Opinie

Keuze Kamervoorzitter is ook een uitspraak over Nederlandse identiteit

Bij haar herverkiezing woensdag tot voorzitter van de Tweede Kamer zei Khadija Arib (PvdA) half als grap bij wijze van disclaimer tegen haar medeleden: „Jullie weten waarop jullie hebben gestemd.”

Want bij alle lof die de Kamervoorzitter is toegezwaaid, is ook altijd op de achtergrond ketelmuziek hoorbaar. Bij het openbare functioneringsgesprek in het parlement, waar het debat bij gebrek aan tegenkandidaat het meest op leek, werden er opvallend veel vragen gesteld over de wijze waarop Arib leiding geeft aan de reorganisatie van het ambtelijk apparaat van de Tweede Kamer. En zij maakte duidelijk dat zij dat op haar eigen manier doet: direct en het liefst zonder tussenlagen. Ook kondigde ze een evaluatie aan van het functioneren van het huidige managementteam van de Tweede Kamer. Dat nieuws kan nog stof doen opwaaien. Maar daarvoor schrikt de Kamervoorzitter kennelijk dus niet terug en dat is een van de redenen waarom zij met een zeer ruime meerderheid herkozen werd.

Het zichtbaarste deel van de taken van de voorzitter van de Tweede Kamer is het leiden van vergaderingen op een manier die recht doet aan de inbreng van alle fracties. Uit het debat met de kandidaat-voorzitter bleek dat nagenoeg alle fracties hierover tevreden waren.

Lees ook: Een voorbeeld voor alle Nederlanders

De relatief nieuwe rol van de Kamervoorzitter bij de kabinetsformatie vervult Arib doortastend en met souplesse.

Minstens zo belangrijk is het gevecht dat de voorzitter voert met het kabinet over de informatievoorziening aan de Tweede Kamer. Dat thema lijkt van alle tijden en andere Kamervoorzitters voor Arib voerden diezelfde strijd. Maar juist vanwege de neiging van ministeries tot geheimhouding, blijft dat een terechte prioriteit en ook dat wordt door de hele Kamer gewaardeerd.

Dat een lid van de gedecimeerde PvdA-fractie nu is prolongeerd als Kamervoorzitter, werd door verschillende partijen expliciet toegeschreven aan haar kwaliteiten. En het valt te prijzen dat de Tweede Kamer kennelijk gekozen heeft voor een inhoudelijke beoordeling waar ook de macht van het getal van de grotere fracties had kunnen spreken. Zeker in het huidige gepolariseerde politieke klimaat met bittere debatten over identiteit en nationaliteit, is het een verademing dat een vrouw, met wortels in Marokko, het gezicht kan zijn van de volksvertegenwoordiging. Gewoon omdat zij dat goed doet.

In het buitenland heeft Nederland imagoproblemen vanwege racisme en uitsluiting. Arib kan als visitekaartje dat beeld nuanceren. En mensen uit minderheidsgroepen in eigen land kunnen uit haar verkiezing moed putten. Bovendien kan zij dienen als rolmodel.