pen en haar naaste adjudanten zijn ondertussen niet uit de Franse media weg te slaan. Dinsdag was Le Pen nog te gast voor het Entretien politique, een politieke interview na het Achtuurjournaal van publieke zender France 2. Op de 24-uurs nieuwszenders becommentariëren haar naaste adviseurs Florian Philippot (Europarlementariër) en David Rachline (senator) soms meerdere keren per dag de actuele politieke ontwikkelingen. Journalisten, ook buitenlandse, kunnen de FN-voorhoede en kandidaten in de provincie altijd op mobiele nummers bereiken. Nemen ze niet direct op, dan bellen ze vrijwel altijd terug.

Deze tactiek is zo oud als de partij zelf, zegt politicoloog Jean-Yves Camus die het FN al jaren volgt. „Al in de jaren tachtig onder Jean-Marie Le Pen was het streven zoveel mogelijk interviews en media-aandacht binnen te slepen. Het Front heeft altijd een massapartij willen zijn, maar heeft minder financiële middelen dan de andere grote partijen. Dan is gratis mediatijd onontbeerlijk.”

Die ruime aandacht heeft ook te maken met specifieke regels van het Franse commissariaat voor de media. Dat houdt permanent bij hoeveel spreektijd partijen krijgen en tikt media op de vingers als sommige partijen minder aan bod komen dan hun gewicht bij de recentste verkiezingen zou rechtvaardigen. In campagneweken gelden nog iets striktere regels.

Het FN haalt bij verkiezingen in de eerste ronde altijd veel stemmen, maar verliest vaak in de tweede ronde. Daardoor heeft de partij relatief weinig verkozen volksvertegenwoordigers. Twee van de 577 leden van de Assemblée Nationale zijn lid van het FN, Marine Le Pen zit zelf in het Europees Parlement en een regioraad. Het was de mediagenieke Philippot die volgens een telling van de krant Le Parisien in 2015 van alle Franse politici de meest gevraagde gast was voor ochtendshows: 65 ochtenden schoof hij aan. Camus: „Dat is nogal veel voor een europarlementariër.”

Tentakels van het systeem

De goede verstandhouding van het FN met journalisten weerhoudt Le Pen er niet van om af en toe uit te varen tegen de pers, een van de tentakels van „het systeem”. Al enige weken is ze ervan overtuigd dat Franse media haar voornaamste rivaal bij de presidentsverkiezingen, de sociaal-liberaal Emmanuel Macron, voortrekken. Zij voeren „op hysterische wijze campagne voor hun protegé”, zei ze onlangs in Nantes. „En vervolgens jammeren ze dat ze het vertrouwen van het volk verloren hebben. Dat wendt zich, en dat is legitiem, tot internet om zich te informeren.”

Dat internet wordt vervolgens weer actief gevoed door actieve twitteraars in en om het FN zelf. Toen de publieke omroep eerder deze maand een documentaire uitzond waarin ex-FN’ers anoniem de vuile was buiten hingen, vielen Philippot en Rachline op Twitter frontaal de baas van de Franse tv, Delphine Ernotte, aan. Ze verspreidden een onduidelijk filmpje waarin een „oud-medewerker” van haar anoniem verklaarde dat de omroep alles doet om het FN dwars te zitten. Toen #ErnotteGate eenmaal trending was gaven beiden tegenover reguliere media min of meer toe dat het filmpje nep was. Maar tijdens het interview op de publieke zender herhaalde Le Pen dinsdag de aantijgingen tegen een presentator die al na de eerste vraag de greep op het stekelige gesprek kwijt was.

Camus: „In de jaren tachtig zei het FN ondanks die toenaderingsstrategie geregeld dat de pers de vijand was. Dat hoor je nu ook nog wel eens, maar eigenlijk niet vaker dan bij campagnebijeenkomsten van (de centrum-rechtse kandidaat) Fillon.”

    • Peter Vermaas