Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Koch

Je hoorde wel eens dat het vaderschap mensen milder maakt, maar daar heeft Marcel van Roosmalen geen last van.

Boekenweekgeschenkschrijver Herman Koch deed tijdens een promotietour door Nederland als eerste zijn geboorteplaats aan. Arnhem. Op de vijfde etage van de bibliotheek was een evenement georganiseerd. Herman zou op een bankstel samen met andere schrijvende Arnhemmers worden geïnterviewd. Daarna stond er (tango)muziek en dans op het programma. Herman Koch, een week eerder: „Maar dan ben ik al lang weer weg, hahaha.”

Ik was ook een van de genodigde schrijvers, we hadden ongeveer hetzelfde idee over de boekenliefhebbers uit de stad waar ook ik geboren ben.

Bij de ingang van de bibliotheek werd ik opgevangen door Arnhemmers van de organisatie die identieke buttons op hun truien droegen. Ze lebberden me af vanwege de geboorte van mijn tweede dochter. Een van hen, ze had me allerhartelijkst op de snufferd genomen, hoorde ik even later roddelen dat ze het eigenlijk een schande vond dat ik was gekomen.

„Die vriendin, de naweeën… Als dat mijn man was geweest…”

Ja, dacht ik toen, maar in dat geval was er helemaal geen kind geweest.

Herman informeerde bij de begroeting terloops in plat Ernems hoe laat het kaalscheren van de moffenhoeren ook al weer begon.

Nadat Herman met de interviewster over het Boekenweekgeschenk had gesproken kwam het gesprek op ‘de rol van geluid in de literatuur’. Herman vertelde over een radiostuntman die met een oog in een kroontjespen was gevallen.

„Dat geluid is goed na te doen door een rauw ei fijn te knijpen.” De mensen knikten begrijpend.

Aan mij werd gevraagd naar de gevolgen van de gezinsuitbreiding. „Hoe is het met moeder-de-vrouw? Heeft dit gevolgen voor ‘de schrijverij’?”

Een Arnhemse schrijfster zei dat ze lang aan het luikje in haar schedel had moeten wroeten voor ze bij gedachten kon komen die jaren hadden ‘liggen broeien’.

Toen het eindelijk over de oorlog ging, een periode waarin de stad Arnhem volledig werd verwoest, moest Herman helaas weg. Hij stak zijn hand op en wandelde zo terloops van het podium dat je ook zou kunnen denken dat hij een brief ging posten. Pas nadat hij was verdwenen lieten de mensen merken dat ze het jammer vonden dat hij weg was.

„Spijtig dat-ie ’m gesmeerd is”, zei een man. „Ik had hem graag even gezegd dat ik echt zit te kauwen op dat Boekenweekgeschenk.”

Een bibliotheekmedewerker zei eerst dat hij en zijn vrouw sinds de geboorte van hun kind nooit meer in pyjama’s sliepen en daarna dat hij wegens het thema van de Boekenweek – Verboden Vruchten – overal schalen met vruchten, vooral ananassen en bananen, had neergezet.

„Heeft Koch dat ook gezien?”

„Nee”, zei ik.

Je hoorde wel eens dat het vaderschap mensen milder maakt, maar daar had ik daar geen last van.

heeft een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen