Initiatiefwet

Eerste Kamer: wie trouwt, deelt slechts deel

Trouwen in gemeenschap van goederen is binnenkort niet langer de standaard. Een initiatiefwet om dit te veranderen, kreeg dinsdag een nipte meerderheid in de Eerste Kamer: 38 van de 75 senatoren stemden voor het wetsvoorstel van D66, PvdA en VVD.

Voortaan geldt voor wie niks laat vastleggen een ‘beperkte gemeenschap van goederen’. Vermogen dat binnen het huwelijk is opgebouwd, wordt gedeeld. Vermogen van vóór het huwelijk blijft privébezit. Wie wél in volledige gemeenschap van goederen wil trouwen of een andere regeling wil treffen, kan dat laten vastleggen bij een notaris, zoals dat nu ook al kan.

In de Tweede Kamer was er nog brede steun. Daar waren alleen CDA, ChristenUnie en SGP tegen de wet. In de Eerste Kamer stemden ook PvdA (partij van mede-initiatiefnemer Jeroen Recourt), SP, Partij voor de Dieren en de Onafhankelijke Senaatsfractie tegen.

Veel Eerste Kamerleden twijfelden aan de noodzaak van de wet. Ook vonden senatoren de uitwerking niet goed genoeg. Eerste Kamerlid Jannette Beuving (PvdA) zei dat het lastig wordt om bij een scheiding of het overlijden van een echtgenoot uit te zoeken wat privévermogen en gemeenschappelijk vermogen is. Ze vreesde een „toename van het aantal vechtscheidingen”.

GroenLinks was kritisch, maar stemde toch voor. Senator Tineke Strik zei dinsdag in een stemverklaring dat deze wet „beter aansluit bij de huidige samenleving”.

Tussen 2004 en 2009 trouwde driekwart van de Nederlandse paren in volledige gemeenschap van goederen, volgens onderzoek van de Radboud Universiteit. (NRC)

    • Christiaan Pelgrim